Menu
Inhoud boek

Sluiten Inleiding

Sluiten Gong fabricatie

Sluiten Gong gieten

Sluiten Gong smeden

Sluiten Gong Stemmen

Sluiten Gong afwerken

Sluiten Financieel Economisch

Sluiten Buiten bezittingen

Sluiten Javaansche termen

Sluiten Foto's (Platen)

Gong smeden - Deel-5
De slagen vallen zeer snel achterelkaar; toch weet de „pandji", die het stuk met twee nijptangen aan den rand vasthoudt, tusschen elken slag in het stuk een kleine draaiing [in de richting van de wijzers van de klok] te geven, zoodat elke volgende slag den voorafgaanden als het ware dakpans-gewijze bedekt. Tevens laten de smeden de slagen zóó neervallen, dat zij van het midden beginnende in een spiraallijn den omtrek van het werkstuk bereiken.

Dit smeden duurt telkens slechts kort [ongeveer 1/2 minuut] en daar het stuk dan reeds te ver afgekoeld is, moet het telkens opnieuw verhit worden.
Daartoe blijft het dan ongeveer 1/2 minuut in den haard, bij grootere „gong's" iets langer. Dit gloeien [,,di bangi" van „abang", rood, dus rood maken] wordt telkens en telkens herhaald, zoodat b. v. een 10 katti „gong" wel 150 maal in het vuur gaat, en grootere stukken nog verscheidene malen meer.
Plekken die te dik zijn, worden met krijt gemerkt [„goeris"], dat in het vuur niet verdwijnt. Na de eerstvolgende verhitting zien de smeden dan op welke plaatsen zij harder moeten slaan.
Behalve de „pandji" zijn voor een „gong" van 5 katti drie smeden noodig, voor een van 10 tot 18 katti vier, en daarboven vijf smeden.
Bij de zelden voorkomende „gong's" van 45 a 50 katti zijn twee „pandji's" werkzaam; de eene behandelt het werkstuk inden haard, de andere op de aanbeelden. Bij het maken van dergelijke zware „gong's" wordt ook nog een afzonderlijke helper „ngalap" [niet „maloe ngalap"} gerequireerd, wiens werk het is, de „gong" uit het vuur op de aanbeelden en terug te brengen.
Onder de opvolgende manipulaties wordt de „lakar" meer en meer hol [„koewoeng"] en neemt eerst eenen kom-vorm en langzamerhand den gong-vorm aan.

Is deze laatste vorm door de bewerking met de „paloe" in het ruwe verkregen, dan wordt de „gong" op de navolgende wijze bijgewerkt, waarbij telkens verhitten weder noodig is.
In de eerste plaats worden, nog op den „watoe tandes", zooveel mogelijk de oneffen¬heden met den „papaq" gelijk gehamerd. —

Bij groote „gong's" bedient men zich daartoe van den „pěrbahan".

Creatie datum : 25/02/2010 @ 10:47
Laatste wijziging : 25/02/2010 @ 22:15
Categorie : Gong smeden
Pagina gelezen 4551 keren


Print preview Print preview     Print deze pagina Print deze pagina

Recensies op dit boek


Er heeft nog niemand gereageerd.


Zoeken




Bezoekers 25-02-2010

 103141 Bezoekers

 1 Bezoeker online

Belangrijke Links
Copyright
Niets op deze site mag worden gekopieerd of gebruikt, tenzij hiervoor uitdrukkelijke toestemming van de Webmaster en eventuele derde rechthebbenden is verkregen.
Alle foto's hebben een Niet zichtbaar Digitaal Watermerk, waarmee o.a. aangetoond kan worden dat de Copyright van de desbetreffende foto van "Semarang Photo Archives" is.
Mocht blijken dat foto(s) zonder toestemming zijn gebruikt, dan zijn wij genoodzaakt gerechtelijke stappen te ondernemen.

^ Boven ^