Verhalen door:

Sluiten Derks H.A.T.

Sluiten Derks, H.A.T.

Sluiten Eijgelsheim Eric

Sluiten Geugten J.E. van der

Sluiten Groot, Kees

Sluiten Hartsuiker, Cees

Sluiten Hofwijk J.W.

Sluiten Indonesië

Sluiten Jonge, Jaap de

Sluiten Kol, van H.

Sluiten Kuin, Herbert

Sluiten Levert-van der Mijll Dekker, Els

Sluiten Melati van Java

Sluiten Nuhoff, Betsie

Sluiten Numans, Mary

Sluiten Pieters, Lody

Sluiten Putten, Krijn van

Sluiten Renesse, Lucie van

Sluiten Tebbenhoff H.

Sluiten Velleman, Luwi

Sluiten Verschuren, Naomi

Sluiten Weel, Ron van der

Hoorspel / Luisterboek

Sluiten Documentaire films

Sluiten Spoorloos

Sluiten Verhalen in Pètjoh

Sluiten Boomsma, Graa

Sluiten Brooshooft. P (Toneel)

Sluiten Daum P.A.

Sluiten Dijk Ko van

Sluiten Hella Haasse

Sluiten Keuls, Hans

Sluiten Louis Couperus

Sluiten Mark Loman

Sluiten Multatuli

Sluiten Olaf J. De Landell

Sluiten Pramoedya Ananta Toer

Sluiten Soer Josephine

Sluiten Székely-Lulofs M.H.

