Indonesian
Nederlands - richting
Bagaimana - hoe
Belok - bocht
Kiri - links
Kanan - rechts
Jalan - lopen of straat
Terus - aanhouden (doorgaan)
Berhenti - stoppen
Selama - gedurende, tijdens
Lalu - daarna, vorige
Lampu merah - stoplicht (rood licht)
Simpang empat kruispunt
Pertama eerste, allereerst
Kedua tweede
Ketiga / Sebelah derde / opzij, naast, aangrenzend