Verhalen door:

Sluiten Derks, H.A.T.

Sluiten Eijgelsheim Eric

Sluiten Geugten J.E. van der

Sluiten Groot, Kees

Sluiten Hofwijk J.W.

Sluiten Indonesië

Sluiten Jonge, Jaap de

Sluiten Kol, van H.

Sluiten Kuin, Herbert

Sluiten Levert-van der Mijll Dekker, Els

Sluiten Melati van Java

Sluiten Nuhoff, Betsie

Sluiten Numans, Mary

Sluiten Pieters, Lody

Sluiten Putten, Krijn van

Sluiten Renesse, Lucie van

Sluiten Tebbenhoff H.

Sluiten Velleman, Luwi

Sluiten Verschuren, Naomi

Hoorspel / Luisterboek

Sluiten Documentaire films

Sluiten Spoorloos

Sluiten Verhalen in Pètjoh

Sluiten Boomsma, Graa

Sluiten Brooshooft. P (Toneel)

Sluiten Daum P.A.

Sluiten Dijk Ko van

Sluiten Hella Haasse

Sluiten Keuls, Hans

Sluiten Louis Couperus

Sluiten Mark Loman

Sluiten Multatuli

Sluiten Olaf J. De Landell

Sluiten Pramoedya Ananta Toer

Sluiten Soer Josephine

Sluiten Székely-Lulofs M.H.

Sluiten x - MP3 Software

Putten, Krijn van - Tussen de 1ste en 2de Actie

Lees voor met webReader

Tussen de Eerste en de Tweede Actie.

   En de wereld begint weer eens voor de zoveelste keer voor Krijn en zijn maten te veranderen. De Hoera stemming van de Eerste Aktie is verdwenen en geregeld moet er grote schoonmaak samen met het één of andere bataljon worden gehouden. Steeds meer zwervende bendes maken overal rotzooi, maar ook de Diponegoro brigade is weer een beetje van de grootste schrik bekomen. En er duiken onderdelen op met klinkende namen, zoals de Siliwangi-divisie van onze, bij vriend en vijand zeer geliefde Generaal Nasution, de  Rommel van de TNI. En niet te vergeten de geschifte jongelui van de Tentara Beladjar, als ze al zo heten, het arrogante en megalomane studentenleger. Onder spéciale bescherming van de President himself! Met hetzelfde sop overgoten als de knettergekke Hjotters. Hebben hun hersenspoeling gekregen van een echte Psycholoog van de universiteit van Tokyo. Precies zo’n vent als die de Kamikaze piloten zo idioot kreeg compleet met vliegend explosief doodskistje op de Amerikaanse Carriers te duiken. De Darul Islam met de lange haren zijn in een paar weken berucht en beroemd, denken echt dat ze onkwetsbaar zijn. Ze gaan pas weer naar de kapper als de laatste Hollander uit hun land zal zijn verdwenen. Met een half Brenmagazijn tussen de ribben zoeken ze nog naar hun djeroekmesje! Ondanks het afslachten door de TNI van minstens honderdduizend communisten, in de laatste paar jaren op heel Java, blijven die gasten ook nog steeds meedoen! Echt een ramp zijn de zwervende roversbendes, bloedgemeen en geen haar beter dan de gangsterclubs van de Chinezen in de grote steden.

   En al die verschillende groeperingen haten elkaar als de pest, urenlange schietpartijen waar geen enkel onderdeel van de T- Brigade wat mee te maken heeft.  Als ze allemaal als één man zouden aanvallen, was het in een paar dagen over en uit! Een denkbeeld om heel lang van wakker te liggen.

   Krijn en z’n maten zijn weer vreselijk belangrijk. Echt het werk waarvoor ze gekomen zijn. De magische woorden: ‘mee naar voren, mee met de OP.’ ‘OPIE’ moet je op z’n Aldershots zeggen. Observation Post! De vuurleiding van de Batterij. Heel de dag met de infanteristen meelopen en zo ver en diep mogelijk wegkruipen als de heren aan het matten zijn.  Tenslotte zijn dat de echte vakmensen! Volgens de stelregel van Leo moet je nooit bij lui in de weg lopen als ze bezig zijn met hetgene waarvoor ze geleerd hebben.

   De bataljonscommandanten hebben de zaak nog goed onder de duim en de jongens lopen zich te pletter. Zalig afgeschermd door een  gewelddadig inleidingsvuur en wanneer nodig royaal ondersteund door de hele afdeling worden alle kampongs en bijbehorende bosjes uitgekamd en soms platgebrand en het is weer even rustig. De rust van een kerkhof, er leeft geen kip meer!

