Indonesian
Nederlands - verleden, heden an toekomst
Belajar - leren of studeren
Pergi - gaan
Sudah - al, reeds
Telah - reeds
Akan - zullen, gaan, willen, zal
Sedang - bezig, bezig met, middelmatig, terwijl, voldoende
Belum - nog niet
Pernah - ooit
Belum pernah - heeft nooit
Selalu - atijd
masih - nog, nog steeds
Akan selalu - zal altijd