Zoeken
 
Sluiten

     Facebook
     Pinterest

semarang.jpg
Semarang Archief

Documenten

Kaarten & Plattegronden

Foto's

Bezoekers sinds 1992

 3423140 Bezoekers

 7 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.semarang.nl/data/nl-articles.xml

Smeden van de gong deel 6

De „papaq" is een dikke cylindervormige houten hamer van ruim halve M. lengte, in het midden waarvan een steel is bevestigd.
De evengenoemde „pěrbahan" is niet anders dan een „papaq" in het groot.
Vervolgens wordt de knop van de „gong" er gedeeltelijk uitgeklopt met de gewone „paloe", hetgeen „ngědjor" heet, en door drie smeden uitgevoerd wordt.

Tot de verdere bewerking van den knop met de „paloe" wordt het werkstuk nu op de „watoe plarapan" gelegd, waarbij de knop geplaatst wordt in een naast dat aanbeeld in den grond gemaakt kuiltje van leem, dat „lodoq" heet.
Bij het uithameren van de knop slaan de smeden ook midden daarin; door hunne grootere bedrevenheid is het niet noodig daarbij de voorzorgen te nemen, welke DE DOES van de gong-smeden in Bandjarnegara beschrijft *). Bij de bewerkingen op den „watoe plarapan", waarbij het op nauwkeurigheid aankomt, wordt het binnenste van de „gong" verlicht [„njoloqi"] met een brandende bamboereep.
Vervolgens wordt aan den knop de juiste vorm gegeven met den „moendjoelan". Dit is een kegelvormige houten hamer, van ruim halve M. lengte, waarvan de steel dicht bij het dikste uiteinde bevestigd is. Het andere uiteinde, dat rond toeloopt, is met een geelkoperen kap beslagen.
De rand [„kaki", zie fig. 2 g] komt dan aan de beurt. Door het smeden met de „paloe" is hij te veel naar binnen gebogen en buitendien ongelijk van vorm geworden, en moet nu met de „prapeh" en de „tjotjor mindan" bijgewerkt worden, welke manipulatie „di minda" heet.

De „tjotjor mindan" is een kort vierkant blokje ijzer, waaraan een zeer lange houten steel. Het slaggedeelte is wat verbreed en loopt schuin naar binnen op.
Bij het „minde" dient als aanbeeld de „watoe mindan" [op den platten grond fig. 1 met e aangegeven], die aan den rand van kuil d is ingelaten.

Twee stukken hout worden daarbij in de kuil d evenwijdig naast elkaar gelegd, met de uiteinden tegen de „ivatoe mindan" aan. Over die stokken worden stukken „gěděbog" [pisang-stam] gelegd, en
daarop komt de verhitte „gong" te liggen. De onderlaag van saprijke pisangstam vergemakkelijkt het ronddraaien van de „gong" en geeft daaraan een vastere ligging, daar de uitstekende knop dan niet op den grond rust.

Gong smeden - fig-5


De rand van de „gong" wordt dan van binnen tegen den opstaanden kant van de „watoe mindan" met de „prapeh" gelijk geklopt [zie fig. 5].
Dan volgt weder een effeningsproces op de „watoe plarapan", eerst met de ,wapaq", daarna met de houten „laga", welke laatste dient om den rand van het bovenvlak [„doe-doe" fig. 2f'] een gelijkmatigen vorm te geven.
Vervolgens wordt met de „laga" de „rědjěb" [fig. 2 e] van binnen op eigenaardige wijze tegelijk geklopt èn gewreven, eene manipulatie die „ngratjaq" heet.
„De „laga" is een ongeveer een halve meter lange zware houten hamer, die min of meer een schuitvorm heeft, met uiteinden, die schuin naar buiten afgesneden en rond bijgewerkt zijn. De houten steel is in het midden bevestigd.


Creatie datum: 25/02/2010 00:00
Categorie: Documenten - Gong fabricatie te Semarang
Pagina gelezen 9646 keren

Zoek in de krantenknipsels

La vie est un pélerinage
La vie est un pélerinage