Verhalen door:

Sluiten Derks H.A.T.

Sluiten Derks, H.A.T.

Sluiten Eijgelsheim Eric

Sluiten Geugten J.E. van der

Sluiten Groot, Kees

Sluiten Hartsuiker, Cees

Sluiten Hofwijk J.W.

Sluiten Indonesië

Sluiten Jonge, Jaap de

Sluiten Kol, van H.

Sluiten Kuin, Herbert

Sluiten Levert-van der Mijll Dekker, Els

Sluiten Melati van Java

Sluiten Nuhoff, Betsie

Sluiten Numans, Mary

Sluiten Pieters, Lody

Sluiten Putten, Krijn van

Sluiten Renesse, Lucie van

Sluiten Tebbenhoff H.

Sluiten Velleman, Luwi

Sluiten Verschuren, Naomi

Sluiten Weel, Ron van der

Hoorspel / Luisterboek

Sluiten Documentaire films

Sluiten Spoorloos

Sluiten Verhalen in Pètjoh

Sluiten Boomsma, Graa

Sluiten Brooshooft. P (Toneel)

Sluiten Daum P.A.

Sluiten Dijk Ko van

Sluiten Hella Haasse

Sluiten Keuls, Hans

Sluiten Louis Couperus

Sluiten Mark Loman

Sluiten Multatuli

Sluiten Olaf J. De Landell

Sluiten Pramoedya Ananta Toer

Sluiten Soer Josephine

Sluiten Székely-Lulofs M.H.

Sluiten x - MP3 Software

Hartsuiker, Cees - Nederlands Indië - 9

Mijn verhaal - Nederlands Indië 9

Eind mei werd onze groep in Permisan afgelost en gingen wij terug naar Porong. Het peloton werd daardoor weer compleet.
‘Ik kan nou niet zeggen dat ik daar zoveel zin in heb. Dat wordt weer elke in model tenue, lessen volgens rooster en veel gezeur van de 1665’ers,’zei Hardeman.
‘Ja, we moeten nu weer uitkijken dat je geen bakkie oploopt,’antwoord Lammers. Lammers is een boerenzoon en dienstplichtig. Het was een heel sterke kerel. Wij hadden hem in Permisan bezig gezien. Er moest een Bamboedoeri, dat waren lange bamboe staken die dicht in elkaar gegroeid waren uit elkaar getrokken moesten worden. Het was heel slecht werk omdat de stekels van de bamboe vervelende verwondingen kon geven. Lammers begon eraan en met zijn sterke lijf trok hij de ene na de andere staak uit elkaar.
Zijn spieren kwamen als kabels op zijn armen te liggen. Wat een sterke vent.
‘Wij zijn in Permisan verwend geweest. We hebben er alleen de wacht gelopen en verder weinig gedaan. Het enige wat er gebeurd is is dat we goed bruin geworden zijn. De 1665’ers zullen wel in de kijkert van de compagniescommandant willen lopen met het schrijven van rapporten,’zei Herker.
‘Laten we eerst maar eens afwachten mannen,’ zei korporaal Van Marken, ‘ En loop niet zo te griepen op je meerderen. Jullie zijn beroepsmariniers en dan wordt het  niet verwacht dat je loopt te griepen op het kader. Houdt je aan de spelregels dan kom je ook niet in het rapportenboek’.
‘’Ik ben geen beroeps, korporaal,’zei Lammers.
‘Toch maar doen wat er van je verlangt wordt, Lammers. Geen Haarlemmerdijkjes,’ zei Van Marken.,’En ga maar vast inpakken.
Onze groep werd afgelost door een groep van een ander peloton. Het inpakken was snel gebeurd en voordat de truck komt om ons afhalen en de aflossing te brengen staan we al klaar voor afmars. Een uur later zijn we in Porong en krijgen daar een slaapplaats aangewezen. We komen te liggen in een stenen huis langs de kali Porong. Het peloton is weer bij elkaar en liggen in twee stenen huizen.
De wachtindeling was al geregeld. De wacht werd er niet soepeler op. Bij de spoordijk was een vaste post dag en nacht bezet. Het was een eigen gemaakte bunker van zandzakken.. De bunker stonde midden op de rails en er stond hier ook een watergekoelde mitrailleur in. Wij waren allen bekend met deze wapens. ’s Avonds  om 18.00 uur zaten er twee mariniers in of bij de bunker, na 06.00 uur ’s morgens zat er een marinier op wacht.. Verder was de hele  stelling voorzin van diverse  wachtposten. Alle posten waren ‘s nachts dubbel bezet.. Wachtlopen was in Porong het belangrijkste wat er werd gedaan. Als men geen wacht had dan was het lessen volgens rooster. De lessen waren ons allemaal bekend want dat deden we al maanden.
Er waren enkele gestraften, zij moesten na vier ’s middags strafdienst lopen. In het algemeen heel kinderachtig gedoe. Zogenaamd omdat de wapens vuil zouden zijn. Of niet model gekleed of onmilitair gedrag tegen een meerdere.
Een aantal onderofficieren maakte zich hierdoor niet populair.
In Porong werd er niet gepatrouilleerd omdat er een ‘’bestand’’ was.

