KINDEREN OP DE VLUCHT

De bersiap in Semarang

Dit is het verhaal van een gezin op de vlucht. Van kinderen die het onschuldige slachtoffer zijn van oorlog en politieke onrust. Die in hun jonge jaren geconfronteerd worden met dood, geweld, spanning, angst en gemis van dierbaren. In plaats van spelen en leren bestaat hun leven uit vluchten, onderduiken en in leven proberen te blijven. Die ervaringen dragen zij hun hele leven met zich mee.

Dit verhaal is gebaseerd op ware gebeurtenissen. Uit privacyoverwegingen zijn alle namen gefingeerd. Het gaat namelijk niet zozeer om déze kinderen. Zij staan 'slechts' model voor de vele duizenden andere kinderen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de bersiap in het voormalig Nederlands-Indië. En voor de miljoenen kinderen in conflictgebieden over de hele wereld, die in de afgelopen decennia door oorlogsgeweld en politieke onrust geen veilige leef- en speelomgeving hebben gekend.

Lees hier de belevenissen van:

Ab 20 jaar
Kroes 19 jaar
17 jaar
16 jaar
Broer 15 jaar
Hardy 13 jaar
Fer 11 jaar
Jan 9 jaar
Jozef 7 jaar
Muis 6 jaar



<h1>Nederlands-IndiŽ</h1> Sinds het einde van de 16e eeuw waren de Nederlandse kolonisten heer en meester in de Indische archipel. De eilanden waren vruchtbaar en de handel in koffie, thee, specerijen, suiker enz. bracht veel welvaart in Nederland. Maar de inheemse bevolking zelf profiteerde nauwelijks van deze rijkdommen. Ze werden niet altijd netjes behandeld door de Nederlandse overheersers. De arme bevolking kwam dan ook wel eens in opstand tegen Nederlanders door wie ze werden uitgebuit.<br> Begin 20e eeuw ontstonden er organisaties van mensen die een einde wilden maken aan de Nederlandse overheersing. Maar pas op 9 maart 1942 hield Nederlands-IndiŽ op te bestaan. Het Nederlands-Indisch Leger capituleerde op die datum voor het Japanse bezettingsleger. De Nederlanders werden geÔnterneerd (= in kampen opgesloten) of van de archipel verdreven.<br> De Japanners probeerden steun van de inlandse bevolking te krijgen door hun een eigen staat te beloven. Ze gaven zelfs militaire trainingen aan Indonesische jongeren Ö..<br><br>Op 15 augustus 1945 eindigde de Japanse bezetting. Twee dagen daarna werd de onafhankelijke republiek IndonesiŽ uitgeroepen. Maar Nederland weigerde de nieuwe republiek te erkennen. <h1>Java</h1> De Indische archipel is de grootste eilandengroep ter wereld. Ze bestaat uit ruim 17.500 eilanden waarvan er maar 3000 bewoond zijn, door in totaal ruim 182 miljoen mensen.<br>Het dichtst bevolkte eiland is Java. Op een oppervlakte ongeveer 4 keer zo groot als Nederland wonen meer dan 120 miljoen mensen. Tijdens de Nederlandse overheersing leed de inheemse bevolking van Java vaak honger. De opbrengsten van het land moesten grotendeels worden afgestaan aan Nederland en aan de Javaanse adel. <br> Maar in de loop der eeuwen had de aanwezigheid van Nederlanders ook positieve effecten voor de bevolking. Er werden wegen en spoorwegen aangelegd, havens gegraven en bedrijven gevestigd. Dat bracht wel enige welvaart op het eiland. Later investeerde de Nederlandse overheid ook in gezondheidszorg en onderwijs op Java.<br><br>Tijdens de Japanse bezetting werd de bevolking van Java gedwongen om voor de Japanners voedsel en kleding te produceren. Veel mensen moesten huis en haard verlaten om dwangarbeid te verrichten. <h1>Semarang</h1> Semarang is een stad aan de noordkust van het eiland Java. Het noordelijk deel van de stad (de benedenstad) ligt in een vlakte aan de zee. Het zuidelijk deel (de bovenstad) is gelegen in de heuvels.<br>Het is de hoofdstad van de provincie Midden-Java. Het heeft een oppervlakte van 373,67 km≤ en ongeveer 2,4 miljoen inwoners. Het is daarmee de 5e stad in IndonesiŽ.<br>De bevolking is hoofdzakelijk van Javaanse komaf. Er woont van oudsher een grote Chinese bevolkingsgroep. De talen die het meest gesproken worden, zijn het Bahasa Indonesia en het Javaans.