Welkom  Links  Gastenboek  Forum
Wandelen door Sem. - 2

Lees voor met webReader

Wandelen door Semarang.

Deel 2.


Ik zie mijzelf nog zitten op een van de hoge banken in de biljartzaal, waar mijn vader op zondagmorgens soms een partijtje maakte met de oude heer Zachs uit de stadsschouwburg.
Met belangstelling volgde ik het luchtig heen weer glijden van de keu voor de stoot de gladde ivoren ballen hun voor mij onberekenbare weg deed rollen.
De lange Bodjongweg eindigde bij SociŽteitsbrug over de kali, over de brug begon de Heerenstraat.
Voor mij vormde die brug hoogst interessant observatiepunt.
Over de ijzeren leuning hangend zag van de Uitkijk rechts vaak blauwe vlag wapperen.
Dat was het sein dat de rede onveilig was vanwege een westmoessonstormpje en de schepen er niet konden laden en lossen en door moesten varen naar Soerabaia of Tandjoeng Priok.
In het vuilbruine kanaalwater dreven meestal de merkwaardigste dingen, dode honden of katten met akelig gezwollen lijf, lege flessen, manden stukken scheepshout, kratten en onnoembare viezigheden.
Dikke buiken hadden de prauwen van het Semarang Prauwenveer waarin de goederen vervoerd werden.
Kratten en balen, vaten, krandjanges.
En stinkende goenizakken, vol geheimzinnige letters en tekens.
Heel in de verte zag je de hoge witte vuurtoren en vond je er het havenkantoorje, dat de onverklaarbare naam ,boom" voerde.
Je kon er de lompe laadprauwen krakend en steunend en heel traag voorbij zien gaan op weg naar de ver in zee geankerde schepen.
Je omdraaiend naar de ander kant van de brug zag je het enorme Grote huis, waarin verschillende overheidskantoren ondergebracht waren.
Daarnaast, op een hoek van de aloon-aloon, het veel kleinere postkantoor.

Over de brug waar de Heerenstraat begon,lag op de linkerhoek de sociŽteit,waarnaar de brug genoemd was.
Je vond er de boekhandel van G.C.T. van Dorp & Co, waar je vaak hebt staan kijken naar de kasten vol Aimards, Coopers, Kapitein, Marryats, Karl Mays, Paul d'Ivois, verrukkelijke boeken van Toen.
EnÖom nooit te vergeten de blauwe bandjes van de Jules Vernes! Verderop het Paradeplein met de uit 1794 daterende Protestantse kerk met zijn koepeldak en torentjes.
Er tegenover het restaurant Hoogvelt, zaliger herinnering! Even verder lag het gezellige hotel Jansen, een diep in het voorerf geleden verdiepingsgebouw, met link en recht twee zijvleugels met ook een rij kamers boven.
Vůůr het hotel,vlak aan de straat, bevond zich een halfrond terras waarop af en toe een muziekcorps de gasten onthaalde op grandioze fantares.
Toen wij vlak voor de oorlog met Japan onze laatste autotrip over Java maakten, wilde het toeval dat we bij ons bezoek aan Semarang in dezelfde kamer logeerden waar wij dertig jaar geleden enige maanden gewoond hadden.
Zittend in het voorgalerijtjes voor aan de straat waar eenmaal mijn moeders theetafels had gestaan, kon het niet anders of talloze herinneringen aan die dagen stormden op mij af.
Nog altijd reden de rijtuigen met komende en vertrekkende gasten af en aan.
Het straatbeeld was geheel onveranderd gebleven.
Vlak tegenover ons stond nog de poort met het jaartal 1775, toegang gevend tot het oudemannenhuis, dat jaar gesticht tot verblijf van oude gewezen militairen door de weduwe van een engels officier.
Als kinderen hadden wij weinig aandacht aan de poort geschonken, maar zij zou zeker onze belangstelling hebben gewerkt, wanneer we geweten hadden dat boven in dezelfde poort het stoffelijk overschot rustte van de schenkster, die dus blijkbaar aan de schenking de voorwaarde verbonden had daar eenmaal ter ruste te worden gelegd.

