4.



vorige Directeuren schijnt dit veel meer te zijn voorgekomen dan thans, nu men, waar het kan, de gevangenen afzondert.

Thans tracht men zooveel mogelijk de goede van de kwade elementen te scheiden, vechtpartijen tusschen militairen en burgers te voorkomen, en te beletten dat iemand, die b. v. wegens een vrij onschuldige klapzaak met den kerker kennis maakte, wordt opgesloten met verdorven wezens, of iemand die door den nood gedrongen zich aan iemands eigendom vergreep, wordt samengebracht met een geraffineerden misdadiger.

Ook de arbeid is slecht geregeld; de naaimachine is zoowat het eenige werktuig dat aan iederen gevangene in de hand gegeven wordt; anderen leeren matten maken, of een andere geestdoodende en voor den strijd des levens vrijwel waardelooze werkzaamheid.

De een doet niets dan van den vroegen ochtend tot den laten avond knoopsgaten maken; de ander niets anders dan gele lappen zetten op het blauwe laken van de uniformen der "kanarievogels", in plaats van hen tot iets nuttigs op te leiden, waarvoor de gelegenheid hier zoo gunstig is.

Het oprichten van ateliers voor schoenmakers, smeden of blikslagers, enz., zou heel wat beter zijn. Ondanks alle moeite die het zich geeft, is het steeds uiterst bezwaarlijk voor het Comite dat hulp wil verleenen aan ontslagen gevangenen, om hen aan een stuk brood te helpen, en dat wordt door dien geestdoodenden en voor een ontwikkeld man martelenden arbeid nog moeilijker gemaakt.

De verlichting door olielampen in plaats van het aerogeen-gas is slecht, en de weinige keus van boeken maakt het lezen in de lange avonden niet aanlokkelijk.

De bibliotheek is zoowat alleen door geschenken ontstaan, en studieboeken die-ook later van nut konden zijn voor den ontslagene, zijn er niet in te vinden.

Er is plaats voor 348 personen, en terwijl de mannen soms opeengestapeld zitten, gebeurde het dat voor drie vrouwen een geheel blok met 54 plaatsen moest blijven gereserveerd.

Een geheel ander stelsel zou moeten worden toegepast; ik kreeg dan ook inzage van een project, waar, in paviljoens van tweemaal zes cellen, aan alle billijke eischen van afzondering op practische en goedkoope wijze is voldaan. Ook ware het verplaatsen der geheele inrichting naar een gezonder plaats, buiten het centrum eener groote stad, als bijv.