Uw Indisch verhaal, hoorspel of luisterboek op Internet.

http://www.semarang.nl/verhaal/

Gouden handdruk 12 (Verschuren, Naomi)

Lees voor met webReader
 

Kees wilde echter naar Zeeland terug maar ieder verzoek hiertoe werd afgewezen. Hij was lichamelijk gezien voldoende opgeknapt om de Nederlandse troepen te versterken in de strijd tegen Soekarno, en weer werd het leven van hem in de waagschaal gesteld met patrouilles in de rimboe waar de Ploppers het ook op zijn leven hadden voorzien. Maar ook deze, achteraf gezien zinloze, oorlog kwam hij zonder grote ongelukken door.
Op een regenachtige dag in juli 1950 kwam het troepentransportschip Kota Inten aan in Rotterdam. Aan de reling stond Kees al urenlang uit te kijken. Geen welkom of muziek, dat had hij ook niet verwacht. Aan boord werd hij voor het ontschepen nog even afgescheept met honderd piek die de administrateur aan iedere soldaat uitbetaalde.
Daar stond Verschuren dan op de natte keien van de kaai in Rotterdam, veertig jaren oud, na zestien jaren weer terug van weggeweest, een plunjezak op zijn nek, honderd gulden op zak en zijn hoofd barstens vol herinneringen die hem altijd zouden blijven achtervolgen en die hem zijn verdere leven nooit meer los zouden laten.
Met de bus naar Zeeuwsch- Vlaanderen waar ook niemand op hem stond te wachten. Het was net etenstijd en hij kon gelijk aanschuiven en mee eten in het Oliekot bij zijn vader en broer. Men had het druk en het leven ging verder. Voor de mensen uit de omgeving waren die 16 jaren van Kees gewoon een witte vlek. We hadden hier net onze eigen oorlog gehad en er was niemand die zich interesseerde voor wat er achter die witte vlek bij Kees schuilging. Toch zat hij er zelf boordevol mee.
Zo boordevol dat hij de eerste tien jaren bijna iedere nacht droomde van de Jappen!
In zijn nachtmerries zag hij dan horden Japanners die met de blote bajonet op hem af- stormden. Badend in zijn eigen zweet werd hij dan wakker. Ook onwezenlijke dromen waarin hij zichzelf dood voelde liggen tussen de bomen in de rimboe, terwijl anderen over hem spraken. Toen hij al heel lang thuis was gebeurde het ook dat hij 's nachts wakker werd in het donker en zich doodstil hield omdat anders de Japanners hem zouden horen.
Nu, na veertig jaar, ligt alles zover terug dat het ook bij Kees binnen weer bij na rustig is, hoewel zo heel af en toe hij in zijn dromen 's nachts toch nog wel eens vertoeft in Birma of Japan.
Toen de ouwe man zijn verhaal had uitverteld dat hij begonnen was aan de tapkast op den Heikant, had zijn geschiedenis precies zestien uren geduurd. Geen wonder dat er niemand wilde luisteren.

Bron: Naomi Verschuren