Verhalen door:

Sluiten Eijgelsheim Eric

Sluiten Geugten J.E. van der

Sluiten Groot, Kees

Sluiten Hofwijk J.W.

Sluiten Indonesië

Sluiten Jonge, Jaap de

Sluiten Kol, van H.

Sluiten Kuin, Herbert

Sluiten Levert-van der Mijll Dekker, Els

Sluiten Melati van Java

Sluiten Nuhoff, Betsie

Sluiten Numans, Mary

Sluiten Pieters, Lody

Sluiten Putten, Krijn van

Sluiten Renesse, Lucie van

Sluiten Tebbenhoff H.

Sluiten Velleman, Luwi

Sluiten Verschuren, Naomi

Hoorspel / Luisterboek

Sluiten Documentaire films

Sluiten Spoorloos

Sluiten Verhalen in Pètjoh

Sluiten Boomsma, Graa

Sluiten Brooshooft. P (Toneel)

Sluiten Daum P.A.

Sluiten Dijk Ko van

Sluiten Hella Haasse

Sluiten Keuls, Hans

Sluiten Louis Couperus

Sluiten Mark Loman

Sluiten Multatuli

Sluiten Olaf J. De Landell

Sluiten Pramoedya Ananta Toer

Sluiten Soer Josephine

Sluiten Székely-Lulofs M.H.

Sluiten x - MP3 Software

Renesse, Lucie van - Incognito 1

Lees voor met webReader

Incognito.

Deel 1

Lucie van Renesse

Door: Lucie van Renesse (pseudoniem Dé-Lilah)
uit 'Een Indisch dozijntje'.

Een Indisch verhaal, gepubliceerd te Utrecht door Honig in 1898.


In een der couranten stond de volgende advertentie:

"Bal masqul costumé et paré ten residentie-huize op Dinsdag de 1ste April. Grande fête de nuit."

Deze annonce werd door iedereen gelezen en herlezen; door velen goedgekeurd, door anderen afgekeurd. Ze wekte vrij wat opgewondenheid op bij het publiek en vooral bij de dames. De jongeren en vooral de jonge meisjes vonden het idée charmant, terwijl de ouderen het beter gevonden hadden als de resident maar een gewone dansreceptie had gegeven. Zij toch konden moeilijk gekostumeerd gaan, een gewone domino was hun slechts toegewezen en met lede ogen zouden zij het moeten toezien, hoe de jongeren zich prachtig kostumeerden in bonte kleuren en korte rokken.
Ook de heren vonden het belachelijk, om zich daar te gaan aanstellen als hansworsten en komedianten; het was waarlijk al mooi genoeg, dat men zich geheel in 't zwart moest kleden op een dansreceptie, en een overhemd moest gaan aandoen, waarvan het boordje om 't half uur een appelflauwte kreeg; maar nu nog met pruiken en bombari's van hoeden op te verschijnen, dat was toch al te kras. Dat waren echter meer de ouderen die daarover pruttelden, de meeste jongelui vonden het leuk, en luchtig om te dansen. zo'n gewoon neteldoeksch hemd, en een kort zijden broekje, zou net zijn of men niets aan had en men zou zeker ook niets geen last van de warmte hebben in zulk een kostuum. Hoe 't ook zij, of men 't aardig of belachelijk vond, onaangenaam of aangenaam, prettig of lastig, een ieder zorgde toch om bijtijds klaar te zijn met zijn kostuum. En een ieder was er even geheimzinnig mee. Slechts enkele zeer intieme vriendinnen bekenden elkaar. wat zij en hun mama zouden aandoen, terwijl zij telkens de toko afliepen om allerlei in te kopen. Men zocht satijn, fluweel, bloemen, passementen in goud en zilver, vergulden knopen, parelen, kralen en andere tierlantijntjes; men bestelde van Batavia, en zond telegrammen heen en weer.

Met koortsachtige verwachting wachtte men op de Bataviaboot, werden de kisten die meegekomen waren opengemaakt, en al het moois tentoongesteld, gewoonlijk in de slaapkamer op 't ledikant; terwijl de deuren op slot en de ramen gesloten waren.