Zo ging het een aantal weken door. Het 2de peloton was net als de anderen pelotons geheel ingeburgerd in Porong en omgeving. Vanwege het bestand was er weinig avontuur.
Maar het duurde niet lang meer want onze compagnie werd afgelost door compagnie ‘’I’’. Compagnie ‘’L’” ging naar Tangoelangin, dat plaatsje lag tussen Sidoardjo en Porong in.
Wij kwamen te liggen bij een oude fabriek en bij de fabriek stonden wat stenen huisjes. In die huisjes werden wij gelegerd.
De eerste dagen waren vrij rustig. We kregen de tijd om ons te installeren in de huisjes. Daarna gingen we aan de gang. We liepen marsen. ’s Morgens kregen we ook weer allerlei
theoretische lessen.  Al dat soort dingen waren we gewend. We keken er niet meer van op.
Hardeman had het bijzonder naar de zin. Hij vond de dienst prima. Er waren vervelende zaken bij maar hij had er geen moeite mee. Het hoorde er allemaal bij.
Op een dag moesten we ons kleden in gevechtstenue. We liepen naar een braak liggende sawa. De sawa was droog. Een groep van het mitrailleurpeloton ging mee. Zij hadden mitrailleur bij zich en scherpe munitie.
‘Hè, Klaas, zie je dat die mitraillisten hebben scherpe munitie bij zich.’’ Zei Herker.
‘Verrek, dat lijkt menens te worden. Ik ben benieuwd wat de luitenant heeft bedacht,’ zei Hardeman.
‘Klaasie, ik denk dat wij straks een strot vuur over ons heen krijgen. Die scherpe munitie neemt de luitenant niet voor niets mee,’ zei Jaap Meertens.
‘Jezus, wat krijgen we nou,’ zei Lammers.
Iedereen was verrast wat de luitenant voor leuks bedacht kon hebben.
‘Ik geloof het ook, Jaap. We krijgen een strot vuur over ons heen,’ Hekker was wat onzeker.
Hekker was een Limburgse jongen. Heel fijne jongen. Hij was stil en je hoorde hem bijna nooit. Hardeman kon goed met hem opschieten. Hij was een goede marinier. Wel erg voorzichtig.
Toen we bij het braak stuk sawa waren aangekomen moesten we halt houden. De luitenant ging voor het peloton staan. De drie sergeanten stonden achter hem.
‘De mitrailleur wordt hier opgesteld en vastgezet. Het wapen komt op zo’n sawadijkje te staan. Ongeveer een meter boven de sawa uit. Hij wordt stevig vastgezet zodat hij niet kan bewegen. Wij kruipen straks met ons allen door de sawa. Jullie weten allemaal heel goed hoe je moet tijgeren. Ga zo plat mogelijk over de grond want de mitrailleur schiet over jullie heen. Haal het niet in je hoofd om overeind te komen. Dat is levensgevaarlijk. Als er iemand bang wordt blijf dan stil liggen en verroer je niet voordat het commando komt dat het veilig. En dat is het pas als de mitrailleur ontladen is. Ikzelf geef het commando dat het veilig is. Ik neem aan dat jullie intussen er klaar voor zijn en geen stomme streken uithaalt. Mitraillisten begin maar aan de mitrailleur op het dijkje te zetten en vast te zetten. De schutter er achter en twee man naast de schutter. De helper links en een aan de rechterkant van het wapen.’
De mitraillisten begonnen hun wapen te installeren. Hij werd goed in de grond vast gezet. De schutter deed een band met munitie in het wapen. De helper links moest er voor zorgen dat de band goed uit de munitiekist kwam. De helper aan de rechterkant moest helpen de mitrailleur
vast te houden als deze los zou trillen.
‘’Klaar luitenant,’riep de schutter
De Pelotonscommandant liep naar de mitrailleur en vond kennelijk dat alles in orde was.
‘Iedereen gaat nu de sawa in en gaat plaat op de grond liggen.. Op mijn commando begint de mitrailleur te schieten en gaan jullie tijgerend naar voren. Blijft zo plat mogelijk kruipen.. De mitrailleur schiet  van links naar rechts over jullie heen. Kom niet overeind.”
‘VUREN’, is het commando van de luitenant. De mitrailleur begint de schieten en de mariniers tijgeren naar voren. Iedereen bleef zo plat mogelijk naar voren gaan.
Ze horen de kogels over hen heen fluiten. Ze transpireren als pakpaarden. De kleding was vuil. De zon scheen fel en kleding werd nat. Maar de angst dat er iets mis kon gaan zal er ook wel aan meegewerkt hebben.
Hardeman vond het niet zo geslaagd deze oefening. Zo’n mitrailleur zet je niet zo muurvast. Hij kroop zo plat mogelijk verder. Om op deze manier doodgeschoten te worden was ook niet prettig. Hij lag in het midden en zag aan de marinier naast hem dat hij het ook niet de leukste
manier vond om de vuurdoop te krijgen. Hardeman zag korporaal Van marken links van hem kruipen. Hij lag zo plat als het kon. Rechts kroop Lammers op zijn onderarm lag zijn BAR. Hij had een roodblauw hoofd. Hij was sterk en hij kroop of het dagelijks werk voor hem was. Herker lag iets voor de anderen. Hij bolde zijn wangen of hij zeggen wilde dat het geen makkie was. ‘Gaat het Herker,’ riep Lammers. Herker gaf geen antwoord. De mitrailleur schoot nog steeds. De mariniers bereikten de kampongrand
Toen was het ineens heel stil.  Maar kwamen niet overeind. Aan het eind van de droge sawa was ook een sawadijkje. Daar bleven ze rustig liggen.
Een korporaal riep toch nog maar een keer,’ blijf plat liggen.’’
Iedereen bleef rustig liggen.
‘VASTVUREN’ riep de luitenant.
‘Opstaan,’ werd er geschreeuwd.
Hardeman bleef even liggen en keek naar rechts. Korporaal Van Marken kwam overeind en riep.’’ Kom op, het is veilig.’
Hardeman en de anderen kwamen over eind. Ze zaten onder het droge stof van de sawa.
‘Hallo, dat was nog eens een vuurdoop,’riep Jaap Meertens, ‘’ Heeft er nog iemand in zijn broek gescheten.’
‘Klaasie, jouw broek zal nog wel droog zijn. Jij houdt wel van die grapjes,’ging Meertens verder.
‘Eerlijk gezegd vind ik dit geen grapje meer. Die mitrailleur zou maar niet goed vast staan.’ zei Hardeman.
‘Dus toch schijterig, Klaas,’riep een andere marinier.