   Krijn doet op een nacht een ervaring op, die  even onuitwisbaar blijft als die met de eendendonsjes en het schippershondje, heel vroeger in de haven, thuis in het verre Holland. Bij het doorzoeken van een kampong trapt een Amsterdammer een deur open van een kamponghutje. Bij een oliepitje bibbert een vrouwtje met een meisje en een jongetje van een jaar of vier. Het jongetje huilt aan één stuk door en roept telkens met gierende uithalen: ‘bapak sudah mati.’ Papa is al dood! Honderd meter verder hoort hij het nog!
 
     De Kapitein batterijcommandant met zijn hulpje voor het rekenwerk en een paar jongens voor de radio voor de verbinding. Dat rotding is loodzwaar, moeilijk te bedienen en laat het altijd op de meest kritieke momenten afweten. De infanteristen zijn van de ondersteuning van de batterij afhankelijk en hebben meestal een soepel werkend systeem en in combinatie daarmee loopt het telkens nog goed af. Af en toe komt de Snip. Dat is een rochelend vliegtuigje met een mannetje van de vuurleiding. Met gele lappen kan je de bestelling in een soort code overbrengen als er geen radioverkeer meer is. En verdomd, het werkt nog ook. Oproepen gaat prima door een liter benzine en afgelopen carterolie over een kamponghut of een rietscherm te gieten en aan te steken. Dat fikt en rookt als de ziekte! En maar lopen en nachtenlang bibberen in de kou, voordat het weer licht en lekker warm wil worden. Na een dag hard sjouwen een reepje Kwatta en tien sigaretten, plus een flesje limo bij de kantinewagen, een extra kwartje gevarengeld op het maandstaatje. Een kinderhand is snel gevuld.

   De batterij wordt, als er geen groot werk te doen is, overal op afgestuurd en met allerhande bijbaantjes opgescheept. Stukken weg  open  en vrij van mijnen en andere rotzooi houden. Geen mens  weet hoe dat moet. Boeken vol hoe alle troep er uit ziet. Krijn weet al van de Trixdoosjes dat er nooit iets klopt van  tekeningen en ontwikkelt een heel aparte techniek om de problemen op te lossen. En absoluut veilig voor Japanse spullen waarmee is geknoeid, die zijn net zo onbetrouwbaar als de makers met de scheve oogjes zelf. Gewoon een overbemeten springlading en alles dendert netjes de lucht in. Kunstje van de oude KNIL-binken, verbeterd en voorzien van nieuw denkwerk.

   Het vervelendste is het wachtkloppen. Twaalf lange uren in een stelling met een man of vier, om stapelgek van te worden. Lezen gaat niet en alle verhalen zijn  al honderdmaal verteld. Zegt er één wat dan is het direct, ‘ga maar niet door, weten we al honderd jaar.’

    Sommige gasten doen uit stomme verveling de gekste dingen. Durk en z’n maat Adrie hebben een variant op het Russisch roulette uitgevonden. Een spoorbrug wordt bewaakt vanuit een put met een .50er zware mitrailleur. Onder aan de brug zit een vlakke spant waar je precies op kan hurken, met je handen om een stuk pijp en de broek naar beneden zit je daar dan lekker in de goede positie voor een grote boodschap. De figuur op de spant steekt, gezien vanuit de schuttersput,  prachtig af tegen het spiegelende water, vooral nu de maan helder schijnt. Durk zit in uiterste concentratie op de spant en op zijn  ‘moment suprème’ jaagt Adrie een riedel lichtspoor onder de billen van z’n maatje door. Alleen bij  zwaar gestoorden van dit kaliber loopt zo iets af zonder een doodssmak in de kali, twintig meter naar beneden. Durk is alleen maar hier en daar en beetje bruin bespikkeld. Een paar blaren op zijn reet van de wegspattende lichtspoor fosfor zijn geen praat waard! Even later kijken ze elkaar tijdens een innige omarming vol wederzijds begrip en respect diep in de ogen