Hier bewonderde men de fijne tulle met lovertjes bewerkt, het tarlatan, de lange bouquetten, de keurige schoentjes en de verschillende soorten van pruiken en knevels, maskers en fantasiehoeden. Daar zette de dochter des huizes grootpapa een mooien blonden pruik op; terwijl zij zelve een knevel onder haar neus nam en een steek op 't hoofd zette, en zo een pas de quatre met grootpa danste, die zich dit moest laten welgevallen.
Mama paste haar Maria Stuart aan, op blote voeten natuurlijk en met loshangend haar, en papa schermde met zijn fantasie degen in de kamer voor de spiegel. Het was een toneel het penseel van een Jan Steen waardig, en er werd dan ook natuurlijk gegierd van de pret.
Over 't algemeen was men zeer benieuwd wat de anderen zouden aandoen. Een ieder was nieuwsgierig en men gluurde naar zijne buren en zond de baboes er op uit, om 't een en ander te weten te komen. Vooral vraagde men zich af in welke toiletten de ingenieurs vrouw, de vrouw van de secretaris, en mevrouw W. zouden verschijnen. Mevrouw W. was de vrouw van de schatrijken superintendent van enige koffiepercelen, een zeer mooie elegante vrouw, Indisch van geboorte, maar in Holland opgevoed. De vrouw van de ingenieur en die van de secretaris waren echte "totoks." Deze waren de toonaangevende dames van de plaats want de resident was niet getrouwd; die was een weduwnaar en leefde met twee dochtertjes, bakvisjes nog, en hun gouvernante. Vooral was men benieuwd naar het toilet van mevrouw W. Zij toch was de dame die overal om haar. goeden smaak bekend stond. Altijd had zij de prachtigste en kostbaarste toiletten, die zij gewoonlijk uit Parijs bestelde, alleen als zij ze spoedig nodig had van Batavia. Iedereen wist daar wat van te vertellen, de één had gehoord dat mevrouw W. als "koningin Elisabeth" zou komen, in een roden pluche hermelijn, de andere zei, "neen dat is niet waar, zij gaat als "fee", helemaal in 't wit tarlatan, met zilveren lovertjes en met loshangend haar. De heren die dit hoorden meenden dat dit juist "het kostuum" voor haar was, want dat zij er altijd uitzag als een fee, zij was dan ook de mooiste vrouw uit de omtrek. "Hè neen!" meenden de dames "mevrouw Veld van de secretaris is veel mooier." Wat een taille! Wat een houding, jammer dat haar "geheel" zo koud is, precies een marmeren beeld."
"Ja dan zit er in mevrouw de Lorme meer leven," antwoordden de heren, "enfin, die is ook een halve Française, en bij haar is 't een en al leven en beweging, van haar grijze ogen af tot aan haar kleine poezelige voetjes toe." "Zij gaat als page hoor ik," zeide één der dames.
"Heerlijk! Heerlijk! meenden de heren, dan zullen we wat te bewonderen hebben." "Ja en op speciaal verzoek van de resident," merkte dezelfde dame weer aan. "Nu ja! wat zou dat?" zei een andere dame goedig. '"De resident speelt zo'n beetje vadertje over haar. Zij is immers ook nog zo bloedjong. Ik heb toch zelf gezien dat zij nog met de meisjes stoeide."