Hardeman zei er niets op. Dit soort oefening hoorde er gewoon bij. Maar het blijven altijd gevaarlijke spelletjes. Hardeman had zich helemaal niet angstig gevoeld. Toen hij daar lag te kruipen dacht hij aan de oorlog terug. In Amersfoort was hij met zijn jongste broertje ooit eens op de spoorbaan geweest. Daar stond een lange trein. Hardeman was altijd aan het schuimen en dit keer was hij met zijn broertje. De trein bleek een munitie trein te zijn de trein stond uiteraard stil. Op het moment dat zij bij de trein waren werd er een bombardement uitgevoerd door Engelse of Amerikaanse vliegtuigen. Dat gebeurde nogal eens in Amersfoort op het spoorterrein. De trein begon uit elkaar te springen. Hardeman en zijn broertje hoorde de scherven overal tegenaan slaan. Hardeman en zijn broertje zaten strak tegen een spoorwiel aangedrukt. Het bombardement was kort maar hevig. Overal vlogen de granaten uit elkaar.
Hardeman en zijn broertjes moesten zien weg te komen. De vlieguigen waren weg. Maar overal ontploften granaten en ander munitie.
‘’Kom op, Wimpie, we moeten hier weg.,’ zei Klaas.
Wimpie zei, .’’ maar dat is gevaarlijk,’ Klaas.
‘’Kom op, hier is het ook gevaarlijk.’’ Beiden rende ze weg van de in lichte laaie staande trein. Ze hoorden overal de scherven tegenaan slaan. Maar ze kwamen zonder kleerscheuren weg. Thuis vertelden ze niets. Want als ze het verteld hadden dan was het daar ook gevaarlijk geworden. Pa had nogal losse handjes.
‘Nee, niet schijterig, maatje, koppie gebruiken,’ zei Hardeman. In Amersfoort was het veel gevaarlijker geweest.
De luitenant stond weer voor het peloton en zei,’’ Goed gedaan. Niemand in paniek geraakt’.
Hardeman stond in de buurt van de luitenant,’’Voel je je wel goed, Hardeman?’
‘Ik voel mij goed, luitenant.’
‘Jij vond het niet zo erg die vuurdoop?’
‘Of ik het erg vind of niet ik zal toch uw opdracht moeten uitvoeren, luitenant,’zei Hardeman.
‘Jij wordt nog wel eens een goed marinier, Hardeman,’grijnsde de luitenant.
Hardeman liep bij de luitenant weg en ging bij zijn maten staan..’Klaasie, ik scheet bijna in mijn broek. Die schutter zal maar eens een fout maken,’ zei Meertens en hij flotste van zich af..
’ Ik zag zeven kleuren stront toen ik halve wegen was. Ik moest bijna kotsen. Het is niet leuk een strot vuur over je heen te krijgen
‘Mitraillisten pak je wapen en klaarmaken voor afmars. Maak je kleding in orde en afmars naar de post.’’ zei de luitenant.
Een van de sergeanten nam het commando over. De mariniers kleedde zich weer naar behoren.  Traden aan en ze marcheerden terug naar de post. Op de post aangekomen konden ze inrukken en waren ze voor de rest van de dag vrij.
Na onze vuurdoop gingen de weken voorbij. Alle dagen was er wel wat te doen. Velddienstoefeningen, marsen,het gebruikelijke wapenonderhoud.. Het uit elkaar halen en in elkaar zetten van je wapens. We konden het wel dromen. Eigenlijk waren we wel gewend aan dat soort zaken. Het hield je bezig en vervelen deden we niet. ’s Middags was altijd de verplichte middagrust. Wachtlopen deden we ook elke dag. Dit waren allemaal zaken die misschien kinderachtig leken maar als je jongenmannen de hele dag niets laat doen dan komt er verveling in het spel en dat is niet goed.
Uiteraard werd er wel gekankerd. Dat kwam door het beroepskader. Zoals we al lang gewend waren, nooit was er iets goed. Steeds maar weer werden we achter onze broek aan gezeten. Dat was het weer dat de kleding niet in orde was, of de wapens waren niet schoon. Er was altijd wel iets te vinden dat niet goed was.
Hardeman kon veel hebben maar dat geleuter van de sergeanten daar had hij een broertje aan dood. Deze mensen maakte zich niet populair bij de troep. Het beste was wel je er niet te veel van aan te trekken want je was altijd de verliezer.
‘Daar word je nou kotsmisselijk van. Dat geschreeuw en altijd maar horen dat we waardeloze zakken zijn.,’zei Hardeman.
‘Wat hoor ik , Klaasie, kankeren,’riep Meertens.
‘’Ja, dat doe ik niet graag. We hebben in de paar maanden dat we in Indië zijn al van alles gedaan. Maar wat we ook gedaan hebben het was nooit goed. Ze hoeven ons niet over onze kop te strijken. Maar laten ze ons wel als mens Behandelen, zei Hardeman.
‘Pas maar op dat het kader het hoort ze zullen het niet leuk vinden als ze horen dat jij loop te kankeren,’ zei Herker.
‘Nou, mij hoor je niet zo vaak kankeren. Maar het komt mij wel de strot uit.,’zei Hardeman, ‘ Ik krijg wel een hekel aan bepaalde figuren. En dat lijkt mij niet goed. En ik heb ook niet veel vertrouwen in die lieden. En de kans is ook nog groot dat wij met die lieden tegen de ploppers moeten optrekken.’
‘’Je hebt gelijk Klaas, zei Jan Haag,, ‘ Als er stront aan de knikker komt dan moeten zij ons er door heen leiden. Ik wil wel graag vertrouwen hebben mijn groepscommandant.’
Jan Haag was een iets ouder marinier. Klaas kon goed met hem opschieten. Jan Haag had in Porong gezeten in de tijd dat Klaas in Permisan zat. Nu ze weer bij elkaar waren trok Klaas en Jan Haag veel met elkaar op. Herker was dardanel, geworden van de pelotonscommandant. Dat hield in dat hij veel in de buurt was van de pelotonscommandant.
‘Klaas, zit niet zo te griepen. Dat ben ik van jou niet gewend,’ zei korporaal Van Marken. Hij stond ineens bij de jonge mariniers.
‘Wie weet hoe snel je tegen die ploppers moet vechten,’zei Van Marken weer
‘Uiteindelijk zijn wij hiervoor naar Indië gekomen en ik denk dat wij er wel klaar voor zijn, korporaal.’
‘Ja, Klaas. Jullie hebben al heel wat achter de rug. Maar vechten tegen een onzichtbare vijand is toch heel wat anders dan tijgeren in een droge sawa,’ zei Van Marken en hij ging naar zijn kamer.
Hij kwam weer zijn kamer uit en zei,’Van mij mag je tegen die ploppers vechten, Klaas. Maar ik hoop dan toch dat ik thuisgevaren ben. Ik heb het hier wel gezien en ik wil liever niet sneuvelen voor dit land.’
‘Oké, korporaal ik kan het mij voorstellen.’
Korporaal Van marken liep met een handdoek om zijn nek naar een waterput om zich te gaan mandi.
Het was duidelijk dat Van Marken niet zat te wachten om nog eens tegen die ploppers te vechten. Hij wilde snel naar Nederland.

