Uw Indisch verhaal, hoorspel of luisterboek op Internet.

http://www.semarang.nl/verhaal/

Gouden handdruk 4 (Verschuren, Naomi)

Lees voor met webReader
 

Het voedsel dat men kreeg, was karig maar net voldoende en als er niet de voortdurende, angst voor de bewakers was geweest had men kunnen spreken van een enigszins redelijk leven.
Na enige tijd maakte de kampcommandant bekend dat de gevangenen zouden worden overgebracht naar een groot schoon en splinternieuw kamp. Men zou daar naar toe worden overgebracht via Ba- tavia. In het nieuwe kamp zou van alles wat men nodig had voorhanden zijn zodat men niets van de uitrusting die men hier had mee behoefde te nemen. De oude mannen en de zieken zouden achterblijven. Ondanks alle beloften stopte Kees alles wat hij dacht nodig te hebben in zijn zakken voordat men naar Batavia vertrok.

Birma-spoorweg
Na een verblijf van ruim veertien dagen in het krijgsgevangenkamp bij Batavia moest men aantreden voor vertrek met onbekende bestemming. Voor velen onder hen zou het tevens hun eind- bestemming betekenen. In de haven had een oud K.P.M.-schip afgemeerd en in het stinkende- en natte ruim werden 2.000 krijgsgevangenen opgepropt.
Tijdens de hele reis naar Singapore, die 72 uur duurde, kregen de mannen slechts éénmaal een bakje goor uitziende vissoep met een walgelijke smaak. Echter, de honger en dorst deden hen haast vechten om nog iets van het overschot te bemachtigen. Het nieuwe kamp in Singapore dat de Jap- pen hadden beloofd bleek te bestaan uit een aantal oude barakken zonder enig meubilair en sanitair. Het enige verschil met het scheepsruim was dat de houten vloer waarop men neerviel om te slapen hier niet schommelde zoals op het schip.

Mededelingen
Op de wanden van de barakken waren door vorige gevangenen enkele mededelingen achtergelaten over voorgaande transporten. Uit deze geschreven berichten bleek dat hun voorgangers in de richting Siam waren afgevoerd.
Bij het krieken van de dag werden ze door de bewakers met bamboestokken en veel geschreeuw gewekt en naar de appèlplaats gedreven. Kees behoorde tot de eerste groep die geformeerd werd om naar de klaarstaande goederentrein af te marcheren. Het was één van de eerste groepen van in totaal 61.000 krijgsgevangenen die op Malakka en Nederlands-Indië bijeengedreven waren. Het was april 1942 en de alreeds doorstane gruwelen zouden maar een voorproefje blijken van de grote verschrikkingen die hen in de "groene hel" nog te wachten stond.
In de goederenwagons waarin de krijgsgevangenen naar Siam werden vervoerd was het stikkend benauwd en snikheet. Er waren zoveel mensen in de wagon samengepakt dat men onmogelijk tegelijk kon liggen en na één dag was de stank onhoudbaar.
Men deed zijn behoefte daar waar men stond en alleen zij die in de buurt van de gesloten deuren stonden konden als de trein in beweging was een weinig frisse lucht opsnuiven.
Vier etmalen, 94 lange uren, duurde de reis. Viermaal een bakje droge rijst, viermaal enkele slokken vuil water en bij aankomst per man één groene banaan.

Aankomst
Veel rust echter werd de mannen niet gegeven. Direct van de trein werden ze op vrachtwagens geladen en via zogenaamde olifantspaden verder naar het binnenland getransporteerd. Sinds hun vertrek uit Batavia, ruim zeven dagen daarvoor, had men geen gelegenheid gekregen om zich te wassen of te scheren en de groep was behoorlijk gaan stinken.
Tegen de schemering werden de gevangenen uitgeladen en verdeeld in groepen van 100 man.
Waar zo'n groep stond mocht men op de grond gaan liggen om de nacht ter plekke door te brengen. De volgende morgen moest de eindeloze karavaan te voet verder. In de nu komende dagen werden de bedoeling van de Japanners duidelijk. Er moest een spoorweg door de jungle worden aangelegd van 525 kilometer lang van Siam naar Birma. Langs het gehele traject waar de spoorweg moest komen, moesten de gevangenen om de 20 kilometer kampen bouwen uit bamboe en bladeren.