Verhalen door:

Sluiten Derks, H.A.T.

Sluiten Eijgelsheim Eric

Sluiten Geugten J.E. van der

Sluiten Groot, Kees

Sluiten Hofwijk J.W.

Sluiten IndonesiŽ

Sluiten Jonge, Jaap de

Sluiten Kol, van H.

Sluiten Kuin, Herbert

Sluiten Levert-van der Mijll Dekker, Els

Sluiten Melati van Java

Sluiten Nuhoff, Betsie

Sluiten Numans, Mary

Sluiten Pieters, Lody

Sluiten Putten, Krijn van

Sluiten Renesse, Lucie van

Sluiten Tebbenhoff H.

Sluiten Velleman, Luwi

Sluiten Verschuren, Naomi

Hoorspel / Luisterboek

Sluiten Documentaire films

Sluiten Spoorloos

Sluiten Verhalen in PŤtjoh

Sluiten Boomsma, Graa

Sluiten Brooshooft. P (Toneel)

Sluiten Daum P.A.

Sluiten Dijk Ko van

Sluiten Hella Haasse

Sluiten Keuls, Hans

Sluiten Louis Couperus

Sluiten Mark Loman

Sluiten Multatuli

Sluiten Olaf J. De Landell

Sluiten Pramoedya Ananta Toer

Sluiten Soer Josephine

Sluiten Szťkely-Lulofs M.H.

Sluiten x - MP3 Software

Derks, H.A.T. - Herinneringen - 12

Lees voor met webReader
 


Herinneringen van een Stadswachter van Semarang.

December 1941-December 1945.



12) Drie en een halve maand in Nan Peleduk.

          (December 1943 - 25 Maart 1944).

De trein bracht ons in eenige uren door een mooi landschap, 
verder de vlakte in.
    De bevolking was hier en daar aan de veldarbeid en de heele omgeving was heel anders dan in de Jungle, die nu achter ons lag.
    De aankomst in het stadje Nan Peleduk gaf zelfs eenig leven. Er waren verkoopers met eetwaren, doch daar konden wij niet bijkomen. Wel hadden wij onderweg steelsgewijze wat pisang bemachtigd.
    De remmen werden aangezet en daarna zagen we direct aan het station grenzend het oude kamp Nan Peleduk liggen, waar groote bedrijvigheid heerschte.
    Spoedig waren wij op weg naar een grenzend aan het oude kamp liggend groot terrein dat geheel schoongekapt was. Daarop stonden eenige groote loodsen geheel klaar en waren er eenige in aanbouw. Een duizend koppige menigte krijgsgevangenen werkte daar aan de bouw van nieuwe loodsen. Daaronder merkte ik al dadelijk mijn oude kongsie genoot Heres en die vertelde mij dat ook Bokhoven daar al was. Zij waren een week geleden daar aangekomen. Wij kregen een vrij goed middagmaal en werden ondergebracht in een loods met enkel wanden en een katjangmatten dak.
    De alang alang groeide nog welig uit den grond en daarin richten wij ons bivak op. Het was dus een veel slechtere onderbrenging dan in onze houten loodsen met houten baleh baleh in Canchil buri doch men zei het wordt hier ook beter. Tot overmaat van ramp begon nu ook de koude tijd en bibberden wij, van 's avonds laat tot 's morgens om een uur of 10.
Er woeien hevige koude winden die veel stof opjaagden. Het was dus alles behalve een verbetering voor ons.
    Zij die werken konden, moesten de volgende dag aan de gang om mede te helpen aan de loodsenbouw. Ik viel daar gelukkig buiten.  
    In totaal waren er toen in het oude kamp een 3000 man en in het nieuwe plus minus 1500. Onze nieuwe keuken was nog niet gereed en dus kregen wij eten van de keuken van het oude kamp. Veel kregen wij niet, doch het was wel goed bereid. Gelegenheid voor sambal te maken was er niet, want je kon niets koopen daarvoor. Gevolg werd nog meer van de weinige barang verkocht en bezat ik tenslotte niets meer dan mijn lijfgoed. Ik ben toen als tusschen persoon opgetreden voor verkoop over de paggar en verdiende wel eens wat, doch ik zat er zeer slecht voor en raapte uit armoede wel eens een peukje of wat op, om met een krantepapiertje een sigaret te rollen. Helaas bleven ook nu de malaria aanvallen doorgaan. Ik had juist een baantje als timmerman in de nieuw opgerichtte cantine gekregen en kreeg na 4 dagen werken een koorts aanval. Gevolg nam Jelkman ook ťťn van de stadswachters m'n baantje over en lag ik eenige dagen zwaar ziek. In die zieke dagen kreeg ik ook last van skabius een soort schurft en dat werd met de dag heviger.
De koorts was weer gauw verdwenen, doch de puisten namen toe.