De weken vlogen voorbij Op Porong en Permisan was het vrij rustig geweest. Daar werd veel wacht gelopen en allerlei lessen volgens rooster. Maar hier in Tangoelangin was weer heel pittig geworden. Niemand had er verder moeite mee gehad. Er was wel gekankerd maar dat hoort bij een Nederlander. Als hij niet kan kankeren dat is hij ziek.
Er was een nieuwe korporaal gekomen en hij werd groepscommandant van de groep waarbij Hardeman behoorde. Hij zou snel sergeant worden. Het was een rustige man. Grote man. Hij had een sterk lichaam. Hij had zich aan ons voorgesteld maar er waren weinig woorden gewisseld. Hij sliep in het huis waar de andere onderofficieren ook lagen.

Ineens waren er geruchten. Waar die geruchten nu zo snel vandaan kwamen wist niemand. Ze waren er ineens.
Onze compagnie zou paarden krijgen. Paarden? Ja, paarden. Jan Haag en nog een paar mariniers werden aangewezen om voor die paarden te zorgen. Jan Haag vond het wel best.
‘Dan hoop ik van dat gezeik van die onderofficieren af te zijn.,’’ zei Haag tegen Hardeman.
‘Maar er komt toch ook een sergeant bij de leiding krijgt,’antwoordde Hardeman.
‘ Ja, dat wel. Maar we gaan toch iets anders doen.’
‘ Snap jij nou waarvoor die paarden komen,’vroeg Hardeman.’
‘Ik weet er geen bal van maar dat merken we wel. Ik geloof dat morgen die paarden al worden gebracht.’
‘We wachten maar af,’ zei Hardeman.
Het was het gesprek van de dag. Er kwamen paarden. Niemand begreep er iets van. Het kader sprak er ook geen woord over.
Er was een uitdrukking binnen de marine en die luidde ‘mariniers paarden halen’.
Waar die uitdrukking vandaan kwam kon niemand vertellen. Maar men zei dat die uitdrukking al uit de tijd stamde toen er mariniers in China waren gelegerd tijdens de boxeropstand. Daar reden mariniers ook op paarden.
De volgende dag kwamen inderdaad de paarden en ook de uitdrukking werd ook gebezigd.
‘Haag, paarden halen,’ riep de sergeant majoor.
Jan haag en zijn mensen gingen naar de plaats waar de paarden werden afgeleverd. Er stonden van die kittige bergpaardjes. Het waren paardjes die ook wel door het KNIL werden gebruikt.
Er waren Indonesische mannen die de paarden afleverden. De paarden waren wat schichtig. Hun ogen rolde door de oogkassen. Jan Haag nam twee touwen en nam de paarden mee. Ook de andere mariniers die waren aangewezen om voor de paarden te zorgen namen de paarden mee. Het waren er stuk of tien. Jan Haag maakte al direct een klakkend geluid en de paarden kwamen tot rust.  Achterin het kampement werden de paarden in een stuk droge sawa gezet.. Intussen werden er voorzieningen gemaakt van draad en anderen hulpmiddelen om de paarden niet de gelegenheid te geven om weg te lopen. Jan Haag en zijn mannen hadden het er druk mee.
Elke dag werden er met de paarden geoefend. Er werd veel gelopen met de beesten. Er werd veel met ze gesproken. Na een kleine week waren de beesten heel gewend aan hun nieuwe begeleiders. Daarna werden ze vol gehangen met zware kisten om ze daar weer aan te laten wennen. Na een paar weken waren de paarden aan alles gewend.

