4.



Immer, zo schrijft zij, die verschilt achter de initialen B.P.: ,,Er moet veel gebeuren eer men den Tjandinees naar beneden lokt uit zijn dolce far niente,op maanovergoten terras, in heerlijke avondkoelte en rust.
Geen wonder dat Semarang qua uitgaansstad den vreemdeling niet boeien kanůmaar laat hem eerst eens rijden door het heuvelterrein langs die vriendelijke parkjes met bloeiende heesters,langs die windende wegen vol verrassend natuurschoon van zee bergen, villabouw en tuinaanleg, en hij raakt spoedig onder de bekoring van al dat schone, hem met zoveel rechtmatige trots getoond; hij zal Tjandi niet spoedig vergeten. Die bergen, die heuvelen, die blauwe wijde zee, zij betoveren schier ieder.
En daar beneden aan de Semarangs kustlijn wenkt de vuurtorenů''
In de vroege morgen, in de frisse koelte van de bergwind genoten we van onze geurige ochtendkoffie op het platje voor de mooie woning van onze gastvrouw. De regen van de vorige nacht had al het stof uit de lucht gewassen.
Diep beneden ons zagen we de oude stad liggen met haar witte gebouwen en rode daken. Opduikend uit het groen het massieve witte blok van het Grote Huis, en de ronde koepel vande Protestanse kerk op het Paradeplein en het hoge zinken dak van de missigit.
Over de stad heen schitterde de Javazee in het helle licht en in de nog wazige verte boog de kustlijn zich om het schiereiland Japara waarboven de goenoeng Moeria zich verheft.
In het zuiden het blauwgroene bergland van midden-java; tastbaar nabij haast in de heldere lucht de Oegaran, met ten oosten daarvan het Merbaboemassief en ver in het westen de bergreuzen Soembing en Sindoro.


Onze gastvrouw schilderde ons hoe onbeschrijflijk mooi hier de zonsondergangen waren als de donkere bergmassa's zich aftekende tegen de purperen lucht en de zee telkens wisselt van tere tinten.
Het Semarang van die dagen was niet bepaald een kotta waarheen een plaatsing of overplaatsing altijd met gejuich begroet werd.
Tenzij wellicht door hen die lange tijd op een eenzame buitenposten of afgelegen binnenplaatsjes hadden gewoond. De gevreesde malaria was nog niet bedwongen en eiste vele offers. Vergeleken bij Batavia en Soerabaia was het gezelligheids en culturele leven er van weinig betekenis.
Het bleef beperkt tot soosvezoek met af en toe een danszvondje, de stadstuin, een enkele voorstelling in de stadsschouwburg en de jaarlijkse races, annex roulette en bal.
De verschijning van het circus Harmston of een kemedie stamboel op de aloon-aloon werd met vreugde begroet. Eerst later, toen in navolging van Batavia ook te Semarang een kunstkring werd opgericht, kwam er door het arrangeren van tentoonstellingen en het aantrekken van musici en toneelgezelschappen uit het buitenland wat meer culturele belangstelling.
Men kon nu genieten van kunstenaars van wereldnaam als Godowski, Zimbalist, Iturbi, Heifetz en andere en ook Nederlandse kunstenaars als Gerard Hekking, Zalsman, Charlotte Kohler en vaderlandse toneelgezelschappen en de voordrachtkunstenaars werden met vreugde begroet.


De stad zelf had voor vreemdelingen weinig aantrekkelijks. Mocht Batavia zich beroemen op het vele dat nog was bewaard gebleven uit de dagen van de V.O.C., de oude stadswallen met de onverwoestbare pakhuizen waar nog een zweem hing van de geur van de specerijen die er eenmaal lagen opgeslagen, het stadhuis met het geestige klokkentorentje, de Portugese Buitenkerk, de stoere Amsterdamse poort en vooral de oude naar Hollandse trant gebouwde huisjes uit de Companiestijd, van dergelijke oudheden was in Semarang zo goed als niets te vinden. Voor het toerisme was de kotta dan ook van geen betekenis.
Maar toch, wanneer je als doortrekkend vreemdeling gastvrij en de soos was ge´ntroduceerd moest je in gezelschap van Semarangers liever niets minder vleiends over hun kotta aan je lippen laten ontsnappen.
Hoe weinig hunstad voor vreemden, gewend aan meer leven en vertier, aan aantrekkelijks mocht hebben, evenals de Nederlandse Provinciaal de voorkeur gaf aan de gemoedelijke rust van zijn dommelend stadje, waar het leven zonderveel opwinding en schokkende gebeurtenissen voortkabbelde, ging de hunne uit naar het rustige bestaan in hun eigen Semarang.
Hoogstwaarschijnlijk zou je vriendelijke gastheer zijn ongenoegen over je onhandige slip of the tongue achter een glimlach verborgen hebben en, gastvrij als hij was, je hebben uitgenodigd voor een ritje in zijn Fordje of Buickje om je iets meer iets meer te laten zien dan de Bodjong en de Heerenstraat.

terug verder