Sluiten x - MP3 Software

Hartsuiker, Cees - Nederlands Indië - 14

Mijn verhaal - Nederlands Indië 14

Herker was een paar dagen ter observatie in het hospitaal gehouden. Hij stond onverwacht voor ons.
‘Hier ben ik weer Klaas. Er is met mij geen moer aan de hand. Ze hadden me nog niet nodig daar boven. Ik ben wel gesloft. Het was een klere klap toen die mijn ontplofte. Ik had geen schrammetje. De luitenant heeft een grote scherf in zijn bil. Die kunnen we wel afschrijven voor ons peloton. Ik doe weer gewoon mee,Klaas.’
‘Ouwehoeren ben je niet verleerd. Wat je ons nu hebt verteld dat wisten we al,’lachte Hardeman, ‘Maar Anton, ik ben blij dat  je terug bent en dat je niks hebt opgelopen. Uiteindelijk heb jij ook maar een klein kontje daar past helemaal geen scherf in. Maar zonder gekheid, ik ben blij dat je er weer bent. We hebben hier wel wat te doen dus aanpakken maar.’
‘Ik merk het wel, jullie hebben op mij zitten wachten want zonder mij kunnen jullie het werk niet aan,’
‘Hijwel, jij mocht altijd de leuke klusjes van de luitenant opknappen. Je heb met je reet in het hospitaal gezeten terwijl er geen schram opzat en nu begint meneer te griepen dat hij weer moet aanpakken. Kom op, schapenreet,’ zei Lammers quasi griepend.
Lachend ging Herker zijn spullen uitpakken en zijn tampatje opzetten.
Sergeant Wikkers kwam de kamer van Hardeman binnen.
‘’Klaas, ga jij met je mensen een patrouille rijden over de Zuid-Smeroeweg en breng gelijk een kist munitie naar een post. Die post zit op de Zuid-Smeroeweg. Het zijn mensen van het 1ste peloton.’
‘ Goed, sergeant, hoe laat moet ik weg,’ vroeg Hardeman, Kan ik nog iemand meenemen anders zijn we maar met ons drieën.’
‘O ja, neem maar iemand mee. Liefhebbers genoeg. Je gaat nu direct weg. De truck staat al klaar. Geef eerst de kist munitie af, rij dan nog een aantal kilometers verder. Dan kan je nog een groot stuk van de Zuid-Smeroeweg controleren.’
Oké sergeant.’
Hardeman trommelde zijn mensen bij elkaar en haar vroeg aan Hartong of hij mee wilde gaan. Zijn ploegscommandant had geen bezwaar.
’Kom op Anton, je kan gelijk weer mee op de truck. Hebben jullie allemaal  munitie en handgranaten genoeg,’ vroeg Hardeman.  Herker moest nog wat aanvulling hebben maar dat was snel geregeld.
‘Sergeant, ik vertrek nu.’
‘Goed Klaas. Ga je gang.’
Het was een warme dag, maar ze hoefden niet te lopen en op de truck staand was het lekker koel.. De chauffeur was een KNIL-man. Een Ambonese soldaat. Hardeman was niet naast de chauffeur gaan zitten. Hij stond met zijn mensen in de truck.. De chauffeur had de kist munitie in de truck gezet. Het was een mooie rit. Steile hellingen van de uitlopers van de vulkaan de Smeroe die gevaarlijk aandeden als schuilplaatsen voor sluipschutters van de vijand. Wij hadden de wapens schietklaar in de hand.. Om ons heen de schitterende kleuren van de berghellingen. De chauffeur scheurt of zijn leven er vanaf hangt. Wij moeten ons behoorlijk schrap zetten. Hardeman en Herker staan tegen de cabine. Hartong en Lammers stonden met hun BAR boven de achterwielen van de truck.
Ze kwamen ogen te kort. Het was een schitterend gezicht. Maar tevens goed opletten op de hellingen.
‘Je bent net terug, Anton en nu sta je alweer op de truck,’ riep Hardeman tegen Herker.
‘Ja, verdomd en ik sta helemaal niet op mijn gemak,’
Hardeman maakt een wegwerp gebaar. Na een half uur rijden kwamen ze bij de post en gaven daar de kist munitie af.. De mariniers op die post hielden een grot gedeelte van de Smeroeweg in de gaten..
Hardeman zei tegen de chauffeur nog een eind verder te rijden. De chauffeur scheurde weer langs de hellingen. Hij wilde kennelijk zo snel mogelijk weer terug naar Malang.
Op een hoog punt op de weg gaf Hardeman een klap op de cabine en hij keek in de cabine naar de chauffeur en riep hem toe te stoppen.
Precies bij een bocht stopte de chauffeur. Het was heel helder weer en konden heel ver zien.
‘Kijk daar in de verte daar kun je de kust zien. Dat is de zuidkust. Maar dat is nog een  eind weg.’zei Hardeman.
‘Daar heb ik nooit bij stil gestaan dat je dat van hieruit kon zien,’zei Lammers.
‘Het is een fantastisch gezicht,’ zei Hartong.
‘Laten we maar weer aan rijden, Klaas,’zei Herker.
‘Ja, we gaan weer terug.’
Chauffeur draaien maar en terug naar Malang,’ riep Hardeman tegen de chauffeur.
De chauffeur draaide de auto maar kon niet in een keer de draai maken. Maar met een beetje steekwerk stond hij weer in de richting Malang.
De chauffeur begon weer te scheuren. De mariniers moesten zich goed vasthouden.
Hardeman riep naar de chauffeur wat kalmer te rijden
‘Ja,’ riep de chauffeur maar vergaat zijn voet van het gaspedaal te halen.
Hardeman gaf nog eens een klap op de cabine en ging bijna met zijn hoofd in de cabine. De chauffeur keek naar Hardeman. Hardeman,’’ riep.,’ pelan-pelan.’ Dat moets de chauffeur verstaan. Hij keek naar Hardeman maar zei niets en reed door.
‘Wat een hufter,’’ riep Lammers.
‘Die vent knijpt ‘em als een dief,’ riep Herker.
Hardeman maakt een wegwerp gebaar, en ging strak tegen de cabine staan.
‘Klaas, een handgranaat!’ gilde Lammers.. Hij schouderde zijn BAR  en jaagt een riedel kogels  in de berghelling. De chauffeur schrok kennelijk want hij gaat nog sneller rijden.
Hardeman zag de handgranaat door de truck rollen in de richting van Hartong. Deze ziet de granaat ook bukt zich snel pakt de granaat en werpt deze de berghelling. Alles gebeurt in een fractie van enkele seconden. De granaat klapt uit elkaar. Het was niet in de zelfde snelheid na te vertellen. Lammers schoot nog eens tegen de berghelling aan. Als een blok beton stond hij midden in de truck. Het zal weinig uitwerking hebben maar geluid is geluid..
‘Vastvuren’ schreeuwde Hardeman in het oor van Lammers..
‘’Je hoeft niet zo te schreeuwen,’schreeuwde Lammers terug. Hardeman stak zijn duim omhoog naar Lammers.
‘Nelis, dat was groots,’ Hardeman gaf Hartong een klap op de schouder.’Het is maar goed dat die kist munitie van de truck is,’’ zei Hartong,’ anders hadden we het wel kunnen schudden.’
‘Zonder die kist ook wel denk ik,’’ zei Hardeman,’’ Maar goed dat die granaat in je richting rolde anders had je dat ding niet zo snel kunnen pakken.. We zijn weer eens gesloft mannen.’
De chauffeur reed nog steeds als een geschrokken dekhengst langs de berghellingen. Bij de kampong Turen werd het weer wat vlakker en kwam de chauffeur weer tot bezinning. Even later kwamen ongedeerd in Malang aan. Hardeman meldt zich af bij sergeant Wikkers die op zijn gemak op het terrasje van zijn woning zat.
‘Sergeant we zijn we terug. Opdracht uitgevoerd. We zijn nog een eind de Zuid-Smeroeweg opgereden en daarna terug gekeerd. Op de terugweg werd er een handgranaat in de truck geworpen. Het ding rolde in de richting van Hartong ,deze pakte de granaat op en smeet hem de berghelling af. We zijn wel gesloft.’
‘Dat was een knap staaltje oplettendheid van Hartong,’ zei Wikkers,’’ Ik zal het hem zeggen.’
‘Hij bedacht zich geen moment. Pakte de granaat en smeet hem weg,’’ zei Hardeman.