    In de nieuwe cantine werkten veel stadswachters en van alle kanten kwamen ook weer stadswachters terug. Tegen het oude jaar waren wij al met 6000 man in het nieuwe kamp in een groot complex loodsen gelegerd.
    Bijna de heele stadswacht althans wat daarvan nog over was wel een 70 man waren toen bij elkaar.
30 Man stonden toen op de doodenlijst en de rest van het totaal van 118, dus ongeveer 15  man waren nog in hooger gelegen kampen langs de spoorbaan o.a. ook van Benthem.
    Op 1 Januari 1944 hield onze luitenant Marees een ontvang uurtje voor alle aanwezige stadswachters en genooten wij gezamelijk met ongeveer 60 man een kop koffie en een hartelijke toespraak. De lt. Marees was niet bepaald ziek, doch leed heel sterk aan zijn oogen. Ook lt. Tempelaar en lt. Mete en lt.......? de held van.......? waren aanwezig. De berichten waren vrij goed en allen verwachten wij positief dit jaar het einde van de oorlog.
    In Januari kwamen nog meer mannen van andere kampen aan en werden tentenkampen voor hun onderbrenging ingericht.
    Ik bleef helaas sukkelen met m'n schurft en werd in Februari in een afzonderlijke barak voor deze besmettelijke ziekte ondergebracht, met mij nog een 50 aangetastte personen waaronder o.a. de oude heer Frederiks die helaas eenige maanden later is overleden.
    Pas in Maart knapte ik eindelijk wat op en werd tegen de
vijftiende Maart 1944 als genezen ontslagen. Intusschen werd gebouwd aan het sanatorium kamp Nakon Pathom en werden een 1000 ouden van dagen en zieken aangewezen om daar als eerste partij naar toe te gaan.
   Inderdaad gingen wij tegen 20 Maart 1944 weer op de trein en weer dichter naar Bangkok toe, de bewoonde wereld in. Wij waren allen in de overtuiging dat dit nu ons laatste kamp zou zijn en wij vandaar naar Java zouden vertrekken. De berichten waren immers zoo mooi! Velen veronderstelden dat het elke dag kon eindigen. Ook werd reeds activiteit gemeld van vliegtuigen der geallieerden in de Burma kampen en onze kampen bij de grens van Burma. Men had het over enorme groote vliegtuigen met zes motoren en een bommenlast van duizenden kg. Deze gooiden onder meer hun eigen landingsmat uit en konden overal landen.
    De fantasie en het optimisme bracht al die fabels als waarheid voor. Enfin het gaf eenig leven in de brouwerij en wij putten daaruit moed om verder te strijden.
    Er werd zelfs verteld, dat de Amerikanen in drie dagen tijd een vliegveld konden aanleggen, met stalen matten, geschikt voor de landing van de zwaarste toestellen. Een vloot van 2000 schepen lag als een ijzeren gordel om Japan en daaronder waren 60 groote splinternieuwe slagkruisers!
    Het ultimatum aan Japan kon elke dag verwacht worden.
    In Europa was de actie tot vorming van een Westfront ingegaan. Reeds meerdere sweeps hadden van Spanje tot Noorwegen plaats gevonden en de landing en opmarsch naar Berlijn was spoedig te verwachten. Wij leefden geheel op die fantastische berichten en verwachtten allen een spoedig einde. Dit werd geloofd omdat de Jap erg actief optrad, tegen binnensmokkelen en verspreiden van berichten. Vele officieren zelfs hoofdofficieren werden beschuldigd, en gestraft met gevangenisstraf, sommigen zelfs levenslang, van inbrengen van kranten en berichtverspreiding.