   Het patrouille lopen is ook een taak voor de batterij geworden. Een rondje om de buitenpost heen om de mensen in de kampongs te laten zien dat er goed op ze wordt gepast. Met een man of twaalf en Krijn is de Brenschutter op de staart. Leo speelt voor helper en let goed op dat de Aldershotter, die met zijn drie strepen voor baas mag spelen, geen al te stomme dingen doet. De rangen in de batterij zijn al lang vervaagd en daarvoor is een natuurlijke hiërarchie in de plaats gekomen. Tijdens de dagelijkse gang van zaken is hier weinig van te merken. De sterren en strepen doen net of ze echt de baas zijn en passen wel op zich niet het ongenoegen van de troep op de hals te halen. Alleen het meest noodzakelijke wordt van de ondergeschikten verlangd en die hebben op hun beurt een systeem ontwikkeld om met een minimum aan inspanning de gewenste prestatie te leveren. Geen inspecties, net zolang op je nest blijven liggen als lekker is, groeten doet niemand meer, schoenen en koper poetsen is werk van de  djongos en appèl alleen om vijf uur in de middag. De wachtcommandant controleert om twaalf uur in de nacht of iedereen onder de klamboe ligt en niet als bierlijk ergens in de bosjes door de malariamuggen verrot gestoken wordt!

   Zo lang alles normaal draait, er geen onverwachte dingen gebeuren, alles onder contrôle is van de Aldershotters, worden de rangen  in hun waarden gelaten. Dat is makkelijk en waarom zou je je als ondergeschikten druk maken als de zaken netjes voor je geregeld worden.

   Maar alles verandert als het hachje van Jan Soldaat in het geding komt. Dan bakken de sterren en strepen er niks van. Bij de konvooibeschietingen en de patrouilles in moeilijkheden  en de nachtelijke overvallen op de buitenposten en het matten op korte afstand gaat het er heel anders aan toe. Alle stoere binken en lawaaischoppers zijn als in de grond verdwenen en een handjevol keiharde maten neemt het circus over en knokt de zaak naar eigen inzicht uit! Kleine Jaapje met z’n ziekenfondsbrilletje vloekt en schreeuwt z’n vertrouwelingen bij elkaar,  zet de Brenschutters aan het werk en de eerste handgranaten van Adrie en Durk overbruggen Olympische record afstanden. De enige van de officieren die overtuigend leiding weet te geven bij poep aan de knikker is de batterij luitenant. De rest is in geen velden of wegen ergens te bekennen, ze vallen in ieder geval niet op. Onverantwoordelijk om een legeronderdeel werk te laten doen waar het nooit goed voor is opgeleid. En met een absoluut onvoldoende uitrusting!

   Leo is een sleutelfiguur, gaat altijd calculerend te werk en laat zich nimmer door émoties of andere irrélevante zaken leiden. Knokken is prima als het nodig is, maar geen moment langer gevaar lopen of risico nemen  als strikt onvermijdelijk. Is het voorbij, nergens meer over praten en doen of er niks gebeurd is. Zo als Jaapje de maten tot het uiterste weet op te zwepen, zo is hij de man die de dol drieste meute weer op tijd tot bedaren brengt.

   Na verloop van tijd wordt het op Midden Java een maand of  drie lekker rustig. Op Oost Java heeft de TNI volop werk met het bloedig de kop indrukken van de zoveelste communistische opstand in voorbereiding en op West Java smoort het Korps Speciale Troepen, ondertussen versterkt met een zooi verse SSers uit Holland nog veel moorddadiger alle mogelijke herrie in de kiem. Patrouilles zijn leuke wandelingen en een keertje in de tien dagen een wachtje is wel om vol te houden. De batterij luitenant is net zo’n wetenschapsmannetje als Leo en samen organiseren ze tochten naar bijzondere toestanden in de omgeving. Een serie tempels uit de Hindoe tijd wordt herontdekt en een paar uitgewerkte vulkanen onderzocht, alles netjes op de foto en de situatie uitmeten met paal en theodoliet van de vuurleiding. Als de kinders maar zoet zijn! Iedereen krijgt een vrachtje bijzondere stenen in de tas of wat schraapsel van de stinkende uitgedoofde vulkanen. Thuis grote bonje over de vraag wie de helft onderweg heeft laten staan of moedwillig verloren.

   Het is heerlijk in de omgeving van Salatiga, het klimaat is als van  de beste zomers in Holland, lekker warm en de nachten zijn echt wel koel. Iedere dag zwemmen en je kan wel twee keer in de week met het konvooi mee naar Semarang om door te zakken in de Tijger Club, als je geld hebt, of anders maar naar de bioscoop.