‘ 2de peloton aantreden,’riep de sergeant majoor.
‘Jezus, wat schreeuwt die vent toch hard, het lijkt of we hartstikke doof zijn, ‘zei Hekker.
Het peloton stond snel in het gelid.
De sergeant majoor begon ons te vertellen wat er aan de hand was.
‘Straks gaan jullie allemaal naar jullie huizen. Pak alles uit wat je hebt aan uitrusting. Jullie krijgen een algemene inspectie op je uitrusting en wapens, begrepen, ‘de sergeant majoor was klaar.
‘Ingerukt’
De mariniers gingen hun huizen in en pakten alles uit.
‘Er is vast wat aan de hand, jongens,’zei Jaap Meertens, ‘ Eerst die paarden en nu inspectie van uitrusting en wapens.’
‘Ja, dat kan je wel zeggen,’ antwoordde Hardeman, ‘Als dat zo is dan horen we het wel.’
Hardeman was wel heel erg benieuwd. Zou er echt iets aan de hand zijn. Over de politieke toestand hoorden zij niets. Af en toe als hij een brief van zijn oudste broer kreeg stond er wel iets over de politiek. Maar dat was niet veel nieuws. Vrijwel altijd het zelfde dat de Indonesiërs tegen alles waren wat er werd besproken. En de Nederlanders weer tegen alles wat de Indonesiërs voorstelde.
Toch was het raar dat er nu van alles gebeurde. Die paarden waren er ook niet voor niets. Nu die inspectie.
De nieuwe korporaal was intussen sergeant geworden en hield bij zijn eigen groep inspectie. Elke deel van de uitrusting ging door zijn handen. Alles wat goed was werd op het tampatje gelegd. Dekenriempjes die niet helemaal in orde waren werden apart gehouden. Zo ging het met alles. Alles moest goed zijn. Daarna kwamen de wapens aan de beurt. De geweren werden goed bekeken. De geweerriem, de bajonet, de koppel. De korporaals moesten allemaal een granaatwerper hebben, een kruisschroef, anders kon men de granaatwerper niet gebruiken. We waren uren bezig met de inspectie. De sergeant  sprak niet veel maar hield een grondige  inspectie. Alles werd opgeschreven als er iets niet in orde was. Maar alles was aanwezig. Wel werden hier en daar wat spullen afgekeurd..
De afgekeurde spullen werden vervangen en na een paar dagen was alles in orde.
‘Zo,Klaasie,  onze spullen zijn in orde en nu kunnen we er tegen aan,’’ riep Jaar Meertens.
‘Waar zouden we tegenaan moeten gaan,Jaap,’zei Hardeman.
‘’Lul niet, Klaasie. Tegen de ploppers natuurlijk. Dacht je dat we die paarden en die inspectie voor niets hebben gehad,’. zei Meertens.
‘Het is wel raar maar ook wel weer normaal, bij het korps. Je hoort van niets,’ zei Lammers.
‘Als er wat aan de hand is dan horen we dat snel genoeg. Ik neem aan dat men nog niets kwijt wil. Maar wij zijn er klaar voor,’ zei Hardeman.