Inderdaad kregen wij geregeld z.g. officiers nieuws dat verzameld was uit couranten en brieven van Java dat stiekum werd voorgelezen. Dat nieuws over Java was echt waar, wat betreft concentreering en behandeling van onze vrouwen op Java en gaf geen reden tot meerdere bezorgdheid.
De berichten luidden namelijk, dat de vrouwen vrij goed verzorgd werden en moedig de toekomst tegemoet zagen.
    Velen kregen in die tijd een kaart met 25 woorden van Java, doch uit Semarang kwam er weinig en voor mij heelemaal geen bericht.
    In dit kamp kreeg ik voor de eerste keer gelegenheid een kaart naar Java te schrijven. De tweede gelegenheid werd mij in Canchil buri geboden.
    Uit de berichten van anderen kon ik opmaken dat Mams en Rite wel geconcentreerd zouden zijn in het Oosten van Semarang, dicht bij het oude huis op Djomblang. Ik stelde mij voor, dat zij zoodoende nog eenige controle hadden over bezittingen en achteraf is gebleken dat dit inderdaad het geval was. Van Herman hoorde ik in dit kamp ook eenige bijzonderheden. Ik sliep namelijk op zekere keer naast een jonge man die in Tjimahi in Februari 1943 naast Herman sliep. Hij vertelde mij veel over Herman o.a. dat hij gezond was en verbonden was aan het tooneelgezelschap. Ook vertelde hij dat Herman een rol als gravin had gespeeld en vele andere damesrollen. Dit waren de laatste berichten die ik tijdens mijn gevangenschap van hem vernam.
    In dit kamp ontmoette ik ook de beide jongens van Ottespoor, die het vrij goed maakten doch weinig definitiefs wisten van hun vader.
Over Jan Bange jr. vernam ik dat hij in het kamp Bangan was en het goed maakte. Te voren ontmoette ik hem in Kim Sayark en toen was hij heel flink. Ook Frits van der Spek sprak ik daar en hoorde dat vader vermoedelijk nog leefde, doch van de rest van de familie wist hij niets. Intusschen ontmoette ik weer
Ir. Brouwer die mij in Februari 1943 bericht van het welzijn van Mams en Rite gaf omstreeks Kerstmis 1942. Rika had hij in de kerk gezien en Mams niet. Hij wist echter dat zij veilig in Semarang Oost zat, doch niet precies waar.
    Ir. Brouwer was pas in begin Januari knijp gezet en naar Thailand getransporteerd waar ik hem in Februari voor het eerst in Kin Sayark zag, dadelijk na zijn aankomst aldaar. Hier in Nan Peleduk werkte hij in de cantine en beschouwde zichzelf als luitenant, doch later bleek dat niet juist te zijn. In de cantine werkte hier verder de stadswachters Kwant, den Hertog, Ebeling, Visser en mijn celgenoot Dregalski. Ir. Esser was deze dagen ook in het kamp en leed zwaar aan hersen malaria. Hij leed veel aan het verdriet over zijn oudste zoon, die omstreeks Mei van het vorig jaar in Kwie-ma was gestorven en waarvan hij, in Januari van dit jaar in dit kamp pas bericht kreeg.
Behalve hersenmalaria, had hij een 25 cm lange doorligwond die leelijk etterde op zijn dijbeen. Hij leed hevig doch had een zeer sterke wil. Van zijn collega's kreeg hij veel steun doch dat alles mocht niet baten en hij overleed in Februari 1944 in Nan Peleduk. Omstreeks die tijd verloren wij ook onze stadswachters : Friezeveen, ViŲtar en even later onze Crin.       

