woensdag 3 t/m zondag 7 oktober


Bij de strijd in Soerabaja hebben de pemoeda's niet alleen grote hoeveelheden wapens en militair materieel buitgemaakt, maar kwamen ook alle daar gelegerde Japanse militairen in hun macht, inclusief de territoriaal commandant voor Oost-Java.

Elders in Oost-Java volgen de plaatselijke commandanten spoedig dit voorbeeld.

Naar aanleiding van deze ontwikkeling acht Tull het van het grootste belang dat de Japanners bewapend blijven en stelt hij alles in het werk om hen van wapenoverdracht aan de IndonesiŰrs te weerhouden.

Daarbij beperkt hij zijn werkzaamheden niet langer tot Semarang, Ambarawa en Magelang, maar onderneemt hij ook actie in verder weg gelegen gebieden.

Zo bezoekt Tull op 5 oktober Djokjakarta en op de yde Solo, waar hij echter in beide gevallen er niet in slaagt de wapenoverdracht en overgave van de plaatselijke Japanse detachementen blijvend te verhinderen. Deze handelingen blijken gesanctioneerd te zijn door generaal-majoor Nakamura in Magelang, die dan ook van Tull schriftelijk order krijgt, zijn ondercommandanten strikt te verbieden nog meer wapens af te staan.

Niettemin worden op Nakamura's last door majoor Kido, bevelhebber van het garnizoen in Semarang, op 4 en 5 oktober de wapens die in augustus aan de PETA waren ontnomen, aan de BKR overgedragen.

Eveneens al op 3 oktober verbieden Tull en Wishart de ge´nterneerden hun kampen te verlaten, terwijl op 5 oktober de RAPWi-medewerkers worden ontwapend, een en ander met de bedoeling de IndonesiŰrs door kleine tegemoetkomingen kalm te houden.

Zelfs wordt toegestaan dat bij de kampen een wacht van leden van de Angkatan Moeda en de BKR wordt ge´nstalleerd, naast de bestaande Japanse bewakingseenheden.

Niettegenstaande deze concessies verscherpt de toestand in Semarang en bij de kampen in het achterland zich in de dagen nadien aanzienlijk, waarbij het tot talrijke gevallen van aanhouding en doorzoeking van RAPWi-voertuigen, mishandeling van RAPWi-personeel en buiten de kampen verblijvende Nederlanders en van beroving van Japanse voedseltransporten naar de kampen komt.

Nadat op 3 oktober door RAPWi-functionarissen in samenwerking met Indonesische gemeente-ambtenaren een bestand van beschikbare woningen in de wijk Nieuw-Tjandi is gemaakt, worden daar op 7 oktober de eerste 100 ex-ge´nterneerden uit het Halmaheira-kamp ondergebracht.