woensdag 10 oktober


in Bandoeng wordt door de Japanners met geweld opgetreden tegen Indonesische strijdgroepen, die daarbij worden verdreven uit de wijken met interneringskampen.

Voor de pemoeda-groepen in Semarang is dit aanleiding tot het afkondigen van een algemeen verbod tot voedsellevering aan de RAPWI, de kampen en de buiten de kampen verblijvende Nederlanders en hun vermeende sympathisanten.

Alom in het nationalistische kamp, ook buiten de pemoeda-groepen, worden de gebeurtenissen in Bandoeng gezien als een teken dat snelle gewapende actie nu onvermijdelijk is voor het welslagen van de Indonesische revolutie.

Bij het Rode Kruis komen lijsten met de namen van de in Japan te werk gestelde krijgsgevangenen aan.

In de stad circuleren geruchten dat alle buiten de kampen verblijvende Nederlandse mannen en jongens gearresteerd zullen worden.