Op dat moment waren mij 30 namen bekend van overleden stadswachters namelijk :

1. Croqe overleden in Soerabaja 1942
2. Driesen Dubois   Soerabaja 1942
3. v. Rijn   Kin Sayark 1943
4. Pilauw   Rin tin 1943
5. Stikkinger   Hin dato 1943
6. Dopenharenr   Kin Sayark 1943
7. De Meijer   Hin dato 1943
8. Esser   Nan Peleduk 1944
9. Douwes   Rintin 1943
10. Bijl   ? 1943
11. v. Loon   ? 1943
12. Milaart   ? 1943
13. Dudoc van Heel   ? 1943
14. Garat   Kwie ma 1943
15. Nijland   Rin tin 1943
16. Nauta   ? 1943
17. Meerdink   ? 1943
18. Maartense   Hin dato 1943
19. v. Haastert   Rin tin 1943
20. v.d. Ven   ? 1943
21. Donkers   ? 1943
22. Kreeft   Canchil buri 1943
23. Masthoff   ? 1943
24. Hartgens   Canchil buri 1943
25. Fabricius   Kwie ma 1943
26. Rozen   ? 1943
27. Gerads   Ching key 1943
28. Gattenkinie   ? 1943
29. Vriezeveen Vietar   Nan Peleduk 1944
30. Vriezeveen Vietar   ? 1943

Later kreeg ik nog definitief de namen van :

31. Degralsky   Nan Peleduk 1944
32. Frederiks   Nakom Pathan 1944
33. v.Nieuwenhuizen Kelbach   Java ?
34. Croin   Nan Peleduk 1944
   
Naar Japan werden intusschen vanuit andere kampen krijgsgevangenen gezonden.
    Bekend werd mij dat de volgende Semarangers daar waren aangekomen.  Ds. Hamel, Moll, v. Ossum en Hulstein. De berichten melden dat zij het daar zeer slecht hadden.
    Behalve de strenge maatregelen van de Jap inzake berichtgeving was het ook teekenend voor de actie der geallieerden dat groote groepen krijgsgevangenen uit Burma naar Thailand kwamen afzakken. Verder werden maatregelen getroffen tot het vormen van groepen fitmenschen voor Japan om daar in amunitie werkplaatsen en in mijnen te werk gesteld te worden. Ook vroeger waren al diverse partijen naar Japan en Formosa gezonden, doch definitief wisten wij daar verder niets van.

    Onder de vele Semarangers die ik in dit kamp ontmoette waren ook o.a. lt. Bekkinger en kapt.
Baldinger die het goed maakten en als officier steeds actief werkten en goed werk deden. Het was wel opvallend dat onze reserve officieren in het algemeen in krijgsgevangenschap beter actief voor ons werkten dan beroeps officieren.
    Naar mijn meening werd er wel eens te veel gekankerd op het gebied van onze meerderen, doch in zeer vele gevallen was daar zeker wel aanleiding toe.
    Overigens heb ik ook vele officieren ontmoet, die wel degelijk van hun doorloopend vast traktement veel afstonden aan hun minderen en dikwijls behoorlijk optraden tegenover de Jap.
    Hun taak in die dagen was bijzonder moeilijk.
    Alzoo doende was ons krijgsgevangene leven thans heel anders dan in de rumoerige dagen van den spoorweg. Er waren voor de fitmenschen nog wel zware corvee's doch niet zoo onmogelijk zwaar als in het vorige jaar. Onze algemeene gezondheidstoestand werd nu ook gaande weg wat beter. Het sterftecijfer daalde merkbaar. Onze voeding was weliswaar onvoldoende en verre van smakelijk, doch naar verleden jaar gerekend toch beter. Het nieuwe kamp Nakon Pathom zou alles nog veel beter maken en daarop was voor de zieken en zwakken alle hoop op herstel gevestigd.

===========================
Copyright: R.Derks



Creatie datum : 15/10/2010 @ 20:28
Laatste wijziging : 25/10/2010 @ 10:52
Categorie : Derks, H.A.T.
Pagina gelezen 4911 keren


Print preview Print preview     Print deze pagina Print deze pagina

Reacties op dit verhaal


Er heeft nog niemand gereageerd.


Share
Zoeken




Bezoekers 01-01-2008

 666081 Bezoekers

 5 Bezoekers online

TopArtikelen
^ Boven ^