Maandag 20 augustus:


Het KNI richt een eerste Republikeinse strijdmacht op, de Badan Keamanan Rakjat (BKR,'Raad voor de Veiligheid van het Volk').


Dinsdag 21 augustus:


In het hoofdkwartier van het l6de Leger in Batavia wordt door generaal Nagano formeel bericht gegeven van de Japanse capitulatie.

De verzamelde territoriaal commandanten krijgen opdracht, hun troepen merendeels te concentreren in enkele gebieden in het binnenland, waar zij de komst van de Britten moeten afwachten.

In de steden en bij de kampen daarbuiten zullen slechts kleine bewakingsdetachementen achterblijven, als steun voor de politiekorpsen.

Na aanvankelijk ook een begin te hebben gemaakt met het verplaatsen van troepen naar het binnenland (Soemowono), laat de garnizoenscommandant van Semarang, majoor Kido Shinochiro, in verband met de verslechterende situatie zijn troepen echter naar Semarang terugkeren.

Deze omvatten in totaal evenwel slechts twee onvolledige infanterie-eenheden, Kido butai van 120 man enYagi butai van ca. 400 man.

Bovendien komt een eenheid van 100 man uit Poerwokerto onder kapitein Yamada aan, ter ondersteuning van het Semarangse garnizoen bij zijn taken ten behoeve van de RAPWI.

Kido butai enYagi butai worden nadien aangevuld met gemilitariseerde Japanse burgers, als gevolg waarvan de totale Japanse sterkte medio oktober zal zijn opgelopen tot ca. 1100 man.