Verhalen door:

Sluiten Derks H.A.T.

Sluiten Derks, H.A.T.

Sluiten Eijgelsheim Eric

Sluiten Geugten J.E. van der

Sluiten Groot, Kees

Sluiten Hartsuiker, Cees

Sluiten Hofwijk J.W.

Sluiten IndonesiŽ

Sluiten Jonge, Jaap de

Sluiten Kol, van H.

Sluiten Kuin, Herbert

Sluiten Levert-van der Mijll Dekker, Els

Sluiten Melati van Java

Sluiten Nuhoff, Betsie

Sluiten Numans, Mary

Sluiten Pieters, Lody

Sluiten Putten, Krijn van

Sluiten Renesse, Lucie van

Sluiten Tebbenhoff H.

Sluiten Velleman, Luwi

Sluiten Verschuren, Naomi

Sluiten Weel, Ron van der

Hoorspel / Luisterboek

Sluiten Documentaire films

Sluiten Spoorloos

Sluiten Verhalen in PŤtjoh

Sluiten Boomsma, Graa

Sluiten Brooshooft. P (Toneel)

Sluiten Daum P.A.

Sluiten Dijk Ko van

Sluiten Hella Haasse

Sluiten Keuls, Hans

Sluiten Louis Couperus

Sluiten Mark Loman

Sluiten Multatuli

Sluiten Olaf J. De Landell

Sluiten Pramoedya Ananta Toer

Sluiten Soer Josephine

Sluiten Szťkely-Lulofs M.H.

Sluiten x - MP3 Software

Levert-van der Mijll Dekker, Els - De vlucht 6

De vlucht - deel 6

16 maart 1942

Onze blijdschap wordt getemperd door de onmogelijkheid een vervoermiddel te krijgen.
De heer van Stein heeft voor ons bij de commandant veldpolitie geÔnfor-meerd maar taxi's mogen niet meer rijden.
Ik geef een telegram op naar Sema-rang met verzoek aan de heer Ebeling om twee taxi's te sturen.
Fernande geeft een telegram op naar haar schoonzuster met het verzoek om informatie over haar man.
Om een uur plotseling telefoon van Flip.
Heerlijk om bericht te hebben.
Allen gaat het goed maar Siloewok is een volkomen ruÔne.
Opeens is ons gesprek verbroken.
Het was erg onduidelijk, kennelijk wordt er meegeluisterd.

17 maart 1942

Van mevrouw Snijder hoor ik dat er geen telegrafische verbinding meer mogelijk is maar dat ons telegram nog net is doorgegeven.
Antwoord kunnen we echter niet verwachten.
Ik bel de Assistent-Resident Visser op.
Flip heeft gezegd dat we maar de hulp van het Binnenlands Bestuur moeten inroepen.
Hij belooft moeite te doen voor een taxi.
Als ik om vijf uur nog geen antwoord heb bel ik weer op.
Ik krijg van zijn zoon te horen dat zijn vader nog niets heeft kunnen krijgen.
Visser is ons echter niet vergeten want een half uur later krijg ik een telefoon van hemzelf.
Hij heeft voor de volgende morgen twee taxi's tot Parašn kunnen krijgen.
Daar kunnen we in de trein en met de trein na vele keren overstappen tot Ambarawa.
Verder moeten we het zelf uitzoeken.

De Japanners zijn al in Semarang.
Het rampokken in het gebied Semarang-Pekalongan is opgehouden.

De Hollanders van het BB werden vrijwel meteen door de Japanners geÔnterneerd.

Ik neem een besluit en bestel de twee auto's voor zeven uur de volgende ochtend.
De familie van Stein biedt aan tante Do die al een week bij hen in huis is bij zich te houden.
Zij vinden zo'n onzekere reis voor haar veel te vermoeiend en ge-waagd.
Het lijkt me ook de beste oplossing en hoewel het vervelend voor tante is om alleen achter te blijven is het toch voor haar heerlijk voorlopig in de koelte te zijn.
Daarbij is iedereen erg lief en dankbaar iets voor haar te kunnen doen.