Jan Haag kwamen binnenlopen en ging bij Hardeman zitten. Hij was nat van transpiratie.
‘Wat ben je nat, man,’ zei Hardeman tegen Haag.
‘Ik zweet me kapot. Ik ben met die paarden bezig geweest. Sergeant Blikker wil maar dat we met die paarden blijven oefenen. Maar die paarden doen precies wat wij willen. De sergeatn wil maar dat wij die paarden volhangen met zware kisten met zand. Die paarden kunnen dat wel sjouwen maar wij werken ons er kapot aan. Wij moeten het op de ruggen van de paarden hangen’.
‘’Mariniers paarden halen.’schreeuwt Jaap Meertens. Het slaat nergens op. Maar hij moet wat te schreeuwen hebben.
‘Jan, hoe gaat het met de paarden? Kunnen ze genoeg munitie dragen? Als we tegen de ploppers moeten optrekken dan moeten we wel munitie genoeg hebben,’’ gaat Meertens verder.
‘De paarden kunnen genoeg dragen, Jaap. Maar of het munitie is dat weet ik niet. Dat maakt een ander uit.’ Jan Haag staat op. ‘’ Hij zei, ‘Ik ga weer naar de paarden.’
Iedereen was benieuwd wat er nu precies aan de hand was. Er waren wel allerlei geruchten. Maar dat waren allemaal politieke geruchten. Er waren nogal problemen met de Nederlanders en de Indonesiërs  Maar dat waren allemaal politieke geruchten. Er waren nogal problemen met de Nederlanders en de Indonesiërs op politiek gebied dan.
In ieder geval bleven de geruchten aan houden. Maar niemand van het kader sprak ergens over. De mariniers van het 2de peloton waren heel nieuwsgierig maar er was onrust over wat er te gebeuren stond. Ze waren er voor opgeleid en vertrouwden verder op het kader.
De OVW-korporaals spreken nergens over. Ze lieten niet merken of ze het leuk of niet leuk vonden. Hardeman wist dat Van marken er niet veel zin in had. Maar ook Van Marken sprak verder nergens over. Hardeman zelf zat er al helemaal niet mee. Hij wilde het allemaal wel meemaken. Hij wist ook wel dat er vrienden van hem in het peloton geen moeite hadden met eventuele actie tegen de Indonesiërs. Zijn vriend Hekker zei er ook niets over. Hij was als altijd erg rustig. Hij luistereden naar alle gesprekken. Hij hield zijn mening voor zich.
Leo van der Noot ook een vriend van Hardeman was ook bij de paarden terecht gekomen. Leo van der Noot was een Rotterdamse jongen. Rustige vent met veel humor en een vriendelijke lach. Hardeman had geen idee waarom Van der Noot bij de paarden terecht was gekomen. Hardeman dacht dat Van der Noot ook even iets anders wilde doen. Dat geleuter met die onderofficieren daar had Van de Noot ook genoeg van.
Hardeman wilde niet naar de paarden. Hij wilde bij de groep blijven daar kon hij het meest leren.. De nieuwe sergeant Wikkers was een rustige man. Hij was voor de oorlog in dienst gekomen en had krijgsgevangen gezeten bij de Jappen. Hij wist dus al vele anderen van wanten. Het was wel iemand die respect afdwong. Hij liep kaarsrecht en er zat geen lood vet aan zijn lichaam.

‘Wat zou er allemaal aan de hand zijn,’vroeg Hardeman zich af.
‘’Ik begrijp er ook geen moer van. Maar er is wat aan de hand,’’ zei Hekker.
‘ Ik hoor net dat er in Nederland problemen zijn met de Indonesiërs. Ze willen het bestand opzeggen,’ zei Jaap Meertens, die binnen komt lopen.
‘Ja, verrek, dat weten wij ook wel dat er problemen zijn met de Indonesiërs. Daarom zijn we hier,’ zei Lammers.
‘Lul niet Lammers. Ik bedoel wat er nu aan de hand is.’
‘’Oké, Jaap. Rustig jongen. We merken het vanzelf,’’ zei Hardeman.
‘’Jij, wilt toch ook wel graag weten wat er aan de hand,Klaasie. Jij zit toch ook te popelen. Als er een fanatiek is dan ben jij het wel,’ grinnikt Jaap Meertens.
‘Jongens geen problemen. We zijn hier gekomen om te schieten als het nodig is. En als het zover is dan horen we dat wel,’zei Lammer. Lammers schijnt er als dienstplichtige marinier geen problemen mee te hebben

De mariniers van de paarden waren dagelijks aan het oefenen. Optuigen, aftuigen. Optuigen en dan zware pakken aan de beesten hangen. Veel lopen met bepakte paarden. Alle dagen waren ze er mee bezig. Ook de mariniers moesten er van leren. Er waren lastige paarden bij. Maar na een paar weken oefenen waren deze paarden ook onder controle..

