Muis (6 jaar)


Print dit verhaal

De oorlog is nauwelijks begonnen of het jongste kind van het gezin - Yvonne, 2 maanden oud pas - overlijdt aan stuipjes. Medische hulp is in oorlogstijd nauwelijks te krijgen of onbetaalbaar. Muis is dan 3 jaar. Hij slaapt, als Pappie 's nachts door de Japanners wordt meegenomen. Pas de volgende dag merkt hij iets: Pappie is er niet. Ze mogen dagenlang de kamer niet uit. Muis heeft erge honger en dorst. En hij is bang, erg bang. Hij is te klein om te begrijpen wat er gaande is. Maar hij voelt de dreiging van de oorlog en later van de bersiap. Hij voelt het verdriet van Mammie, zijn broers en zussen. Hij mist Pappie. En hij is zo bang dat ook Mammie zal worden opgepakt. En zijn broers en zussen. Zijn hele vroege jeugd kan Muis niet buiten spelen. Het is te gevaarlijk. Muis wordt als benjamin omringd door de zorgzaamheid van Mammie en zijn zussen. Mammie is niet streng. Die heeft het de hele dag druk met het huishouden. Zijn oudste broer Kroes en zus Toetie zijn wel streng. Maar dat zijn ze, omdat Pappie er niet is.

Toen Pappie in Semarang gevangen zat, heeft Muis hem nog een keer gezien. Pappie had een list bedacht om zijn vrouw en kinderen te kunnen zien. Hij deed of hij erge kiespijn had, zodat hij van de Japanse bewakers naar de tandarts mocht. De Chinese tandarts gaf dat aan Mammie door. Zij mocht zich met een paar kinderen in een aangrenzende kamer van de tandartsenpraktijk verbergen. Toen Pappie met de tandarts alleen was, kwamen ze te voorschijn. Muis kon toen even op Pappies schoot zitten. Voor de laatste keer. Dat moment zou voor de rest van zijn leven in zijn geheugen gegrift staan.

Lange tijd daarna heeft Muis zelfs niet kunnen praten van verdriet. En dan komt ook nog het bericht van Pappies dood Ö. Alle hoop op zijn terugkeer is vervlogen. De ellende van de oorlog komt in alle hevigheid op het gezin af: honger, ziekte, geldgebrek, dwangarbeid, binnen zittenÖ

De vlucht voor de pemuda's wordt voor de dan 6-jarige Muis een angstaanjagend avontuur. Eerst de grote witte villa in de bovenstad, waar Japanners aan de overkant van de straat de wacht houden. Dan de nachtelijke rit in een militaire truck dwars door de stad naar de gevangenis. En daarna de chaotische vlucht naar het klooster. Muis herinnert het zich als een nachtmerrie waaruit hij maar niet wakker kan worden Ö

Na de ontberingen tijdens de bersiap is het huis in Sompok een verademing: eindelijk weer een gewoon huis! Met een veranda, een grote tuin met bananenbomen.


Ze kunnen weer buiten spelen, ook met andere jongens uit de buurt. Soms rennen er nog wel Javaanse jongens met messen en bamboestokken zwaaiend door de straat. Dan roept Mammie Muis en zijn broers snel naar binnen.
Die korte periode van rust wordt ruw verstoord door de vlucht van Hardy en Fer voor de Indonesische soldaten. Voor Muis is de omsingeling van het huis door woedende IndonesiŽrs opnieuw een heel angstige ervaring. Hij begrijpt er niets van. Waar zijn Hardy en Fer? Waarom komen ze niet thuis?
Pas veel later hoort hij dat Hardy en Fer rennend voor hun leven de stad zijn uitgevlucht. Ze hebben zich een tijdje schuilgehouden in de sawah's (rijstvelden) en zijn toen terecht gekomen in een kamp van Molukse KNIL-soldaten. Zij hebben Hardy en Fer verborgen gehouden voor de Javanen. Die zouden de jongens anders vermoord hebben. Mammie is toen naar het Nederlands consulaat gegaan om hulp te vragen voor haar zoons. Enkele dagen later zijn Hardy en Fer in het geheim naar Nieuw-Guinea gebracht. Duizenden kilometers van huis. Moederziel alleen. Hardy was toen 14 en Fer 12 jaar. Muis zou hen pas jaren later terugzien. In Nederland.



Copyright © 2009 Lody Pieters
www.semarang.nl/bersiap