‘Het is dus uitkijken op de Zuid-Smeroeweg. Ik ken die weg nog van voor de oorlog. Er zijn veel berghellingen met goede schuitplaatsen voor de ploppers,’zei Wikkers.
‘Het is wel fantastisch mooi,’’ zei Hardeman.
‘Ja Klaas, maar laat je daardoor niet afleiden. Blijf uitkijken er zit genoeg gespuis dat zal proberen ons om zeep te helpen. Het is mij opgevallen dat je niet bang bent uitgevallen. Maar denk er aan dat je ook de zorg hebt voor drie andere mensen. Fanatiek zijn is goed maar het mag niet leiden tot onvoorzichtigheid.’ Sergeant Wikkers keek Hardeman recht in de ogen.
‘Sergeant, ik begrijp wat u bedoelt.’’
‘Goed, jullie hebben het er voor vandaag weer opzitten. Je weet het hé, wapenonderhoud!’
‘Oké sergeant.’’
Hardeman ging naar zijn kamer en daar waren zijn mensen al bezig met wapenonderhoud. Over de handgranaat werd niet meer gesproken.

De dagen in Malang weren gesleten door patrouillerijden of lopen, wachtlopen. Van een rustperiode was nog weinig van te merken. Tijdens de patrouilles werden we hier en daar beschoten door de vijand. Zij hielden zich niet aan het staakt het vuren. Op een ochtend toen wij weer op patrouille waren werden we beschoten vanuit een kampong die ongeveer honderd
Meter van de weg af lag. Tussen de autoweg en de kampong lag een sawa. Regelmatig werden wij  beschoten vanuit deze kampong. Maar wij schoten nooit terug. Wij hielden ons aan het staakt het vuren. Het had ook helemaal geen zin om terug te schieten. De ploppers lieten zich niet zien. En als wij zouden terug schieten dan kon het best eens gebeuren dat wij onschuldige burgers zouden treffen. Wij zochten het gevecht niet op. Maar deze ochtend was het vijandelijk zo hevig waardoor een korporaal van ons peloton werd getroffen in zijn been. De korporaal, een Indische jongen, lag kermend in de truck. Hij had veel pijn en verloor veel bloed. Wij schoten nu onmiddellijk terug vanaf de truck. Sergeant Wikkers die naast de chauffeur zat werd gewaarschuwd door een marinier die achter tegen de cabine stond. Wikkers gaf direct opdracht aan de chauffeur om te keren en met hoge vaart naar het hospitaal te rijden.
‘Rij zo hard je kunt!’
De chauffeur keerde de wagen en reed met hoge snelheid naar Malang en het hospitaal. Een paar mariniers hielden de korporaal stevig vast. De anderen schoten niet meer maar hielden zich zo goed mogelijk vast aan elkaar.
De wond van de korporaal werd dichtgedrukt met noodverband wat elke marinier bij zich droeg.. luid toeterend reden wij naar Malang. Bij het hospitaal sprongen een paar mariniers direct van de truck er rende het hospitaal binnen om een brancard te halen. Ook weer rennend kwamen de mariniers met de brancard naar de truck die voor de ingang van het hospitaal stond. De korporaal werd op de brancard gelegd en naar binnen gereden. Daar werd hij over genomen door een paar zusters. De truck met de mariniers reed terug naar de post aan de Idjenboulevard. Sergeant Wikkers bracht rapport uit aan de compagniescommandant.
Er werd een gevechtspatrouille geformeerd. Het 2de peloton, een mitrailleursectie en mortiergroep waren snel klaar om te vertrekken. De trucks reden snel naar de kampong. Bij aankomst  bij de kampong sprongen we van de truck en de infanteristen stonden in linie om zo snel mogelijk de kampong in te trekken. De mitraillisten en mortieristen kwamen er onmiddellijk achteraan.
‘Wij rennen de kampong in en jagen de bevolking uit de huizen die het dichtst aan de rand van de kampong staan en steken deze in brand. Er wordt niet geschoten alleen in uiterste noodzaak,’zei de OPC.