Mogelijk was het haar wens geweest te rusten in de onmiddellijke nabijheid van de oude krijgslieden, wier lot zij zich had aangetrokken.
Veel van het oude troffen wij nog onveranderd aan.
Daar het zondag was bleek het hek van de Karangbidaraschool, waarin ik eens bepaald niet de ijverigste en gezeglijkste leerling was, gesloten.
Ik wilde echter nog eenmaal over de speelplaats lopen waar wij vroeger getold, haasje-over en krijgertje hadden gespeeld en onderzoeken of de koperen kraan aan de overkant, waaraan ik zo vaak mijn dorst had gelest, er nog zou zijn.
Ik klom dus over de muur en vond dat alles terug zoals ik het had gekend.
Zelfs het water uit de kraan smaakte nog even koel als weleer.
Neerzittend op de galerij die om het gebouw heenliep kwamen over de drempel van mijn onderbewustzijn, waar zij zo lang verborgen waren gebleven, de namen en gestalten weer naar boven van de makkers van toen.
Ik zie ze weer tollend en knikkerend op de speelplaats: August Meulemans, Teteng O' Herne, keurige Paultje Kiezel.
De jongens Tan Siauw Lip uit de bierhal, dikke Frans The Sin Tjo, die bij ons, in de kost" was.
Ik zag de leerkrachten getweeŽn of gedrieŽn heen en weer over de galerij wandelan, het even waardige als gebaarde schoolhoofd Schoonhoven, van Heuven, die de zaterdagse zangles met zoveel enthousiasme wist te leiden, van Veghel met zijn hidalgosikje, mijn eigen vader en onderwijzeres Neeltje Harten.

Even was het of ik de schoolbel weer hoorde rinkelen die ons naar binnen riep.
We zochten de huizen waar ik kind was geweest.
Enkele ervan vonden we terug zoals ik ze verlaten had.
Maar een gevoel van grote teleurstelling bekroop me toen we over de lange stoffige weg met de vele Chinese toko'tjes en waronkjes naar Djombalang rijdend, er juist getuige van moesten zijn dat de rails van het trammetje dat ons eenmaal dagelijks daarvandaan stadwaarts reed, werden opgebroken en de houten dwarsliggers in nette stapels aan de wegkant werden gedeponeerd.
Ik zie het nog staan onder de berookt zinken overkapping van het stationnetje, geduldig wachtend op zijn vaste passagiers.
Op Schoonhoven die in zijn tentwagen uit de Kenarilaan op Tjandi naar beneden kwam rollen.
Op Mr. Dr. Stuurman, onze geschiedenisleraar-we noemden hem nooit anders dan Zeus- die meestal stoer te paard omlaag kwam draven.
Op Henri Borel,die ambtenaar voor Chinese zaken was.
Ik zie hem met zijn knijpbrilletje onder de panamahoed stil met boek of krant in zijn hoekje zitten.
Van zijn schrijverschap wisten wij nog niets; eerst veel later zou ik genieten van zijn boeken over China.
Wu Wei, het dag in Oosten, Wijsheid en schoonheid uit wij schoonjongens kropen het liefs bij elkaar in een leeg wagonnetje, waar we ongestoord kabaal konden schoppen.
Soms verwaalde er bij een tramhalte een meisje in ons privť-rijtuig dat zich ontwarend in welk luidruchtig gezelschap ze was terechtgekomen, meestal ietwat nuffig in een hoekje terugtrok.
Om dan steevast door ons te worden onthaald op het bekende liefdje:

--- Einde deel 2 ---


Creatie datum : 08/01/2008 @ 01:00
Laatste wijziging : 13/11/2010 @ 11:02
Categorie : Buitenweg, Hein
Pagina gelezen 7644 keren

Reacties op dit verhaal

Er heeft nog niemand gereageerd.

up Boven up

Copyright ©  2008-2012
Niets op deze site mag worden gekopieerd of gebruikt, tenzij hiervoor uitdrukkelijke toestemming van de Webmaster en eventuele derde rechthebbenden is verkregen.
HOME
Uw verhaal - Your story
 

Site powered by GuppY - © 2004-2007 - CeCILL Free License