Verhalen door:

Sluiten Derks H.A.T.

Sluiten Derks, H.A.T.

Sluiten Eijgelsheim Eric

Sluiten Geugten J.E. van der

Sluiten Groot, Kees

Sluiten Hartsuiker, Cees

Sluiten Hofwijk J.W.

Sluiten IndonesiŽ

Sluiten Jonge, Jaap de

Sluiten Kol, van H.

Sluiten Kuin, Herbert

Sluiten Levert-van der Mijll Dekker, Els

Sluiten Melati van Java

Sluiten Nuhoff, Betsie

Sluiten Numans, Mary

Sluiten Pieters, Lody

Sluiten Putten, Krijn van

Sluiten Renesse, Lucie van

Sluiten Tebbenhoff H.

Sluiten Velleman, Luwi

Sluiten Verschuren, Naomi

Sluiten Weel, Ron van der

Hoorspel / Luisterboek

Sluiten Documentaire films

Sluiten Spoorloos

Sluiten Verhalen in PŤtjoh

Sluiten Boomsma, Graa

Sluiten Brooshooft. P (Toneel)

Sluiten Daum P.A.

Sluiten Dijk Ko van

Sluiten Hella Haasse

Sluiten Keuls, Hans

Sluiten Louis Couperus

Sluiten Mark Loman

Sluiten Multatuli

Sluiten Olaf J. De Landell

Sluiten Pramoedya Ananta Toer

Sluiten Soer Josephine

Sluiten Szťkely-Lulofs M.H.

Sluiten x - MP3 Software

Derks H.A.T. - Naar Ned. IndiŽ - 3.2



De Zeereis van Holland naar Ned. IndiŽ in oorlogstijd.

25 Januari -
28 Januari 1918

De dagen van wachten - 2.

De heerlijke gedachte echter dat de overigen ons zouden zien heeft haar waarschijnlijk den drang naar de haven graag gemaakt en ja hoor duidelijk zagen we haar. Wel voor langen tijd zullen we haar niet zien doch een vast vertrouwen geeft mij de verzekering bijna stellig, dat zij door het geluk harer dochter dat in letteren gedurende zes jaren tot haar zal komen de kracht zal vinden ons terugkomen te beleven.
Al meer en meer werden de menschengestalten kleiner en ook eindelijk werd ons clubje minder zichtbaar tot het tenslotte voor ons oog verdween . Fluks gingen we langs menig bedroefd of beter bedrukt schreiend mensch naar de andere zijde om te zien of wellicht mijn goede zuster Marie aan de overzijde stond in de omgeving van de Heijplaat. In haar drukke huishouden heeft zij wellicht het vertrek niet vernomen want niets dan de op de achtergrond zichtbare huizenmassa in welks een daarvan haar dagelijksche leven door haar moedervol gesleten wordt werd voor ons zichtbaar. Enfin ook haar zullen we van verre niet vergeten en over zes jaren zullen we hoop ik haar weer zien met hare groote flinke kinderen.
(Hier volgt een notitie van de auteur die er later aan toegevoegd werd red.) "Ze (zijn moeder red.) stond op de steiger, hoorde ik later." Nu reeds zien we Schiedam in nadering, Rotterdam zinkt meer en meer in een groote grijze klomp huizen waarboven honderden kerktorens, het bekende gezicht op een Hollandsche stad van verre. Ook in Schiedam ziet men aan den oever een dichte menschendrom en velen van de boot ontwaren hunne bloedverwanten.
Het gezicht op de stad duurt evenwel maar kort want in twee uur vaarden wij van Rotterdam naar Hoek van Holland. Bij den Hoek van Holland aangekomen hing er een zo zware mist dat de pieren aan beide zijden die slechts 900 meter van elkander liggen niet te zien waren. Onbemerkt stoomden we aldus de Noordzee op. Bij het einde der pieren lagen twee zeesleepbooten de Zeeland en de s'Gravenhage gereed, welke ons door het spergebied zouden geleiden. Voor de mond op zee van de Waterweg bleven we gedurende enige uren liggen. Het was al donker toen de mist optrok met welk sein wij ook dadelijk verder gingen (26 Jan.)
Door de donker was de kust niet zichtbaar doch de vuurtorens kwamen de een na den ander in het gezicht. Wegens het gevaar aan het spergebied verbonden bleven velen en ook ik dien nacht op terwijl de dames zich ter ruste begaven. Even te voren was er sloepenrol gehouden waarbij wij de plaats aangewezen kregen van onze reddingssloep en medegedeeld werd dat wij allen met het zwemvest om moesten gaan slapen. De nacht was prachtig doordat de maan haar bleke licht over de als het ware vuilgroen gekleurde zee spreidde, terwijl de lucht was geheimzinnig belijnd en asgrauw van kleur. Een ieder die op was tuurde in de verte doch niemand zocht wat hij dacht namelijk een duikboot of ander    moordwerk. Onder die bedrijven brak de morgen aan en nu konden we zien dat de golven al hier vast niet hooger waren dan die in de Maas.