<br><br>De historie van Semarang gaat terug tot de 9e eeuw. Eind 17e eeuw kwam Semarang onder het gezag van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) en daarmee onder het Nederlandse koloniale gezag. De VOC en later de Nederlands Oost-Indische overheid legden in de regio Semarang tabaksplantages aan, wegen en spoorwegen. Daardoor werd Semarang een belangrijk handelscentrum en havenstad.<br><br>Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1941 - 1945) werd de stad - net als de rest van Java - bezet door de Japanners. Na de Indonesische onafhankelijkheid in 1945 werd Semarang de hoofdstad van de provincie Midden-Java. <h1>De bersiap in Semarang: augustus 1945 -januari 1946</h1> Semarang was in de laatste maanden van 1945 een brandpunt van de onafhankelijkheidsstrijd van de IndonesiŽrs. Die strijd richtte zich vooral tegen de Japanners en later tegen de Britten.<br><br>Op woensdag 15 augustus werd ook in Semarang het nieuws bekend dat Japan de wapens had neergelegd. Enkele dagen later - op vrijdag 17 augustus - werd in Batavia (nu: Jakarta) de onafhankelijke Republiek IndonesiŽ uitgeroepen.<br>De voorbereidingen voor de onafhankelijkheid waren al tijdens de Japanse bezetting gestart. Japan had de IndonesiŽrs namelijk beloofd dat ze in de toekomst onafhankelijk zouden worden.<br><br>In Semarang was vooral de strijdlust onder de jonge IndonesiŽrs groot.<br>Een klein deel van het Japanse leger bleef daarom in Semarang om voor de veiligheid van de mensen in de kampen te zorgen. Die moesten daar voorlopig blijven. Alleen de Indische Nederlanders mochten naar huis.<br>Iedereen verwachtte dat de Nederlandse regering weer de baas zou worden op Java. De Indonesische bevolking liet echter merken dat zij daar tegen was. Bijvoorbeeld het hijsen van de Nederlandse vlag ter gelegenheid van Koninginnedag was in Semarang verboden. In de stad werden anti-Nederlandse pamfletten verspreid. Tijdens massabijeenkomsten van ongeveer 10.000 jonge IndonesiŽrs werd gedemonstreerd tegen de Nederlanders in en buiten de kampen.<br>De Japanse militaire politie probeerde de menigte rustig te houden.Maar de strijdlustige jonge rebellen (pemuda's) kregen steeds meer invloed. Bij een overval op een Japanse vrachtauto maakten zij veel wapens en munitie buit. Daarmee wilden zij vechten tegen de Japanners, de Britten en de Nederlanders. <br><br>De toestand in Semarang werd steeds onveiliger voor met name de Nederlanders die buiten de kampen woonden. De Japanners probeerden met geweld de Indonesische strijdgroepen te verdrijven uit de wijken waar Nederlanders woonden en waar interneringskampen met Nederlanders waren. De rebellen op hun beurt hielden voedseltransporten tegen, bestemd voor de Nederlanders in de kampen en die daarbuiten woonden. Het gerucht ging dat alle buiten de kampen verblijvende Nederlandse mannen en jongens gearresteerd zouden worden.<br><br>Op zondag 14 oktober begonnen de pemuda's een gewapende actie om de wapens van de Japanners in handen te krijgen. Die gevechten duurden tot en met vrijdag 19 oktober. Deze 'Slag om Semarang' wordt ook wel de 'Vijfdaagse Strijd' genoemd.<br>Ongeveer 1200 buiten de kampen verblijvende Europeanen werden door Indonesische politieagenten en pemuda's gevangen genomen. Zij werden later heelhuids weer vrijgelaten. Maar ongeveer 100 Japanse gevangenen bleken door de pemuda's op gruwelijke wijze te zijn vermoord. Het Japanse leger nam wraak door veel IndonesiŽrs te executeren.<br>Enkele dagen later werden achter een kantoorgebouw nog eens 75 vermoorde Japanners aangetroffen. Ze waren met benzine overgoten en in brand gestoken.<br> Op 19 oktober ten slotte hadden de Japanners de stad weer in handen. De strijd had aan ongeveer 150 Japanse soldaten en ongeveer 300 IndonesiŽrs het leven gekost.<br>Op diezelfde vrijdag 19 oktober gingen 's morgens vroeg de eerste Britse troepen in Semarang aan land. Het waren ongeveer 800 Gurkah's (Brits-Indische militairen). Zij moesten de orde en rust in Semarang herstellen en de interneringskampen bewaken. <h2>Bronnen</h2> mr. Han Bing Siong: Geschiedenis van de Vijfdaagse Strijd in Semarang 14-19 oktober 1945, 1995<br> drs. J.G.L. Palte/drs. G.J. Tempelman : IndonesiŽ, 1978