    Voor de liefhebbers meiden in alle soorten en smaken. Het is soms wel even zoeken maar als je het  door hebt is het zo te organiseren dat je niet naar de kamponghoeren hoeft. Het eenvoudigst is om ze als wasbaboe in te lijven. Idéaal is samen met een maat twee meiden op naam van één van de twee te laten werken op kosten van de batterij. Je legt er wat bij en van het beetje werk wat ze moeten doen hebben ze niks te lijden. Om de maand naar de dokter is er bij inbegrepen. Onderdak voor de grieten is overal makkelijk te vinden voor af en toe een baaltje rijst of andere gejatte spullen,  zoals een blik kerosine of een paar meter katoen. Uren en uren lekker met zo’n slank lijfje spelen is ook voor de meiden zelf een openbaring. Zou het voor een Javaan een wipje van drie minuten zijn en voor de rest niks? Voer voor sexuologen! Een groot probleem zijn de perkara’s waar je in verwikkeld kan raken door ongewenste zwangerschappen of andere hysterische toestanden van vrouwelijke listen en lagen! De enige oplossing is dan overplaatsing aanvragen en hals over kop met de Noorderzon in het Oosten verdwijnen. Arme Sarina! De Koninklijke Landmacht is zo preuts als de Ger. Bonders en de hele Katholieke Clerus samen en van  ‘Ehrenkinder der Wehrmacht’ hebben ze nog nooit gehoord. De Hypocrieten! Geen dubbeltje voor de kindjes van plezier.

   Het super nette en fatsoenlijke bataljon uit het Noorden van het land wordt overgeplaatst naar West Java en  daarvoor komt een zooi ongeregeld terug dat daar bij de lieve Soendanezen niet langer te handhaven is geweest. OVW’ers van het eerste uur en tussen alle bedrijven door al meer dan twee jaar compleet van God los en overbekend met alle Werken des Duivels! Of de tijd drie jaar heeft stilgestaan! Allemaal gasten van tegen de dertig of ouder en Krijn met al zijn kennis van alle soorten Duits en dialecten heeft grote moeite om wijs te worden uit de rochelende keelklanken. Het is Limburgs uit de donkerste spelonken van de kolenmijnen en het rauwste Duits uit de  Bierkeller. Het grootste deel van de kleding is een samenraapsel van Australisch junglespul en producties van Chinese kleermakers en de petjes zijn praktisch kopie van de hoofddeksels van de Gebirgsjäger. Het meest lugubere aan de lieverds zijn de mooi gebatikte halsdoeken in felle kleuren. Krijn moet gelijk aan de levensgevaarlijke Obersturmbannführer denken op het Sondertransport. De losgebroken gek met zijn damessjaaltje en twee bloeddorstige lijfwachten en het doorladen van de Lüger en de Schmeissers. Het verschijnsel van geharde soldaten om zich te versieren met mooie sjaaltjes of afwijkende hoofddeksels wordt door alle deskundigen gezien als een teken van absoluut door- en dolgedraaid zijn en het ontbreken van de laatste remmingen! Of ze ergens ver weg uit een ander zonnestelsel komen. Ze lopen anders, ze bewegen anders en de sterren en strepen staan stuk voor stuk in hemelhoog aanzien. Een kort bevel, draaien een  kwart slag om en alles in de looppas! Het appèl drie keer op een dag is een lust om te horen en zien. Zelfs de sergeant-majoor loopt de laatste tien meter voor het rapport aan z’n ouwe in de dubbele. Als ze over de Bodjong marcheren op Koninginnedag daveren de liederen tegen het BP gebouw op! Het praatje gaat dat er veel SSers tussen zitten, het kan eigenlijk niet anders als je alles op een rijtje zet!

   Een week later een zuiveringsaktie met de eerste en tweede compie van de Limburgers. De hele afdeling gaat in stelling en het is vlak in de buurt. Krijn en z’n maten gaan met de OP mee en het wordt heel wat anders dan het bekende gesjok in de ganzenmars van tjotje naar tjotje en wachten en kijken  of er wat wil gaan gebeuren. Ze komen bij het eerste peloton terecht en moeten bij de tweede sectie blijven. Pas bewegen als de pelotonsluitenant een teken geeft en voor de rest is de sergeant de baas en niemand anders. Alle secties van een man of tien bewegen als marionetten, net kralen aan een ruim snoertje, toch soepel en het is hollen of stilstaan. En als ze lopen gaat het op een rare gebukte manier en bijna altijd in de looppas. En van dekking naar dekking. Bij stilstand  op de knie geleund, klein gemaakt en liefst achter een walletje of een dijkje of in een greppeltje, al staat er water in. Gaan ze tegen een walletje liggen, eerst de rechter schouder tegen de grond, over de rug rollen naar de andere kant en ondertussen overal heen kijken, de boel goed in je opnemen en dan schietpositie voor over het walletje innemen. Waffen SS en Wehrmacht ten voeten uit. Vooral dat gebukt op een holletje lopen. Of je naar de Wochenschau zit te kijken!

