De imposante toegangspoort tot de Koloniale Tentoonstelling van 1914, compleet met de Semarangse stedemaagd.

In het jaar 1914 bood Semarang van 20 augustus tot 22 november onderdak aan een tentoonstelling zoals IndiŽ nog niet eerder gekend had.
Heel de productieve kracht en het organisatievermogen van een welvarende kolonie, niet het minst ook van het opkomende Semarang zelf, was in die maanden bijeengebracht op ťťn immens expositieterrein.

Kosten noch moeiten waren gespaard om het publiek te trekken; reeds maanden van tevoren raakte de pers niet uitgeschreven over het komende evenement, aan inrichtingskosten werd niet minder dan een ongehoorde f 1,3 miljoen uitgegeven, en de bekende tekenaar Albert Hahn ontwierp een prachtig aanplakbiljet, dat in een oplage van 40.000 exemplaren over heel IndiŽ werd verspreid.

Een zware domper was dat nog geen drie weken voor de opening de Eerste Wereldoorlog uitbrak; niettemin had men op de 22ste september uiteindelijk toch meer dan 300.000 betalende bezoekers binnen de poorten gehad.
Over het doel van de tentoonstelling was het organisatiecomitť, in de termen van de tijd breedvoerig 'Hoofdbestuur der Vereenigde Koloniale Tentoonstelling Semarang' geheten, heel concreet.
Het was in 1913 honderd jaar geleden dat Nederland zijn onafhankelijkheid had herkregen en dit jubileum diende op grootse wijze gevierd te worden. Gouvernement en bedrijfsleven zagen dit als een gelegenheid om ruimere bekendheid te geven aan de grote prestaties die in de tussenliggende eeuw door de Nederlanders in IndiŽ waren verricht:

De Semarangsche Tentoonstelling beoogt van den merkwaardigen opbloei van IndiŽ een overzicht te geven.
Zij wil in ruime mate de gelegenheid openen om in aanschouwing te brengen hetgeen op elk gebied van koloniale werkzaamheden door IndiŽ bereikt is en nog bereikt kan worden.
Zij wil Koloniaal Beheer, Landbouw, Handel, Nijverheid, Verkeer in alle voorname vertakkingen omvatten en daarnaast gelegenheid bieden aan Nederlandsche en buitenlandsche nijverheid te toonen op welke wijze aan IndiŽs behoefte wordt en in uitgebreide mate kan worde tegemoet gekomen' , om te eindigen met het uitspreken van de wens 'Dan zal IndiŽ op de schoonste en vruchtbaarste wijze herdenken het 100-jarig feest van de herwinning van Nederlands onafhankelijkheid.'

Het 26 ha grote tentoonstellingsterrein, gelegen aan de Pieter Sijthofflaan op het landgoed Randoesarie, was beschikbaar gesteld door de befaamde Chinese zakenman Oei Tiong Ham.
Het was bezaaid met expositieruimten en paviljoens-1 (paviljoens-2), die 's avonds feestelijk werden verlicht door gaslantaarns en elektrische lampen; vooral de elektrische illuminatie van de hoofdpoort oogstte alom bewondering van het toestromende publiek.
Het idee van de tentoonstelling werd gedragen door de volgende thema's: Koloniaal beheer, Land- en tuinbouw, Inheemsche nijverheid, Uitheemsche nijverheid. Handel, Verkeer en, ten slotte: De Vrouw. Wat dat laatste onderwerp betreft, spiegelde de organisatie zich aan Nederland, waar 'De Vrouw' bij de herdenking van 1813 ook aandacht had gekregen.

Het uitbreken van de wereldoorlog, op 1 augustus, maakte dat de plechtige opening der tentoonstelling, die voor 13 augustus gepland was, naar 20 augustus moest worden verschoven.
Verder achtte de Indische regering, niet het oog op de internationale situatie, het beter om de opening niet door gouverneur-generaal A.W.F. Idenburg te laten verrichten, maar door de directeur van het departement van Landbouw, Nijverheid en Handel, dr. H J. Lovink.
Wel bracht Idenburg op een later tijdstip een bezoek aan Semarang.

Ander hoog bezoek was o.m. dat van de Soesoehoenan van Soerakarta.
Met de verwachte buitenlandse belangstelling viel het door de gespannen situatie in Europa nogal tegen.

Zo waren er wel exposities uit Japan, China, AustraliŽ, Brits-IndiŽ, Frans Indo-China, Amerika en zelfs uit SyriŽ, maar de Europese landen bleven weg.

Ook moet het bezoekersaantal onder de verwachtingen zijn gebleven: in totaal werden er 320.896 dag- en avondkaarten en 2324 abonnementen verkocht.
De tarieflijst biedt, onbedoeld, een interessante kijk op de toenmalige verhoudingen in de Indische samenleving:

Voormiddagkaarten voor Europeanen en Vreemde Oosterlingenf 0,50
Idem voor kinderen van Europeanen en Vreemde Oosterlingen
beneden de 10 jaar
f 0,25
Oosterlingen beneden 10 jaarf 0,10


Jammer genoeg vermelden de verslagen niet hoe de verdeling van de bezoekers naar 'landaard' was.
Het zou verder boeiend zijn te weten of bezoekers uit de hogere lagen van de Javaanse samenleving, ook het Inlander'-tarief betaalden.

Een ander aspect aan deze koloniale tentoonstelling was dat de eerdergenoemde poster, met de voorstelling van een Javaanse bruid, ontworpen was door de socialist Albert Hahn, bekend door zijn karikaturen in het orgaan van de SDAP, Het Volk.

Niet minder opmerkelijk is dat in het monumentale tweedelige Gedenkboek van de tentoonstelling een artikel is opgenomen van H. Sneevliet, een radicaal socialist die een paar jaar later IndiŽ zou worden uitgezet, maar zich in 1914 in zijn toenmalige functie van secretaris van de Semarangsche Handelsvereeniging een warm pleitbezorger van de koloniale economie toonde.


(bron: Asia Maior)