Menu
Inhoud boek

Sluiten Inleiding

Sluiten Gong fabricatie

Sluiten Gong gieten

Sluiten Gong smeden

Sluiten Gong Stemmen

Sluiten Gong afwerken

Sluiten Financieel Economisch

Sluiten Buiten bezittingen

Sluiten Javaansche termen

Sluiten Foto's (Platen)

Gong smeden - Deel-4


De „paloe" is verreweg het voornaamste werktuig-bij de gong-fabrikatie. Het is een, van een vrij lange houten steel voorziene ijzeren hamer van 13 a 14 katti gewicht. In het bovenste vierkante gedeelte van de hamer is de houten steel bevestigd, terwijl het ongeveer 3 dM. lange uiteinde rond is en naar de punt toe langzamerhand dunner wordt. De uiterste punt waarmede de hamer op het te smeden werkstuk neerkomt, is van staal gemaakt.

Gedurende de zooeven beschreven, „něsěk" genoemde bewerking, wordt door een der helpers op de naar den haard gekeerde helft van den „watoe tanděs" eene verhevenheid van vochtige leem gemaakt. Deze onderlaag van leem, die den naam van „loeloeh" draagt, heeft ten doel aan het werkstuk de vereischte ligging [helling] bij het uitsmeden te geven; het gedeelte van de „gong" dat door de hamerslagen getroffen wordt, ligt echter steeds onmiddellijk op den steen. — De „loeloeh" vangt dus niet de slagen op, doch is slechts een steunende onderlaag.
Bij de verschillende bewerkingen, die het stuk, langzamerhand van vorm veranderende, op den „watoe tandes" ondergaat, moet het meer of minder schuin op het aanbeeld liggen. Dit wordt verkregen door van de „loeloeh" nu eens wat leem af te nemen, dan weer er iets bij te voegen; ook worden voor hetzelfde doel repen „gěděbog pisang" [pisang-stam] op de „loeloeh" gelegd, waardoor het stuk tevens gemakkelijk op de onderlaag rondgedraaid kan worden.
De „loeloeh" wordt voortdurend door middel van de kwast [„kobjoq"} van padi-stengels met water uit de „koboqan" vochtig ge¬houden.
Volgens zeggen van een der gong-makers wordt in de gong-smederijen te Solo voor de „loeloeh" zand in plaats van leem gebruikt, wat lang niet zoo doelmatig zou zijn.
Als dan het eigenlijke smeden [,,di paloe"] een aanvang neemt, wordt de gloeiende „lakar" plat op den „watoe tanděs" neergelegd en plaatsen de smeden zich met hunne hamers [„paloe"] naast elkaar, aan de eene zijde van dat aanbeeld.
De „maloe ngarěp", die het dichtst bij den „pandji" staat, geeft de eerste slagen midden in de schijf, daarna vallen achtereenvolgens de „maloe nempong", „maloe ngalap", „maloe noeloep" en de „noeloep" in, terwijl zij in omgekeerde volgorde ook ophouden met hameren, zoodat de „maloe ngarěp" weer de laatste slagen doet. Bij het hameren zetten de smeden den linkervoet voor, met uitzondering van de laatste rechts in de rij, die den rechtervoet voorzet [zie Plaat III].

Creatie datum : 25/02/2010 @ 10:43
Laatste wijziging : 25/02/2010 @ 22:15
Categorie : Gong smeden
Pagina gelezen 4454 keren


Print preview Print preview     Print deze pagina Print deze pagina

Recensies op dit boek


Er heeft nog niemand gereageerd.


Zoeken




Bezoekers 25-02-2010

 105445 Bezoekers

 3 Bezoekers online

Belangrijke Links
Copyright
Niets op deze site mag worden gekopieerd of gebruikt, tenzij hiervoor uitdrukkelijke toestemming van de Webmaster en eventuele derde rechthebbenden is verkregen.
Alle foto's hebben een Niet zichtbaar Digitaal Watermerk, waarmee o.a. aangetoond kan worden dat de Copyright van de desbetreffende foto van "Semarang Photo Archives" is.
Mocht blijken dat foto(s) zonder toestemming zijn gebruikt, dan zijn wij genoodzaakt gerechtelijke stappen te ondernemen.

^ Boven ^