   Het gaat razendsnel en het stel hufters van de Tentara Beladjar is nog niet van het openingsvuur bekomen of ze zijn al  van drie kanten ingesloten en worden de vlakke sawah’s zonder enige dekking in gedreven. De ‘Kessel’ tactiek van de Wehrmacht! Dat hebben de jongens van de OP nog niet bij de hand gehad en de batterijcommandant laat de hele afdeling zes keer snelvuur geven. De ondersteunings compie met een paar 3inch mortieren is hem net voor, maar het is mooi dat de 9veld ook alles precies afdekt. Wat nog leeft wordt door de Brenschutters van de infanterie afgemaakt. De kleine vlugge mannetjes blijven maar doorlopen, de meeste zonder wapens. Sommige jongens roepen dat ze stil moeten blijven staan, dat ze dan blijven leven, het helpt niks! Wat een slachtpartij, om misselijk van te worden.

   Als alles op de uitgangsstelling terug is heeft Krijn tijd om de nieuwe aanwinst grondig te bekijken. De spullen van de lui herinneren aan heel andere tijden. De bewapening blijkt voornamelijk particulier bezit te zijn. Meegebracht van  thuis of misschien zelfs wel gebruikt bij een andere baas aan het Oostfront. Vlak na de oorlog lag het bij hen overal vol met al dat moois. En de legerleiding maar shoppen bij de Engelsen, het tien keer betere Krupp spul ging de versnipperaar in. ‘Wien de Goden verderven willen, dien slaan zij met blindheid!’ Iedereen schijnt wel wat aan de hand te hebben gehad. Waar komen anders al die prima Schmeissers en Lüger pistolen vandaan? Een paar peletons hebben zelfs een MG34, de razendsnelle mitrailleur van de Wehrmacht, met het geluid van een cirkelzaag, demoraliserend voor iedere tegenstander. De drie steelhandgranaten in de koppel vallen zelfs niet eens op! De baas van het circus heeft heel wat weten te organiseren en moet zelfs af en toe een clandestien vrachtje van overzee krijgen.  Krijn raakt even met hem in gesprek, slaat de toon aan die op de Sondertransporten tegenover goede klanten gebruikelijk was en zit direct op de goede frequentie van de man. Dat taaltje beheerst hij perfect en knipoogt als Krijn zich volgens de oude riten model afmeldt bij de Obersturmbannführer,  pardon Overste.
 
     En het zal echt niet waar zijn! Je moet maar lef hebben en ze zijn er niks verlegen mee. De Nahkampfspange in brons en zilver dragen sommige jongens op het borstzakje en een dikke sergeant heeft zelfs twee maal het T34 Abzeichen op de linkermouw. En hier en daar een lintje dat verdacht veel lijkt op het roodwitzwart van het EK4.   En dan te bedenken dat er nog een juweeltje van een complete divisie aanwezig is in Holland, gehard en gelouterd aan het Oostfront. Je hoeft maar te fluiten en ze stappen op de eerte de beste strontschuit om in de Oost te komen. Ze waren zelfs later zo gek om massaal naar Korea te vertrekken! Maar nee, die kan je niet gebruiken voor het brengen van ‘Orde en Vrede’ in onze rijke kolonie! Dat zou politiek niet correct zijn. En bovendien, het zijn toch SS’ers,  landverraders volgens Dr. Lou de Jong, die het in Londen allemaal precies heeft gevolgd en later een stapel boeken vol met verzinsels heeft geschreven en er een paar miljoen mee heeft verdiend! En oorlogsmisdadigers volgens het Tribunaal in Neurenberg! Nee, die moeten berecht worden en opgesloten en de kolenmijnen ingejaagd. Hoe je het vermoorden van honderdduizend en misschien nog veel meer onschuldigen op Java door brave Hollandse jongens moet noemen, in opdracht van een misdadige regering, heeft nog nooit iemand kunnen verzinnen. Nederland had zijn DjocjaGrad eigenlijk net zo goed moeten hebben! En die gore moordpartij bij Klaten dan maar precies zo iets als de  mini slag van Kursk! En verdomd als het niet waar is. De Heren in den Haag zouden alles af laten sterven en lekker laten verrekken, bij veertig graden boven in plaats van onder nul, net zo als die andere  rotzakken in Berlijn met het zesde leger van von Paulus omsprongen! Alleen de Jan-Willems en hun handlangers met de laatste KLM Constellations  terug naar het Vaderland. De rest hoeft er alleen nog maar voor te sterven!  Die schurftlui van Oranje Boven zijn gaan haar beter. Altijd weer is het kleine Jan die bedrogen en belazerd wordt en na het vuile werk blij en dankbaar moet zijn dat hij er alleen maar vanaf komt met een schop onder zijn reet en een bezoedelde naam. Of hij nou bij de Viking of bij de T-Brigade heeft gezeten. Stekeblind en horenddoof  alles geloven van het stelletje humbug met mooi zilverdraad en een afgekloven koppie op de zwarte pet. Of een brullende Leeuw op de mouw en een rode band om de Pieteroliepet. Of de Heren Jezuïeten, de eigen zwendelzooi van OLH. Krijn en z’n maten hebben niet veel twijfels meer over de aanwezigheid van de oude Waffen SS, zelfs in de oude en vertrouwde Tbrigade!

