Menu
Inhoud boek

Sluiten Inleiding

Sluiten Gong fabricatie

Sluiten Gong gieten

Sluiten Gong smeden

Sluiten Gong Stemmen

Sluiten Gong afwerken

Sluiten Financieel Economisch

Sluiten Buiten bezittingen

Sluiten Javaansche termen

Sluiten Foto's (Platen)

Gong smeden - Deel-9
Volgens een verhaal der gong-makers is deze eigenaardigheid indertijd in het Rijk van Madjapahit overgenomen van uit Siam afkomstige „gong's". —
Het komt veel voor, dat door slakken of onreinheden, die in de „lakar" achtergebleven zijn, zich bij het uitsmeden barsten en zelfs gaten in de „gong" vormen. — Zijn de barsten slechts oppervlakkig, dan wordt van de gloeiend gemaakte „gong" de fout er met een „pětel, en bij grootere barsten met een „bantji" afgebikt.   _
De „pětel" is de gewone Javaansche timmermans-dissel; de „bantji" is een kleine houweelvormige ijzeren hamer met aangescherpt slageinde.





Het af bikken heet „matoeq" en de metaalkrullen, die daarbij afvallen, worden „patoeqan" genoemd. De „patoeqan" worden als emolumenten door den „pandji" verzameld.
Loopt de scheur in het metaal dóór en dóór, of is er een werkelijke gat ontstaan, dan wordt dit op zeer ingenieuse wijze met gong-spijs dichtgegoten en daarbij gebruik gemaakt van het „à-cire-perdue"'-procédé*). Eerst wordt de scheur aan beide zijden zorgvuldig met bijenwas [„malam"] gevuld; door verwarming met een gloeiend ijzer laat men dan de gesmolten was de scheur volkomen vullen.

Op het bovenvlak van de „gong" wordt dan in de richting van de scheur een rolletje [„pěloer"] was geplakt en op de uiteinden daarvan twee opstaande gevorkte steeltjes van hetzelfde materiaal gezet. — Het eene steeltje, dat een konisch verbreede kop heeft, neemt de plaats in van het latere toevoerkanaal, het andere van het afvoerpijpje voor de in te gieten gong-spijs [zie fig. 8].



*) Zie hierover o. m.: F. VON LÜSCHAN in Ver-handl. berl. anthropol. Gesellschaft 1898 [Bd. XXX] pg. (150) ff.


Het geheel wordt nu zeer voorzichtig met zwarte vorm-leem omgeven, totdat een kegelvormig hoopje leem is ontstaan. Deze vorm-leem is een mengsel van leem met fijngestampte oude „kowi's". Boven de monding van het toevoerkanaal wordt nog een trechtervormige opening gemaakt, terwijl het afvoerkanaal in de zijde van het leem-kegeltje uitmondt [zie fig. 9]. Als nu nog aan den onderkant van de scheur [binnen de „gong"] een dikke laag leem is gestreken, dan wordt de geheele „gong" in het vuur gebracht, waardoor de was uitgesmolten en de lemen vorm hard gebakken wordt.
Ondertusschen heeft men in een kleine smeltkroes [„kowi tjoetjoeq"] wat gong-spijs doen smelten op den miniatuurhaard bij de beschrijving van de plattegrond reeds vermeld.
Het gesmolten metaal giet men dan in de trechtervormige opening van het leemkegeltje, waarbij een gedeelte door het afvoerkanaal wegloopt. Dit heeft tengevolge, dat alle lucht uit den vorm verdreven en de scheur volkomen met metaal gevuld wordt; het afvoerkanaal wordt dan met een prop leem, op de punt van een stokje, gesloten, evenals dit in het groot bij hoogovens geschiedt. —






Creatie datum : 25/02/2010 @ 11:12
Laatste wijziging : 25/02/2010 @ 22:16
Categorie : Gong smeden
Pagina gelezen 4352 keren


Print preview Print preview     Print deze pagina Print deze pagina

Recensies op dit boek


Er heeft nog niemand gereageerd.


Zoeken




Bezoekers 25-02-2010

 103142 Bezoekers

 2 Bezoekers online

Belangrijke Links
Copyright
Niets op deze site mag worden gekopieerd of gebruikt, tenzij hiervoor uitdrukkelijke toestemming van de Webmaster en eventuele derde rechthebbenden is verkregen.
Alle foto's hebben een Niet zichtbaar Digitaal Watermerk, waarmee o.a. aangetoond kan worden dat de Copyright van de desbetreffende foto van "Semarang Photo Archives" is.
Mocht blijken dat foto(s) zonder toestemming zijn gebruikt, dan zijn wij genoodzaakt gerechtelijke stappen te ondernemen.

^ Boven ^