Zoeken
 
Sluiten

     Facebook
     Pinterest

semarang.jpg
Semarang Archief

Documenten

Kaarten & Plattegronden

Foto's

Bezoekers sinds 1992

 3422705 Bezoekers

 19 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.semarang.nl/data/nl-articles.xml

Gong gieten deel 2

Aan het uiteinde, dat zich boven den haard bevindt, wordt een, uit een mengsel van zwarte klei [„lěmpoeng"] en zand [„pasir"] gebakken buis gestoken, terwijl de sluiting volkomen wordt gemaakt door dichtstrijking met natte klei. Deze buis heet „tjongkloq", zij draagt aan den onderkant een rechthoekig daarop staand verlengstuk, dat weder uit twee deelen bestaat, nr. 1. een tuit [„tělale", eigenlijk slurf] en een bolvormig gedeelte [„popoqan"], dat de verbinding vormt tusschen „tjongkloq" en „tělale". De naar beneden gerichte „tělale" wordt in den hoop houtskool gestoken, zoodat zij juist boven den smeltkroes komt te staan.

Aan het andere uiteinde van de bamboe wordt een zak gebonden, vervaardigd uit aan elkaar genaaide geitenvellen, waarvan de haren nog niet verwijderd zijn.
Aan den bovenkant van den zak is een wijde spleet om de lucht in te laten. Deze uiterst primitieve blaasbalg heet „lamoes". Er behoort eene bijzondere handigheid toe om daarmede te werken. De helper, „ngaroni", die met dit werk belast is, zit op den grond met den zak tusschen zijne knieën, en pakt de „lamoes" met beide handen beet, terwijl hij den uitersten hoek van de spleet met de, op de dij gesteunde rechter elleboog vastklemt.
De zak wordt dan uit elkaar getrokken en tevens opgelicht, zoodat door de wijd geopende spleet de lucht toestroomt, waarna men den zak in het volgende oogenblik in elkaar drukt en tevens met de handen en met den rechter-bovenarm de spleet dicht houdt. De samengeperste lucht stroomt dan door de „soeling" en verlaat die door de, aan het andere uiteinde aangebrachte „tělale". Dit aanblazen van het vuur heet „di lamoes". Het wordt zoolang  voortgezet   en  opnieuw houtskool bijgevuld tot het koper gesmolten is en zich in den kroes verzameld heeft.

Het smelten heet „běsot". Eerst nadat het koper geheel gesmolten [„wis toewa" reeds oud, dus'gaar] is, wordt de noodige hoeveelheid tin er bij gevoegd, en met behulp van de twee, later te vermelden ijzeren roerstaven [pěnjoekat gogo en „pěnjoekat pěngüvd] alles goed omgeroerd [„ngoeděg"] en de slakken [„krawd"] er af gestreken.
Bij het smelten ontstaat door oxydatie en vermenging met slakken een groot verlies [„soeda"]. Bij de eerste en, later te vermelden, tweede smelting ontstaat een totaal verlies van + 25 0/0 van de grondstoffen.

De kleine stukjes metaal welke met de slakken medegaan en die „kěnji" heeten, worden door de helpers [„rewang"] uit de houtskool gezeefd en ten eigen bate aan den gong-maker verkocht voor 50 cent per katti. Van de slakken onderscheidt men twee soorten , de „krawa tembaga" van de eerste smelting, die uit koperslakken bestaat, en de „krawa gangsa" der lateite vermelden tweede smelting, die bovendien tinasch bevat. In 't pong-makers-jargon dragen deze afval-produkten meer speciaal de namen van „krawa běsotan" voor „krawa tembaga", en „krawa wědê' voor „krawa gangsa".


Creatie datum: 25/02/2010 00:00
Laatste wijziging: 14/08/2018 08:40
Categorie: Documenten - Gong fabricatie te Semarang
Pagina gelezen 9414 keren

Zoek in de krantenknipsels

La vie est un pélerinage
La vie est un pélerinage