   Als het later goed verkeerd gaat na de Tweede Actie en alle bataljons er de brui aan geven, zal er vreselijk veel van de Limburgers worden gevergd. Samen met een compie van het Korps Spéciale troepen en een zooi uitvaagsel van  de rest van de Brigade, de Nacht und Nebelclub.

    Voor het smerige werk in de toekomst verzamelen een stel officieren met oogluikende toestemming van de Divisie Generaal een aantal geschikte jongens uit de verschillende onderdelen. Ze rekenen op een harde cel van  vierhonderd man. Leo snapt het al heel vlug. Hij maakt al een tijdje deel uit van een netwerk van lieden die rekening houden met een totale ineenstorting van de Koninklijke Landmacht. Dan zal er een vastberaden troep van een vierduizend  man nodig zijn voor het Bruggenhoofd Semarang. Voor het ‘sauve qui peut.’  Door alle rangen en standen heen en via via komen de mensen met veel invloed, en vooral veel gezond verstand met elkaar in contact. Leo heeft als opdracht een ploeg van een man of twaalf samen te stellen die zelfstandig in de te vormen commando eenheid van de Brigade kan mee werken. De keus is snel gemaakt: Leo, de batterijluitenant, korporaal Tonny, Jaapje, Krijn, Adrie en Durk  en de vriendjes van de laatste twee. Ieder is spécialist in het één of het andere, of in soms wel meer dingen. Leo heeft zich het laatste  jaar in Militair Recht verdiept en let op dat ze niet in een juridische valkuil terecht komen. Alles moet wel volgens het boekje! En Leo ontwikkelt in vele nachtelijke uren  een géniale techniek om de mannetjes van de NEFIS op het verkeerde been te zetten. Deze bunzings zijn een groot gevaar en kunnen de zaak op een gruwelijke manier verzieken! Val je in handen van de corrupte Krijgsraad, allemaal  linkmichels en hielenlikkers van HM en de Regering, dan kan niemand je meer helpen!

      Met medewerking van batterijluitenant Charles en een mannetje op het bureau zien Leo en Krijn kans om af en toe een nachtje over te blijven in Semarang. Eerst op bezoek bij de Chinese notaris. Leo praat urenlang met de vriend van zijn familie en ze maken kennis met een kandidaat. Een uitgeslapen jongen, van een Chinese club die al heel lang in Holland woont. Hij is een jaar bij Oom om zijn studie Indisch Recht aan de praktijk te toetsen. Na een uurtje praten heeft Leo er al weer een vriend voor het leven bij.  De notaris luistert naar Leo en waarschuwt hem als hij de verhalen hoort over wat er in de Brigade aan de hand is. Een oude rélatie van hem, die Hoogleraar Militair Recht is geweest, komt  een avondje op bezoek en samen met Leo praten ze alles door. Het wordt al vlug te moeilijk voor Krijn. Woorden en begrippen als ‘insubordinatie’ en ‘samenzwering’ en ‘ondermijning van het gezag’ zijn nog wel te begrijpen maar even verder is er geen touw meer aan vast te knopen. Hij wil een paar uur de stad in naar een kennisje maar Leo heeft hem liever bij de hand. Nadat de notaris een vrachtje papier van Leo in ontvangst heeft genomen vlug een paar uur slapen in het Tijgernest, het heerlijke verlofcentrum.

