
Mangga/mango
Familie Anacardiaceae
Dit is een der meest verbreide vruchtbomen, die echter alleen in het warme laagland en in de lage heuvelstreken overvloedig draagt.
Er zijn tal van gecultiveerde vormen, waarvan de vruchten naar vorm en smaak zeer verschillen.
De mangga golek uit de Oosthoek is wel de grootste en lekkerste naast de mangga harum manis, de mangga gadung en de mangga madu.
Ook de mangga kopyor uit de omstreken van Surabaya behoort tot de grove, doch zeer smakelijke soorten.
De mangga gedong is een kleine soort. Deze komt voornamelijk uit het
Cheribonse en kan ook nog tot de tafelvruchten worden gerekend.
Een andere kleine mangga is de mangga bacang, die praktisch alleen door de bevolking wordt gegeten (onrijpe vrucht van mangga bacang). Het sap veroorzaakt een ontsteking van de mondholte en van de huid, waarmee het in aanraking komt.
De mangga is wel een van de smakelijkste vruchten, die in de Archipel groeien. Lang niet iedereen kan echter mangga verdragen. Velen krijgen er puisten van, enkelen uitslag en zelfs koorts. Het verdient steeds aanbeveling mangga uit te zuigen en de onverteerbare vezels niet in te slikken. Vooral voor kinderen zijn deze zeer slecht, omdat ze de maag te veel bezwaren. Een grote vrucht per dag, s middags na de maaltijd, is voor kinderen meer dan genoeg. Grotere hoeveelheden zijn schadelijk.
Kinderen eten graag jonge onrijpe mangga's, wat men moet afkeuren. Kolieken, buikziekte, moeilijk plassen en hoofdpijn zijn er het gevolg van.
Tot moes gestoofd, zijn jonge mangga's echter een gezond en smakelijk eten. De mangga gurih is hiervoor het meest geschikt. Deze heeft n.l. geen terpentijnsmaak, is niet zuur en bevat veel zetmeel.
Zij, die een nier- of blaaskwaal hebben, mogen geen mangga eten.