Tante Do Ravesteyn was 70 jaar oud en in 1940 met de Oranje in IndiŽ gekomen.
De ontberingen van de afgelopen dagen hadden haar erg aangegrepen.
Zij was de zuster van de vader van de dagboekschrijfster.
Op 18 december 1944 stierf ze in het vrouwenkamp Tjideng aan hongeroedeem en een open been.

Nu valt er nog veel te doen.
Het is al bij zessen 's avonds als we alles moeten beginnen in te pakken.
's Avonds gaan Fernande en ik nog afscheid nemen bij mevrouw Wehkamp waar we ook de andere dames ontmoeten.
Daarna naar de familie van Stein om afscheid te nemen.
Ook de familie Snijder hebben we ge-groet.
Iedereen is buitengewoon hartelijk voor ons geweest, van alle kanten heb-ben we hulp ontvangen.

18 maart 1942

Al een week geleden heb ik voorspeld dat we op 18 maart zullen vertrekken.
Mijn trouwdag, hoe kan het anders dan een gelukkige dag worden.
Om zeven uur komen inderdaad de taxi's en om half acht zijn we onze tocht begonnen, nagewuifd door iedereen.
Mijn kinderen hoesten nog steeds, bijna de hele tijd bij van Stein hebben ze het bed moeten houden.
Ik snak naar de warmte die misschien vlug genezing zal brengen.
In Wonosobo stoppen we even.
Er komt een agent met post die meerijdt tot Parašn.
In Parašn kunnen we kaartjes nemen tot Broemboeng, 20 km boven Semarang.
Na een half uur vertrekt de trein.
In Setjang overstappen en drie uur wachten.
De trein die dan komt is zů vol dat Jol, Marre en ik moeten staan.
De meisjes kunnen op bagage zitten en als we rijden staat een Chinese heer zijn plaats aan mij af.
In Ambarawa weer overstappen.
Terwijl we wachten op aansluiting zien we een taxi aanrijden waaruit mensen stappen.
De taxi blijft leeg staan.

Op het spoortrajekt Broemboeng-Semarang van de belangrijke lijn Djocja-Semarang waren de bruggen door terugtrekkende Nederlandse militairen opgeblazen.
In Setjang drie uur wachten: gezien het hoogteverschil en de steile afdaling was het trajekt Setjang-Ambarawa (Gemawang-Jamboe) Java's eerste en enige tandrad- baan.
Daarvoor was een speciaal type stoomloc vereist waarop kennelijk gewacht moest worden.
In Ambarawa was het weer overstappen omdat van daar af de spoorbreedte anders werd: 1435 in plaats van 1067 mm.
De tandradbaan met spectaculair uitzicht is tot de jaren tachtig in dienst gebleven voor toeristen.
Ik snak naar de warmte: de kinderen in hun dunne hemdjes zijn ziek geworden door de inspanning van de beklimming gecombineerd met het grote temperatuurverschil.