   Meneer de G. is de volgende op het lijstje die hoog nodig weer eens moet worden opgezocht. Een oude belofte van meneer gaat in vervulling en samen lekker eten bij toko Oen. Leo heeft van alles door te praten en hoort weer een paar nieuwtjes uit de wereld van de planters die er niet om liegen. Na de lunch bij Oen de geleende Jeep bij de Brigade terug brengen en daar blijft Leo nog een uurtje praten met een kennis en heeft net nog tijd om alles op te schrijven. Een vriendje brengt de papierwinkel naar de notaris en om tien uur in de avond komt de drietonner van de batterij Krijn en Leo bij het Brigadecommando ophalen.

   Ondanks het vele wachtkloppen en de patrouilles is het een goede tijd, Krijn leert veel van Leo en samen werken ze aan een documentatie die later nog wel heel goed van pas zal komen. Alle rottigheid die uitgehaald wordt bij de onderdelen van de Brigade komt netjes op papier. Heel voorzichtig lui opzoeken die voor getuige kunnen spelen en in een paar gevallen zijn er jongens te vinden die bij de notaris een verklaring af willen leggen over een akkefietje waarbij iemand betrokken is waar ze een bloedhekel aan hebben. Eén van de officieren van de afdeling  zit ook in de tang en meneer krijgt op een keer de rekening aangeboden. Altijd makkelijk als er bij een gelegenheid iets in de kiem gesmoord moet worden en er dan voldoende wisselgeld is. Het is bloedlink en oppassen voor de NEFIS, de Militaire Politie  en vooral de eigen matennaaiers! Later bij een heel grote rel met de MP zal het vele werk zijn vruchten afwerpen en een drietal jongens van een paar jaar militaire détentie redden. Op een manier die verre van kosjer is, met een viertal meineden en  een karrenvracht chantage, maar alles beter dan voor jaren de kast in!

   Onrust in de Brigade als generaal Spoor plotseling dood is. ’s Avonds worden Leo en Krijn en de rest van de maten door de batterijluitenant opgehaald en het gaat opgezakt in volledige bepakking naar de Brigade. Met vier wagens en zelfs de Pantserknots gaat mee. Niks aan de hand, geen militaire coup of paleisrevolutie en met bedankt voor de moeite weer terug naar het kamp. Toch griezelig, al dat gedoe en Leo vindt dat ze zo veel te veel in de gaten lopen. Charles zegt dat ze zich nergens druk over hoeven te maken en dat ze nog meer werk zullen krijgen en dan vindt iedereen het op de duur wel weer gewoon.  Later na de tweede aktie verlopen de zaken totaal anders dan verwacht en verdwijnt het Brigade commando uit het zicht en gaat over tot een soort Nacht und Nebel tactiek. Als het later hier en daar bij de soevereiniteitsoverdracht op een buitenpost uit de hand begint te lopen komen de heren bij nacht en ontij de zaak weer op een rijtje zetten en dat gaat nooit met een gemoedelijk praatje.

   Ondertussen wordt nog een keer lelijk misbruik gemaakt van de uitslovers. Een clique officieren van de AAT en de Centrale Werkplaats heeft nog een appeltje te schillen met een Chinese gangsterbende. Die hebben vergeten om over de laatste maanden contributie te betalen en bergingsloon af te rekenen. De heren hebben een stuk of twintig zware vrachtwagens meerijden in de konvooien, worden door hun gastheren beschermd en bij het brokken maken netjes geholpen en waar nodig weer op de weg gezet met een takelwagen. Geen boter bij de vis en dan wordt het Incassobureau BZK. Binnen Zonder Kloppen. Vriendjes van vriendjes zetten het Commando op het verkeerde been en die ruimen in nacht en nevel een huis met inhoud op, even buiten Tjandi. Volgens het briefje een gevaarlijke inlichtingen cel van de Darul Islam. In het echt acht dooie Chinezen van de bende wanbetalers, die wat aan het vieren of bekokstoven waren.. De volgende dag voor twaalf uur is alles keurig door de overlevenden afgerekend. En de via-via vriendjes weten in eens nergens meer van. Geen dubbeltje voor de jongens van het Commando!

