a.jpg##
A
is een
A
rit om gras mee
te snijden
b.jpg##
B
is de
B
aboe, die nonnie
moet rijden
c.jpg##
C
is een
C
ent, voor een
bedelaar op straat
d.jpg##
D
is de
D
apoer, waar men
kookt, bakt en braadt
e.jpg##
E
is een
E
l, om het goed
mee te meten
f.jpg##
F
is een
F
eest, waar ze lekker gaan eten
g.jpg##
G
is de
G
oedang, waar men
alles bewaart
h.jpg##
H
is de
H
adji, die rijdt op
een paard
i.jpg##
I
dat is
I
sah, die maakt hier
een baadje
j.jpg##
J
zijn
J
avanen, die houden
een praatje
k.jpg##
K
is een
K
arbouw, die staat
hier te droomen
l.jpg##
L
is een
L
oetoeng, die leeft
in de boomen
m.jpg##
M
is een
M
anga,
sappig en zoet
n.jpg##
N
is de
N
čnčk, die een
kennis ontmoet
o.jpg##
O
is een
O
ndel-ondel,
die danst op de straat
p.jpg##
P
een
P
enatoe, die de
wasch drogen gaat
r.jpg##
R
is een
R
onggeng, die
tandakt op 't feest
s.jpg##
S
een
S
ado, die naar
't spoor is geweest
t.jpg##
T
is een
T
okčh, en deze
is een kwade
u.jpg##
U
zijn
U
niformen voor
dienst en parade
v.jpg##
V
dat is
V
ictor, dien
baboe leert loopen
w.jpg##
W
is de
W
aroeng, waar
men eten kan koopen
ij.jpg##
IJ
is het
IJ
s, bij het
pond afgewogen
z.jpg##
Z
is een
Z
uurzak, die we
straks proeven mogen