Uw Indisch verhaal, hoorspel of luisterboek op Internet.

http://www.semarang.nl/verhaal/

Gouden handdruk 3 (Verschuren, Naomi)

Lees voor met webReader
 

In een ritme van patrouillelopen, oefeningen en overplaatsingen gleden de jaren aanvankelijk snel voorbij, mede ook door de steeds nieuwe indrukken die Kees opdeed van het land en zijn bewoners.

Toen in 1939 het leger in Nederland werd gemobiliseerd, liet Kees zich overhalen om voor ÚÚn jaar bij te tekenen. Daarmee klapte voor Kees de val dicht. Een jaar later was Nederland door de Nazi's bezet waardoor hij niet meer terug kon naar Europa en korte tijd daarna viel Japan Nederlands-IndiŰ binnen. De Nederlanders werden ge´nterneerd en ge´soleerd. Het doek was gevallen, het kontakt naar buiten verbroken.

Onteerden.


Kees Verschuren
1910-1992

Voor Japanners waren krijgsgevangenen onteerde soldaten. Het was in hun gedachtenwereld onmogelijk dat een soldaat gevangen werd genomen omdat deze geacht werd zich dood te vechten tot de laatste man of voordat hij gevangen genomen zou worden harakiri (zelfmoord) pleegde.
Vanuit deze opvatting was het dus niet zo dat men krijgsgevangenen met respect moest behandelen. Het waren immers wezens die hun eer verloren hadden welke alleen door te sterven weer kon worden verkregen.
Daarnaast was het in het Japanse leger een heel gewone zaak dat een meerdere zijn mindere afranselde.
Deze uitgangspunten in denken heeft dan ook de wrede houding bepaald die de Japanse bewakers aan de dag hebben gelegd bij de behandeling van de Europese gevangenen. Bovendien was er de Kempei tai, een soort Japanse Gestapo, die naast de gevangenen ook de bewakers in de gaten hielden en tegen hen optrad als die zich t.o.v. de Europeanen te soepel opstelden.
Het was dan ook geen wonder dat vanaf het eerste ogenblik de Japanners zeer hard en wreed optraden tegen de krijgsgevangenen. Tegenover de geringste overtreding stelden zij buitengewoon zware straffen. Zware mishandelingen, martelingen en moorden behoorden dan ook tot de orde van de dag.
Aanvankelijk probeerden veel gevangenen, via briefjes die het kamp uitgesmokkeld moesten worden, in kontakt te komen met hun vrouwen elders.
Uit de groep waartoe Kees behoorde werden drie mannen met deze correspondentie betrapt. Het drietal werd naar de appelplaats geslagen en daar aan drie bomen vastgebonden. De Japanse commandant, die zich in de eerste weken al als een beest had doen kennen, liet terstond alle kampbewoners op de appelplaats aantreden.
Men wilde een voorbeeld stellen. Terwijl de gevangenen gedwongen werden toe te kijken kwamen zes bewakers opmarcheren met bajonetten op het geweer. Bij het begin van de "show" dacht Kees nog dat het om bangmakerij ging om de schrik bij de gevangenen erin te krijgen. Dat laatste klopte inderdaad maar dat het meer was dan alleen bangmakerij werd spoedig duidelijk.
Bij ieder van de drie hield de groep bewakers halt en stak ieder van hen tweemaal met de bajonet in de buik van de gevangene. De aangetreden krijgsgevangenen voelden zich misselijk worden een machteloze woede maakte zich van hen meester maar zij moesten blijven staan en toezien tot dat geen van de vermoorde mannen meer een teken van leven gaf. Het wachten en toezien duurde twee volle uren. Nog veel langer zou het duren voor de kreten en schreeuwen verstomd waren die nog lang klonken in de oren der gevangenen. De lijken van de drie moesten als voorbeeld aan de bomen blijven tot de volgende dag.