   Net zo iets is het geintje van de batterij met  een luitenant van de Militaire Politie. Deze meneer is op een nacht te pakken genomen door een paar aangeschoten maten, ging af als een gieter en zint op wraak. Bij het konvooi rijden worden, net als door de zware jongens van de A.A.T., hand en spandiensten verleend aan Chinese bedrijven die zelf wagens op de weg hebben of voor de ondernemingen rijden. Het gaat er niet zo grof en gewelddadig aan toe als bij de grote konvooien maar het spaarpotje is best de moeite waard, voor iedereen wel een dikke honderd roepies en dat is heel veel geld in die dagen. Bij een routine contrôle neemt de blonde luitenant alles in beslag. Hij zal best wel ergens gelijk hebben maar de gevolgen voor meneer zijn désastreus.

   In een klein eettentje, laat in de avond in een steegje achter de Bodjong, zitten de getrouwen met een man of acht te bunkeren. Is deze club binnen dan gaat de voordeur op slot, alles potdicht en de lamp op een laag pitje. De Chinese eigenaar weet precies wat voor vlees hij in de kuip heeft en laat door een paar Javaanse knechtjes de omgeving in de gaten houden. Als een schim schiet één van de verklikkers na een half uurtje naar binnen en fluistert Adrie iets in. Deze zet zijn maten op scherp en de Chinees heeft al lont geroken. Hij sluit het buffet af en verdwijnt met zijn geldkistje onder de arm. Adrie gaat alleen weg en de maten houden de adem in en maken vlug de flessen leeg. Nauwelijks een minuut later horen ze Adrie even schel op zijn vingers fluiten en als mussen vliegen ze allemaal ieder een andere kant op. Onmiddellijk komt de Chinees terug met drie meiden en ze beginnen alles van de tafels  af te wassen en de hele tent af te soppen en alles drie keer na te boenen. Zelfs de deurposten en de spoelflessen op het doosje. Een uur later ligt de luitenant van de MP met een dubbele kaakbreuk en vier tanden en drie kiezen minder voor vier maanden op puur vloeibaar in het Basis Hospitaal. De hele MP is op volle oorlogssterkte en ze halen zelfs de uileballen  van de NEFIS uit hun mandje. Het volledige piket van de Brigade is er als de kippen bij en het verkeer wordt bijna geheel stil gelegd. De verlofwagen van de batterij is hoofdverdachte en drie man van de MP rijden mee om de lui op de bekende adressen op te halen. Vier man bij diverse vriendinnen, twee man van een feestje, Krijn en Leo bij de notaris. Adrie staat heel onschuldig voor de Tijgerclub. Na urenlange verhoren, twee nachtjes bijna zonder slaap, schoenen inleveren, nagels peuteren en handen onder de Röntgen geeft de MP het voorlopig op. Bij de Chinees weten ze van niks en er is daar helemaal geen spoortje van de verdachten te vinden. Leo is er nog lang niet gerust op en samen met Charles en de nieuwe vriend op het kantoor van de notaris werken ze dag en nacht om op alles voorbereid te zijn. Mannetje voor mannetje wordt iedereen van een vaag en voor de hand liggend alibi voorzien en alles wordt van voor tot achter doorgepraat. Niks op papier en hou je maar van de domme. Na veertien dagen komen de kalkemmers terug en het is af en toe kantje boord. Als het bijna fout gaat begint de Tweede Aktie en dan hebben ze wel wat anders te doen. Na vijftig jaar houdt Adrie nog steeds stijf en strak vol dat hij de luitenant alleen maar een tik heeft gegeven en absoluut niks in zijn handen heeft gehad!

   Iedere nacht is het in de sector wel ergens raak met een grote knokpartij en je merkt aan alles dat het weer goed de verkeerde kant op gaat. Dagenlang is de hele afdeling geconsigneerd en dat is altijd een veeg teken! Munitie en andere spullen worden aangevoerd om heel Java uit te roeien of plat te leggen en aan de rest is ook al geen gebrek. Tegen de Kerstdagen in 1948 begint de Tweede Aktie!



Creatie datum : 21/07/2008 @ 15:05
Laatste wijziging : 14/11/2010 @ 18:01
Categorie : Putten, Krijn van
Pagina gelezen 7062 keren


Print preview Print preview     Print deze pagina Print deze pagina

Reacties op dit verhaal


Er heeft nog niemand gereageerd.


Share
Zoeken




Bezoekers 01-01-2008

 637722 Bezoekers

 6 Bezoekers online

TopArtikelen
^ Boven ^