3423918 Bezoekers
13 Bezoekers online
Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. : 
Stelt het smelten van de gong-spijs en het gieten van een „lakar" voor.
Links is de geheel met houtskool gevulde haard, waarin de smeltkroes met het metaal is ingegraven, en waar vlak boven de opening van het blaastoestel, om het vuur aan te wakkeren, zich bevindt.
Rechts op den grond zit de man die den blaasbalg [„lamoes"] behandelt, waarmede hij de lucht door de schuin omhoog geplaatste, en op steenen steunende bamboe [„soeling"] perst.
Aan het andere einde van de bamboe, boven het vuur, is de aarden buis [„tjongkloq"] bevestigd, waaraan weder de bolvormige „popoqan" vastzit, die de lucht voert naar de lange tuit „telale", welke eveneens van gebakken aarde is gemaakt. Op den achtergrond staat de werkman, die met een ijzeren staaf de slakken van de smeltende growgi-spijs verwijdert.
Op het midden der afbeelding zit de hoofdsmid, de „pandji", op den grond, en giet uit een kleine kroes, „kowi tjoetjoeq", die hij met twee nijptangen vasthoudt, na ze gevuld te hebben uit de groote kroes in den haard, de gloeiende gong-spijs in een „pěnjingen", de ronde vorm waarin de metaalkoeken worden gegoten, welke de grondvorm van de „gong" zijn.

La vie est un pélerinage