‘Rennen!’
Het peloton rende in zijn geheel naar de kampong over de weg die er naar toeliep. Een mitrailleurgroep die ver links van ons lag dekte ons. De andere mitrailleur en de mortiergroep rende met ons mee. Zij deden het wat rustiger aan zij waren er alleen als versterking van het 2de peloton.. Er werd door de vijand niet meer geschoten. Deze was kennelijk gevlucht. In de kampong waaierde wij uit en begonnen de huizen te doorzoeken. Per ploeg namen wij een huis en doorzochten het op wapens en mensen, vooral jongemannen. Maar jongemannen waren er niet. Het waren vooral vrouwen , kinderen en oude mensen. Wij joegen de mensen de huizen uit. Enkele huizen werden in brand gestoken.. Huilend en gillend liepen de vrouwen in de kampong. Overal werden de deuren opgetrapt en vloekend en tierend traden wij op.. De bewoners van de kampong waren doodsbang. Huilend vielen de vrouwen en kinderen op de grond. Niemand trok zich er iets van aan. Het ene huis naar de ander ging in de fik. De mensen probeerden ons aan het verstand te brengen dat zij niet schuldig waren. Maar de mariniers waren voor geen reden vatbaar.
‘Mijnheer, mijnheer, hebt medelijden.’ Gilde een vrouw zij lag huilend op de3 grond. Haar kind trok huilend aan haar sarong. Een oude man stond bibberend bij een sergeant die hem ondervroeg. Er was een ongelooflijke hitte in de kampong vanwege de brandende huizen. De mensen trokken aan de mariniers die geen enkele emotie toonden.
‘Waar zijn de ploppers,’’ vroeg de sergeant aan een oude man.
‘Die zijn gevlucht,’was het antwoord.
‘De ploppers zijn niet van hier, mijnheer,’ zei de oude man
‘Het zijn allemaal vreemdelingen.’
‘Deze man zegt dat het allemaal vreemdelingen zijn en niet in deze kampong thuishoren.’’ Zei sergeant de Kruik.
‘Dan had hij ons maar moeten waarschuwen dat er ploppers in zijn kampong waren.’ zei een ander.