Op verzoek van mevrouw van den Bergh informeer ik of hij naar Semarang kan rijden.
Dat blijkt te kunnen en na enig loven en bieden wil hij ons voor f.
25.- tot Oud-Tjandi brengen maar niet verder.
We zijn blij van de onzekere treinen af te zijn en proppen ons allen in de auto, gelukkig een zevenzits.
Om vijf uur zijn we op Tjandi bij mevrouw Ebeling.
Onderweg hebben we de eerste Japanners gezien, kleine mannetjes met petjes met flappen achterop en geweren in colonnes vrachtauto's.
Mevrouw van den Bergh en Robbie zetten we af bij vrienden in Djatengaleh.
Mevrouw Ebeling is niet thuis.
Ik wil haar komst niet afwachten maar voor donker onderdak zien te krijgen.
Verschillende pensions bel ik op (vanuit Ebelings huis) maar alleen Zeezicht heeft plaats voor ons.
De taxi is eerst niet over te halen ons daarheen te brengen daar er een verbod schijnt te zijn om de stad verder in te rijden.
Maar als ik de politie opgebeld en gehoord heb dat het voor donker nog kan, beloof ik de chauffeur f.
2.- extra om ons naar naar Zeezicht te rijden.
Het is al bijna donker als we daar aankomen.
Fernande en ik bespreken ieder een maandkamer.
Ik krijg mijn oude kamers weer.
Terwijl de bediendes bezig zijn bedden te versjouwen bel ik Flip op.
Binnen een half uur krijg ik hem aan de tele-foon en nu heel duidelijk.
We zijn dolgelukkig elkaar weer te horen.
Mevrouw Ebeling belt mij op om circa acht uur.
Het spijt haar vreselijk dat ik al zo gauw in een pension getrokken ben want zij heeft ons al ondergebracht bij andere mensen.
Ik zou bij Hildy Giesberger in kunnen trekken, Fernande en mevrouw van den Bergh bij mevrouw Buyten of een ander adres.
Ik bespreek de kwestie met Fernande.
Het lijkt ons beter niet tegen de wens van de familie Ebeling te handelen en hoewel het pension goedkoop is toch te pro-beren bij de genoemde families in te trekken.
Het is in een pension wel veel pret-tiger maar niemand weet hoe in de toekomst de betalingen zullen zijn, daarom is het beter zo goedkoop mogelijk bij elkaar in te trekken.

Zevenzits: de meeste taxi's op het platteland waren oude Amerikaanse auto's, type A-Ford met linnen kap en treeplanken.
Moderne gestroomlijnde taxi's zag men in de steden.
De zevenzits was een verlengde uitvoe- ring met achter twee klapstoeltjes extra.
f.25.- is het maandinkomen van een koelie.
De afstand Ambarawa-Semarang (Tjandi) is hoogstens 40 km.
Benzine kostte f.0,15/liter. Deze Japanse stoottroepen werden na de bezetting van Java op Guadalcanal en Nieuw-Guinea ingezet waar ze bijna alle het leven gelaten hebben.
Japanners waren destijds opvallend kleine mannetjes, hun gemiddelde lengte was 1,60 meter.
Het betrof gedisciplineerde goedgeoefende soldaten, gewend aan ontberingen, voor wie het begrip overgave onbestaanbaar was en die bereid waren hun leven voor de Keizer te offeren.
Op bevel van hun officieren waren Japanse soldaten tot alle wreedheden in staat.
Excessen tegen de burgerbevol- king op Java zonder voorafgaand bevel van hogerhand werden streng bestraft en zijn gedurende de bezetting nauwelijks voorgekomen, wreedheden op bevel des te meer.
De stoottroepen werden al snel vervangen door bezettingstroepen van minder gevechtswaarde, op Java militair het 16e leger geheten.
Veel van hun uitrusting was buit gemaakt op het KNIL of de Engelsen. Oud en Nieuw-Tjandi: zie toelichting pag.
29.
Djatingaleh: een hoofdstraat in Semarang.
Hotel Zeezicht lag riant op de heuvels van Nieuw-Tjandi aan de Dr de Vogelweg.
Geen rampokker te zien. Mijn oude kamers: de Leverts hadden in 1936 in Zeezicht gelogeerd toen ze uit Holland kwamen.

Creatie datum : 14/03/2008 @ 08:23
Laatste wijziging : 14/03/2008 @ 10:20
Categorie : Levert-van der Mijll Dekker, Els
Pagina gelezen 7458 keren


Print preview Print preview     Print deze pagina Print deze pagina

Reacties op dit verhaal


Er heeft nog niemand gereageerd.


Share
Zoeken




Bezoekers 01-01-2008

 616099 Bezoekers

 7 Bezoekers online

TopArtikelen
^ Boven ^