Menu
Inhoud boek

Sluiten Inleiding

Sluiten Gong fabricatie

Sluiten Gong gieten

Sluiten Gong smeden

Sluiten Gong Stemmen

Sluiten Gong afwerken

Sluiten Financieel Economisch

Sluiten Buiten bezittingen

Sluiten Javaansche termen

Sluiten Foto's (Platen)

Gong smeden - Deel-3
De grootste van deze stangen [„pěnjoekat gogol"] wordt in de rechterhand, de kleinste [„pěnjoekat pěngiwa"] in de linkerhand ge¬houden. De grootte der stangen verschilt naar gelang van de te maken „gong's"; in vroegeren tijd werden meestal zeer korte stangen [z. g. „pěnjoekat lakon"] gebruikt, die nu niet meer in zwang zijn.
De „pěnjoekat’s" zijn aan de punt omgebogen en in het houten handvat [„garan"] door een ijzeren ring [„karah"] bevestigd. Met deze werktuigen weet de „pandji" zoo handig te manoeuvreeren, dat hij het werkstuk in den haard ronddraait, oplicht of omkeert, zoodat het voortdurend in beweging is. Hierdoor verkrijgt men eene gelijkmatige verwarming van het werkstuk.
Fig. 3 geeft aan hoe een reeds gedeeltelijk uitgesmeed stuk met de „pěnjoekat's" wordt vastgehouden als het in den haard ligt.





Bij   al  deze manipulaties laat de „pandji" de   jpěnjoekafs" steunen op een houten lat, die voor den haard is aangebracht en „anggěl" heet [zie fig. 1 s].
De „lakar" wordt dus onder voortdurend ronddraaien en omwenden in het vuur tot donkerroode gloeihitte verwarmd *).
De graad van verhitting vordert groote oplettendheid, daar het stuk bij het smeden zou barsten, indien het te sterk en ook indien het te weinig verhit mocht zijn. — Daarom is de werkplaats opzettelijk tamelijk donker gemaakt, daar bij te helle verlichting de „pandji'' den juisten graad van gloeihitte niet zou kunnen beoordeelen. De gloeiende „lakar" wordt nu dooi' een der helpers met behulp van een ijzeren nijptang uit het vuur gehaald en op den ,,watoe tanděs" op zijn kant gezet. De „pandji" grijpt het stuk met



*) Niet tot bij het smeltpunt zooals vermeld by DE DOES t.a.p.




twee tangen aan, terwijl de helper een ijzeren staaf waarvan het uiteinde omgebogen is, als steun achter de „lakar" plaatst [zie fig. 4].
De eerste smid [„maloe ngarěp"] slaat dan krachtig met de „gěblog" op den rand van de „lakar". Bij groote gong’s moeten twee smeden, de een met de „gěblog", de ander met een „paloe", het stuk bewerken. Na eiken hamerslag draait de „pandji" met behulp der nijptangen de „lakar" iets om, zoodat aldus de geheele rand gelijk gesmeed wordt. Dit heet „něsěk".
Daarna wordt het stuk door den helper weer in den haard teruggebracht en opnieuw verhit.

Creatie datum : 25/02/2010 @ 10:36
Laatste wijziging : 25/02/2010 @ 22:14
Categorie : Gong smeden
Pagina gelezen 4739 keren


Print preview Print preview     Print deze pagina Print deze pagina

Recensies op dit boek


Er heeft nog niemand gereageerd.


Zoeken




Bezoekers 25-02-2010

 110356 Bezoekers

 1 Bezoeker online

Belangrijke Links
Copyright
Niets op deze site mag worden gekopieerd of gebruikt, tenzij hiervoor uitdrukkelijke toestemming van de Webmaster en eventuele derde rechthebbenden is verkregen.
Alle foto's hebben een Niet zichtbaar Digitaal Watermerk, waarmee o.a. aangetoond kan worden dat de Copyright van de desbetreffende foto van "Semarang Photo Archives" is.
Mocht blijken dat foto(s) zonder toestemming zijn gebruikt, dan zijn wij genoodzaakt gerechtelijke stappen te ondernemen.

^ Boven ^