Een gedeelte van de kampong stond in brand. Het deel waar de groep van sergeant Wikkers zich bevond stond niet in brand. Zij doorzochten wel de woningen.. De meeste bewoners waren gevlucht. In een van de woningen waar Hardeman binnendrong stond een vrij jonge Javaanse vrouw met haar sarong tot boven de knieën opgetrokken en bood haar lichaam aan. Zij riep Hardeman toe het huis niet in brand te steken. Daarvoor bood zij haar lichaam aan.
Hardeman stond met zijn geweer in aanslag bijna tegen haar aan. Hij keek door het huis en zag een oude man het achterhuis uit vluchten. Hardeman zag de angst in haar ogen. De vrouw had haar sarong over haar borsten opgerold. Zij maakte de sarong los en stond naakt voor Hardeman. Hij kreeg een rilling over zijn lijf. Hij zag de harde mooie borsten.
Het enige wat hij nog hoorde, ‘Tuan….’. Hij draaide zich om en ging het huis uit.
Twee mariniers naderde het huis waar Hardeman uit kwam.
‘Steek dit huis niet in brand,’ zei Hardeman.
De mariniers liepen door en gingen het huis niet binnen. Hardeman voelde zich niet lekker. Hij was ook keihard opgetreden tegen de bevolking. Zijn groep had geen huizen in brand gestoken. Hij zag nog de angstige blik in de ogen van de vrouw. Op hoog niveau was er altijd gezegd je niet aan vrouwen te vergrijpen. Maar het zou je zomaar overkomen.

In de kampong stonden een flink aantal huizen in de brand. Maar het grootste gedeelte van de kampong stond niet in brand. Net de woningen die uitzicht op de straat hadden stonden in brand.
‘Actie beëindigen!’
‘2de peloton verzamelen en terug naar de trucks.’
De order werd door iedereen herhaald. De mariniers verzamelden zich aan de rand van de kampong. Geen schot is er gevallen. In de looppas gaan we terug naar de plaatst waar de trucks stonden te wachten. Vandaar uit te zien was het duidelijk wat er in de brand stond.
Er waren lolbroeken bij die er echt plezier in hadden. Vele mariniers zeiden niets. Hardeman dacht aan de mooie jonge vrouw die haar lichaam aanbood om haar huisje te mogen besparen. 
Het was haar in ieder gelukt. Hoewel Hardeman niet de behoefte had haar te verkrachten..
Met volle vaart reden de trucks terug naar de Idjenboulevard.

‘Waarom mochten wij dat huis niet in brand steken, Klaas,’zei de marinier die in de kampong het huis binnenging waar Hardeman net uitkwam.
‘Die vrouw die daar in huis was was geheel in paniek. Zij bood haar lichaam aan om te voorkomen dat haar huis in brand gestoken zou worden,’
‘Nou,  is dat zo erg? Er zullen wel meer vrouwen in paniek geweest zijn.’
‘Zo’n preutse jongen ben je toch niet, Klaas. We kennen je wel anders.’
‘Ja, dat zal best.. Maar we maken geen misbruik van vrouwen die in paniek zijn.’
‘Jonge jonge, wilde je de jofele bink uithangen.’
‘Jij kent mij lang genoeg of ik de jofele bink wil uithangen, zei Hardeman fel, ‘’
Het was het verkeerde moment.’
‘Je wordt toch wel korporaal, Klaas.’
‘’Zolang ik ploegcommandant ben dan pik ik niet dat er iets met vrouwen gebeurt als ik de leiding heb.’
De marinier haalde zijn schouders op en liep verder.


‘2de geweergroep verzamelen.’riep sergeant Wikkers.. Hij stond buiten voor het huis aan de Smeroeweg. De mariniers van zijn groep gingen aar buiten.
‘Luister uit. Wij gaan vannacht naar een loods waar een groot aantal balen wit katoen ligt opgeslagen. Deze spullen behoren toe aan een Chinees. Hij heeft gevraagd of wij die spullen een nacht willen bewaken. De loods staat even buiten Malang. Hij zal ons er heen brengen. Voordat het donker wordt moeten we bij de loods zijn. Om half vijf vertrekken we. Begrepen!”
‘De mariniers hadden het begrepen en gingen hun spullen in orde brengen. Ze hadden nog even de tijd en wachten rustig af.  Een paar mariniers gingen op hun tampatje liggen anderen maakten een wandeling over de Idjenboulevard. Om half vijf was iedereen klaar voor vertrek en zaten op de truck van de Chinees. Een klein half uur later kwamen we bij een grote stenen loods. Eigenlijk nog nieuw. In de loods lagen grote balen katoen.  De Chinees liet het ons zien. Het was allemaal opgestapeld in een hoek van de loods. De Chinees reed weer terug naar Malang.
Sergeant Wikkers deelde de wacht in, om de twee uur twee man op post. Voor de rest was er niets te doen. Het was donker en buiten was er niets te doen.  Iedereen zat binnen en de twee mariniers die de wacht hielden liepen of zaten buiten.
De mariniers hadden een zitplaats of een ligplaats gevonden op de balen katoen.
‘Sergeant als wij nou eens een baal katoen uit de loods brengen en deze morgenochtend bij de Chinees in Malang verkopen. Dan hebben we in ieder geval niet voor niets gewerkt..’ zei een marinier.
‘Verdomd, dat is een goed idee.’
‘Het zijn allemaal dezelfde witte balen we pikken er gewoon een mee.’

