1.

Uit onze koloniën.

Uitvoerig reisverhaal

door

H.Van Kol,

Lid van de Tweede Kamer Der Staten-Genaraal.

1903
A.W.Sijthoff
Leiden.

blz 649 - 656

F. -- In de Residentie Semarang.

DE GEVANGENISSEN IN DE HOOFDPLAATS.


an Tegal liep de stoomtram meestal rakelings langs het strand naar Pekalongan, de nieuwe hoofdplaats der gecombineerde Residentie; er werden vele rivieren gepasseerd, waarvan de Tjomal wel de voornaamste was.

De wuivende pluimen der rietvelden wezen op den naderenden oogsttijd; elders was het snijden van padi nog in vollen gang. Voorbij Batang werd het terrein minder vruchtbaar, en weldra hadden wij het Dieng-gebergte met zijn beroemde tempelstad in het verschiet.

Een brug over de Koetoe-rivier bracht ons over de grens der Residentie Semarang, en weldra waren in het Kendalsche de sporen van overstroomingen zichtbaar; lets verderop, bij Kali Woengoe, scheen men daarvan minder last te hebben.

Veel mislukte sawah's en armoedige woningen van Inlanders werden voorbijgespoord; tal van doode klapperboomen, en de ijver waarmede de vrouwen op de haltes door het verkoopen van vruchten eenige centen trachtten te verdienen, wezen op ongunstige economische toestanden ook in dit gewest.

Alleen de naakte jongens, die zich bezig hielden met het oplaten van vliegers, schenen zich die aardsche zorgen weinig aan te trekken. Hier en daar kwamen wij een soort oerwoud of eene woestenij voorbij; rechts van ons lagen dorre heuvels, en links waar

verder