De geruchten bleven aanhouden. Met de politiek ging het niet goed. Hoewel wij er niet veel van hoorden druppelde er toch wel wat door. Vooral uit brieven van thuis.
Maar van militaire zijde hoorden we niets.
Dagelijks waren we bezig met onze wapens, schoonmaken en nog eens schoonmaken.
De aanvullingen op onze uitrusting was intussen voltooid. Wapens en uitrusting waren helemaal in orde. We kregen nog wat lessen over krijgstucht.. Verder hadden we heel rustige dagen. Onder de mariniers werd er wel over gesproken. Iedereen had daar zijn eigen gedachten over. Er was ook enige spanning maar de spanning werd vooral ontladen door het maken van grappen.
‘Hé, Klaas zit je al te wachten op een oorlogje,’’ grapt Lammers.
‘Het is wel iets nieuws. Als het allemaal waar is wat de geruchten zeggen dan kan het nog wel spannend worden,’ antwoord Hardeman.
‘Ben je belazerd man die ploppers blazen we toch gewoon van de weg af,’ zei Jaap Meertens en hij flotste weer een beetje spuug op de grond.
Hardeman zei niets. Hij dacht aan thuis. Zijn vader en moeder zouden ook wel alles lezen wat er in de krant stond. Zijn moeder was nogal laconiek geweest toen hij vertelde dat hij naar Indië zou vertrekken. Zijn vader had er anders tegenover gestaan. Hij was nog steeds niet zo gesteld op dat militaire gedoe. Daarbij kwam ook nog dat Klaas’ ouders nog steeds niets hadden gehoord van hun dochter die vermist was. Daar dacht Klaas zelf weinig aan. Ondanks dat hij gek was van zijn zuster. Maar zijn gedachten gingen naar zijn ouders.
‘Klaas, wat zit je te suffen man. Je zit toch niet piekeren over die ploppers,’zei Lammers
‘Klaasie piekeren over de ploppers. Ben je gek man Klaasie zit met spanning te wachten dat hij er tegen aan kan,’ zei Meertens.
‘Ik denk nergens aan. Of ja, ik dacht wel ergens aan. Maar dat gaat jullie geen moer aan,’zei Hardeman.
Niemand zei iets. Hardeman stond op en ging naar het toilet.
Toen Hardeman terug kwam zaten de mariniers elkaar nog steeds op te jutten.
‘Hé, Lammers jij hebt je BAG toch wel in orde. Zodat we niet in moeilijkheden komen als we onder vuur worden genomen,’vraagt een marinier.
‘Mijn wapen is helemaal in orde, jongen, maak je maar niet ongerust.’ Zei Lammers.
‘Oké, ik vraag het maar,’antwoord de marinier.
‘Ik help je wel als je met een kogel in je reet op de grond ligt gillen om je moeder,’lacht een andere marinier.
‘Hij wel, mij zal je niet horen gillen.’ Misschien een plopper die ligt te gillen.’
‘Hé, doen jullie niet flink. Het kan nog wel eens slecht uitpakken met dat flink doenerij van jullie,’ griept Van Marken.
De mariniers zeggen er niets op. Ze gingen weer wat zitten rommelen aan hun spullen. Hardeman ging op de rand van zijn bed zitten.
‘Met dat stomme gelul moet je je niet bezig houden, Hardeman,’zei Van Marken.
‘Als er wat gebeurt dan moet je je kop er bij houden. Flink doenerij daar je niets aan. Let op je groepscommandant en op mij. Luister wat er gezegd wordt. Het zal zeker geen spelletje zijn.’
‘Oké, korporaal.’
Hardeman zit gewoon wat voor zich uit te staren en wacht op wat er verder gaat gebeuren. Hoe dan ook wat er gaat gebeuren Hardeman vindt dat Indië bij Nederland moet blijven. En als hij daar voor moest vechten tegen de ploppers dan zou hij dat doen. Hij was beroepsmarinier en zal doen wat hem gevraagd werdt. Hij dacht dat alle beroepsmariniers er zo over dachten. De dienstplichtige mariniers konden er wel eens anders over denken. Maar tot zover waren er geen problemen met de beroeps of dienstplichtigen. Zij zouden allen hun plicht doen.


De nieuwe ploegscommandant sergeant Wikkers is nu wat nadrukkelijker bij zijn groep aanwezig. Hij spreekt met zijn ploegcommandanten en ook met de mariniers die tot zijn groep behoren. Het zijn informele gesprekjes. Sergeant Wikkers is een rustige man. En heeft veel interesse en luistert naar zijn mariniers. Hij lacht weinig maar kan een heel vriendelijk grijns op zijn gezicht toveren.
Hardeman heeft nu al meer vertrouwen in hem dan de voorgaande maanden toen hij een andere groepscommandant had.

Het gonst van de geruchten. Het was half juli 1947. Wij hoorden dat de Nederlandse regering had gedreigd te beginnen met een actie tegen de republiek Indonesië. In Tangoelangin  gaan wij weer verder met oefeningen en werken aan de conditie. Intussen zijn we sterk als beren. Gewend aan de hitte en in het algemeen aan het leven in de tropen. Hardeman voelde zich heel lekker. Hij was in het land waar hij zo graag wilde zijn.