Morgenochtend worden we door een truck van ons zelf afgehaald. De Chinees komt morgenochtend nog wel voordat wij worden afgehaald bij de loods,’ zei sergeant Wikkers.
‘Het lijkt mij sterk dat die Chinees die balen nog eerst natelt,’ zei Hardeman.
‘Dat moet hij weten. We hebben toch niet getekend voor een aantal balen,’’ zei Herker.
In de loop van de avond en de nacht probeerden de mariniers nog wat te slapen. Maar dat valt tegen. De balen zijn hard. Het is een koele nacht. Vroeg in de ochtend kwam er een truck van ons zelf. Wij gooiden een baal katoen in de truck. Verder was het wachten op de komst van de  Chinees. Deze laat niet lang op zich wachten. Wikkers spreekt met de man, lachend en buigend neemt hij afscheid van de mariniers. Wij reden naar Malang terug en bij de eerste de beste Chinese toko op Kajoetangan verkochten wij de baal katoen. De Chinees informeert niet naar de herkomst en gaf het geld aan Wikkers. Tijdens de rit werd het geld verdeeld. De uiteindelijk opbrengt per man was natuurlijk niet groot. Maar een stuk in je kraag kon er wel vanaf. Wij zijn er dus niet rijk van geworden.

De volgende dag stond de marinierspolitie op de stoep. De MP wilde even praten met de groep mariniers die bij de loods de wacht had gehouden. Het bleek dat de Chinees de balen wel had geteld en dat hij er een te kort kwam. Hij was toen onmiddellijk naar de MP gegaan en het daar gemeld. Wij werden allemaal verhoord. Volgens de MP hadden wij iets ernstigs gedaan.
Zij deden ook heel onvriendelijk en dreigden met de krijgsraad. Maar niemand scheen onder de indruk want er werd niets verteld. Wij wisten van niets. Opmerkingen van ons als, ‘’=Och het telraam van de chinees zal wel niet hebben gedeugd’ en ‘die klere Chinees kan de pestpokken krijgen’ of die spleetoog kan naar zijn moer lopen,’ waren er genoeg.
Het duurde een paar dagen voor dat de MP ons met rust liet. De pilsjes smaakten ons best.


Verder was het een heerlijke tijd in Malang. Ondanks de vele patrouilles kwamen we toch wel tot rust. Ávonds gingen we passagieren. Het leven in Malang begon weer op gang te komen. De winkels waren weer open een we snapten niet waar die Chinezen hun spullen vandaan haalden want ze hadden van alles te koop.. Er was een goed restaurant Toko Oen waar je herlijk kon eten en snoepen. Ook Nederlands eten was er goed. Toko Oen was goed ingevoerd op Nederlandse lekkernijen. Gebak, taart en snoep. Aan de overkant van toko Oen was de katholieke kerk en even naar rechts was de sociëteit maar daar waren de mariniers niet welkom. Onze officieren zaten er wel. Maar voor ons waren er gelegenheden genoeg om een pilsje te drinken. Hardeman zat vaak bij toko Oen. Hij had het best naar zijn zin. De gedachten dat hij in Indië zou blijven werden steeds sterker.

 


Copyright © 2008, C. Hartsuiker - All Rights Reserved


Creatie datum : 27/03/2008 @ 09:46
Laatste wijziging : 27/03/2008 @ 09:52
Categorie : Hartsuiker, Cees
Pagina gelezen 8093 keren


Print preview Print preview     Print deze pagina Print deze pagina

Reacties op dit verhaal


Er heeft nog niemand gereageerd.


Share
Zoeken




Bezoekers 01-01-2008

 622544 Bezoekers

 5 Bezoekers online

TopArtikelen
^ Boven ^