Met het oog op het losraken van mijnen was dit voor ons te waarderen want de Noordzee kan ook zijn eigenaardige stormen hebben. Wat later in de morgen werden de golven hooger waardoor ook velen waaronder Jeane hinder van zeeziekte kregen. Allen konden we het echter op het dek nog wel uithouden hetgeen ook wel een gelukje was want de vrees voor het gevaarlijke gebied was nog niet geweken. Om negen uur s'morgens passeerden we de zuidgrens van de Doggersbank welke aldaar is afgebakend door een vuurschip en een lichtbrulboei welke laatste evenwel geen gebrul liet hooren bij onze nadering. Vanaf ons schip werd aan het lichtschip geseind en vandaar gaat het bericht naar de wal alwaar het diezelfde avond wel in de couranten vermeld wordt en waar meede zeer velen verbleid zullen zijn geweest want, het grootste gedeelte van het gevaarlijke gebied is dan reeds gepasseerd. (27 Jan.)
Tegen 11 uur in de morgen zagen we aan de horizont eenige rookpluimen en aldra stoomschepen, aangezien er meerdere waren dachten we aan oorlogsschepen, welke gedachte aldra werden bevestigd toen we zelfs tien schepen zagen met hooge voorstevens en slanke vormen. Het was namelijk eenige dagen na de groote zeeslag bij Jutland. We zagen een schip zich verwijderen van de vloot en met bliksemsnelheid op ons afkomen waarom wij op een aanhouding rekenden. In slechts eenige minuten was de torpedoboot - hetwelk een Engelsche was Ė langszij, terwijl onder het naderbij komen steeds over en weer werd geseind met vlaggen. Even bleef men onder het langszij liggen nog aan het seinen en dra was alles in orde. Met een sierlijke zwaai draaide de torpedojager - het water langs zich wegklievend - onder luid hoera onzer passagiers en gewuif der Engelsche soldaten en vertrok met dezelfde reuzensnelheid naar het onderwijl naderbij gekomen duidelijk te onderscheiden eskader van elf oorlogsschepen.

We varen thans op de hoogte van Helgoland en na enige uren zouden we zelfs de Noordgrens van de Doggersbank gepasseerd zijn. Om half negen s'avonds passeerden we zelfs deze grens en hoorden duidelijk de lichtbrulboei en daarna de saluutfluiten der geleidende sleepbooten omdat deze terug gingen naar Holland omdat het gevaarlijkste gebied nu gepasseerd was. Nu pas mochten we de zwemvesten uitdoen. We konden dat ook zeer goed merken want de vaart werd nu verdubbeld en met 17 mijlen per uur stoomden we op Noorwegen aan. In den avond zagen we nog dikwijls een visschersscheepje van Hollandse nationaliteit, maar dat waren dan ook de laatste hollandse eigendommen welke wij voor langen tijd vaarwel dachten.

Want reeds den volgende dag zagen we niets dan water en lucht. Alleen laat in den avond werd land aan stuurboordzijde zichtbaar hetwelk ons de Zuid-West kust van een der Noorsche eilanden werd genoemd. Onder het gezicht van deze en later aan bakboordzijde de kust van een ander eiland van Noorwegen stoomden we noordwaarts om ter hoogte van de plaats Bergen westwaarts naar de Frroer eilanden om te buigen.


Creatie datum : 25/10/2010 @ 11:23
Laatste wijziging : 25/10/2010 @ 15:35
Categorie : Derks H.A.T.
Pagina gelezen 3905 keren


Print preview Print preview     Print deze pagina Print deze pagina

Reacties op dit verhaal


Er heeft nog niemand gereageerd.


Share
Zoeken




Bezoekers 01-01-2008

 622544 Bezoekers

 5 Bezoekers online

TopArtikelen
^ Boven ^