"Een aardig vadertje," lachten de heren, "nu zo'n dochtertje willen wij ook wel hebben." "Hoe of 't ook zij," merkte een derde dame op, "het komt toch niet te pas dat zij als page gaat. Ik zou 't mijn dochter niet eens toestaan, en deze is toch feitelijk nog een half kind."
"Maar weten jullie 't dan al zeker dat mevrouw de Lorme zóó gaat," zeide een oude heer, gepensioneerd kolonel en daar ter plaatse logerende. "Misschien is het niet eens waar, en wordt er al op de gebeurtenissen vooruitgelopen." "Ja! Ja! Zeker is 't waar," riep het gezelschap dames in koor uit, "Mevrouw Bits heeft het van Mevrouw Klets en die haar baboe heeft het gehoord van de koetsier, wiens vrouw "toekang djahit" is bij Mevrouw Loer, buurvrouw van mevrouw de Lorme." "Bediendepraatjes!" meende de gepensioneerde kolonel, "daar kan men nooit op aan. Ik voor mij, ik geloof 't niet, Ik vind haar een veel te zedig vrouwtje, dan dat ik zou kunnen geloven, dat zij in zulk een kostuum zou gaan." "Maar zij wordt immers geprotegeerd door de resident, en als die het mooi vindt, dan vindt iedereen het mooi, vat u dat dan niet kolonel?"
"Mevrouw, mevrouw," zei de kolonel, "wees een beetje voorzichtig met uw woorden. Wij zijn hier in besloten kring, maar uit zo iets nooit buitenaf; - dat is veel te gevaarlijk."
"Grut! ik heb er toch niets aan miszegd," antwoordde dezelfde dame, mevrouw Klets geheeten. "Het is algemeen bekend. En dat zij erg coquet is, dàt kan men toch al dadelijk wel zien, we hebben onze ogen toch niet in onzen zak."

"Hml" bromde de oud-militair, "koket is ze wel een beetje, maar enfin dat mag ook wel zijn. Als men zo mooi is mevrouw Klets, en daarbij nog kinderlijk jong, dan hoort de koketterie er zo'n beetje bij."
"In allen geval is ze toch een zeer lief wijfje," merkte de controleur tweede klasse op; "altijd vriendelijk, eenvoudig, en hartelijk, heel anders dan mevrouw W. hoor! Die is als een pauw, en niet te genaken. Zij groet niet eens terug als men haar salueert, en verbeeldt zich zeker dat dit een te grote gunst zou zijn. Zelfs mevrouw Veld kan niet in de schaduw van mevrouw de Lorme staan, en die is wàt jaloers dat de resident zoveel werk van haar maakt." "Hm! de resident heeft nog gelijk," bromde de kolonel nogmaals, "die secretarisvrouw heeft me ook te veel air hoor. Zij boft nu eenmaal dat de resident niet getrouwd en de assistent ook jonggezel is. Als die vrouwen hadden, dan zou mevrouw Veld zo goed als niets te vertellen hebben."
l"Maar zij is toch een echte dame en niet zo'n allemansvriend als die mevrouw de Lorme. Kijk maar hoe zij recipieert, het is één en al élégance en chique. Zij weet precies wat een ieder toekomt, steeds, beleefd maar toch op een afstand, vriendelijk voor de minsten klerk, maar toch niet neerbuigend." Dit werd door mevrouw Bits aangemerkt. "Nou de klerken moeten anders een elletje of wat van der hebben," antwoordde de eerste commies die ook in 't clubje zat, en toen bang zijnde dat deze uitlating zou worden overgebracht, liet hij er heel zoetsappig op volgen: "Ik heb trouwens niet te klagen, voor ons is ze altijd allerliefst."
"Dat is nogal glad," fluisterde mevrouw Loer mevrouw Klits in 't oor, "zijn vrouw maakt ook altijd wat, 't zij maniesan of sambellen, of gebakjes, en dat stuurt ze dan; - die twee zijn 2 handen op één buik." "En weten de dames nog niet welk kostuum zij aan zal hebben", vraagde de controleur tweede klasse.



--- Einde deel 1 ---



Creatie datum : 08/12/2010 @ 10:54
Laatste wijziging : 08/12/2010 @ 10:54
Categorie : Renesse, Lucie van
Pagina gelezen 4361 keren


Print preview Print preview     Print deze pagina Print deze pagina

Reacties op dit verhaal


Er heeft nog niemand gereageerd.


Share
Zoeken




Bezoekers 01-01-2008

 671743 Bezoekers

 16 Bezoekers online

TopArtikelen
^ Boven ^