Ab (20 jaar)

Print dit verhaal

Hij is de oudste van het gezin met tien kinderen. Een bevoorrechte positie: hij is de plaatsvervanger van zijn ouders. De jongere kinderen moeten dus respect voor hem hebben. Dat is in de Indo-cultuur veel sterker dan bij zijn Nederlandse vrienden, merkt Ab. Indo's of Indische Nederlanders hebben Nederlandse voorouders die soms al generaties lang in Nederlands-IndiŽ woonden. De familie van Ab heeft de Nederlandse nationaliteit, spreekt Nederlands en gaat naar Nederlandse scholen. Ab zelf is geboren en en getogen op Java. Dat hoofdeiland van de Indische Archipel is door de eeuwen heen een smeltkroes geworden van allerlei nationaliteiten, rassen en religies. In Semarang, waar het gezin woont, leven al die verschillende culturen in relatieve rust naast en met elkaar. De Tweede Wereldoorlog maakt daar een einde aan.

Tijdens de Japanse bezetting realiseert Ab zich pas goed dat hij zijn taak van oudste van het gezin niet kan waarmaken. Hij is namelijk gehandicapt. Het verhaal gaat dat een Javaanse baboe (= vrouwelijke bediende) hem vlak na zijn geboorte heeft laten vallen. Ze draagt hem in een slendang (=draagdoek) op haar buik en zit in een schommelstoel om hem in slaap te wiegen. Maar ze valt zelf in slaap en de baby rolt uit de draagdoek op de grond. Door de verwondingen die hij dan oploopt, is Ab voor de rest van zijn leven spastisch. Hij loopt erg moeilijk en ook praten gaat moeizaam. Daardoor heeft hij extra zorg en aandacht nodig. Dat is voor Ab erg moeilijk om te accepteren. Juist in deze spannende tijden. Liever is hij - net als zijn leeftijdgenoten - als soldaat het leger ingegaan. Dan kan hij tenminste iets důen. Vanwege zijn handicap hoeft hij ook geen dwangarbeid te verrichten voor de Japanners. Zijn veel jongere broertjes wel. Ab ziet hen dagelijks doodmoe en soms ziek van het zware werk thuiskomen. Hij voelt zich machteloos.

De oorlogsjaren brengt Ab voornamelijk door in en rond het huis. Op straat kan hij worden afgeranseld door Japanse militairen, als hij met zijn gebrekkige lichaam niet snel genoeg voor hen zou buigen. Mammie blijft voortdurend in zijn buurt. Pappie komt elke dag pas laat thuis van zijn werk. Alle mannen van 18 jaar en ouder zijn door de Japanse bezetter in kampen gestopt. Maar Pappie is stationschef op het treinstation in Semarang.
Station Tawang in Semarang
(Station Tawang in Semarang)

Hij moet van de Japanners doorwerken om het transport van goederen over het spoor te regelen. Weigeren heeft geen zin. Dan zou hij ter plekke worden doodgeschoten. De dagen en maanden verstrijken. Ab verlangt hevig naar het einde van de oorlog. Maar als dat moment lijkt aangebroken, is het nog lang geen vrede. Dan begint de bersiap, de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd Ö




Copyright © 2009 Lody Pieters
www.semarang.nl/bersiap