Het is 20 juli 1947. Na baksgewijs krijgen wij opdracht  alles in te pakken en de rukzakken en binnen een uur moeten klaar staan voor afmars. De mariniers rennen naar hun huizen en beginnen hun spullen in de rugzakken te proppen. Het veldbed gaat in de kleine plunjezak. De kleding in de rugzak. Een uur later staat het peloton buiten aangetreden. De pelotonscommandant laat zich ook weer eens zien. Ook hij is er klaar voor. Op zijn rug draagt hij de officiersrugzak. Hij draagt een Amerikaans pistool op zijn heup.
‘Luister uit!’  Wij vertrekken nu naar Porong. Het hele bataljon verzameld zich in Porong. Jullie zullen de geruchten wel hebben gehoord. Het is namelijk zo dat er een grote kans bestaat dat er een actie tegen de republiek gaat beginnen. De laatste weken zijn jullie weer eens flink aangepakt en dat komt nu goed van pas. Wat er gaat gebeuren is nog niet duidelijk maar dat horen wij wel als we in Porong zijn. Jullie hebben alles ontvangen, zoals munitie, handgranaten, geweergranaten. Goed, majoor marcheer maar af naar de weg daar staan de trucks.’
‘Afmarcheren naar de trucks, luitenant,’herhaalt de majoor.
Inderdaad hadden wij een paar dagen geleden onze organieke aantallen munitie gehad. De korporaals hadden allemaal twee geweergranaten gekregen. Alle mariniers hadden hun portie munitie en twee handgranaten ontvangen. De BAR schutters hadden veel munitie aan hun lijf hangen. Wij waren er klaar voor.
Onze compagnie liep naar de trucks. In andere trucks zaten al andere compagnieën van het bataljon. Er was veel bekijks van de bevolking.
‘Eindelijk is het dan zover, jongens,’ zei Hardeman enthousiast, ‘Eindelijk!’.
Hardeman voelde zich opgewonden maar niet van angst. Hij was blij dat het eindelijk ging gebeuren.
‘Doe maar weer fanatiek.’, zei Herker. Herker was nu weer terug bij zijn groep. Hij had weken in de weer geweest voor de luitenant.
‘Het is ongelooflijk wat een fanatiekeling die kerel is. Kijk jij maar goed uit, Klaas,’’ zei Lammers.
‘Maak je om mij maar niet druk, ik kijk wel uit. Daarbij komt nog dat je wel kunt uitkijken maar als er iets gebeuren moet dan houd je dat niet tegen,’ antwoordde Hardeman, ‘ Maar. Jongens kijken jullie ook goed uit.’
‘Oké, Klaas, maar kijk jij toch maar uit,’’ zei korporaal van Marken.
‘Oké, korporaal.’
Korporaal Van Marken moest toch deelnemen aan een actie toch nog vlak voor zijn thuisvaren. Hardeman wist zeker dat de korporaal er niets voor voelde.

Bij de trucks aangekomen hielpen wij elkaar met het instappen. De vracht op de rug met de munitie was behoorlijk zwaar. Het commando voor vertrek volgde spoedig.
De mariniers dollen en zingen in de truck er wordt hard gelachen. Langs de weg stond de bevolking met de duim omhoog en keken lachend naar de mariniers.
Een half uur later arriveerde compagnie ‘L’ in Porong. Ook de ander compagnieën arriveerden in Porong. Het was er erg druk. Er stond een peloton Sherman tanks. Wat hier gebeurde was niet voor niets . Zo goed als het ging werden de mariniers zoveel mogelijk onder gebracht in de huizen. Veel plaatsen waren er niet maar het ging alleen maar om een slaapplaats.
‘ 2de peloton aantreden!’
Binnen enkele minuten stond het peloton aangetreden.
‘Luister uit!’ Er mag niet worden uitgepakt. Ook je veldbed niet, die worden bij elkaar gelegd en komen later achter ons aan. Straks gaan wij nog extra munitie halen. De geweerschutters krijgen allemaal nog een sling met munitie. Als je nog naar huis wilt schrijven doe dat dan nu. Waarschijnlijk krijgen jullie daar de eerste dagen geen tijd meer voor. We mogen wel aannemen dat de actie doorgaat.’ De luitenant eindigt zijn verhaal en gaat bij zijn onderofficieren staan. Er wordt gewacht op nadere orders. De mariniers liggen of hangen maar een beetje rond. Hardeman schrijft net als de andere mariniers een brief naar zijn ouders. Hij wil ze niet in ongerustheid laten zitten. Als de actie doorgaat dan staat dat morgen uitgebreid in de krant
‘2de peloton, extra munitie halen. Groepsgewijs liepen de mariniers naar de munitie bunker. Daar kreeg iedereen extra munitie. Hardeman vroeg nog om een tweede sling. Hij kreeg deze toegereikt door een marinier die de munitie  stond uit te delen.
Het werd echt oorlog!

De rest van de dag werd in alle rust doorgebracht. Niemand had er behoefte aan om druk te doen. Iedereen was bezig met zijn eigen gedachten. Het bezoek aan de pater en dominee was in volle gang. Hardeman had daar geen behoefte aan.
Net voor donker werden wij nog bij elkaar geroepen.
‘Morgenochtend, 21 juli moet iedereen om vijf uur klaar staan voor afmars. Volledig gepakt en gezakt. Ga vroeg slapen het is vroeg dag.’
‘Oh, ja, je kunt nog gebruik maken van je veldbed. Maar zorg er voor dat dat ding morgenvroeg ingepakt klaar ligt zodat het op een truck gelegd kan worden. Het is om 3 uur ‘overal’, daarna naar het kombuis. En nog wat, laat je niet vollopen met, morgen moet je je kop goed bij elkaar hebben. Verder nader orders afwachten.’’
De mariniers gingen hun tampatjes opzetten en gingen op het bed liggen. Hoe meer rust hoe beter het was.
Hardeman dacht aan huis. Als morgen in de krant staat dat de aanval is begonnen, zal ze wel zeggen ‘Hij slaat er zich wel doorheen’.
Om 3 uur werden ze gewekt.

 


Copyright © 2008, C. Hartsuiker - All Rights Reserved


Creatie datum : 27/03/2008 @ 09:41
Laatste wijziging : 27/03/2008 @ 09:51
Categorie : Hartsuiker, Cees
Pagina gelezen 7309 keren


Print preview Print preview     Print deze pagina Print deze pagina

Reacties op dit verhaal


Er heeft nog niemand gereageerd.


Share
Zoeken




Bezoekers 01-01-2008

 605689 Bezoekers

 16 Bezoekers online

TopArtikelen
^ Boven ^