Zoeken
 
Sluiten

     Facebook
     Pinterest

semarang.jpg
Semarang Archief

Documenten

Kaarten & Plattegronden

Foto's

Bezoekers sinds 1992

 3423214 Bezoekers

 6 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.semarang.nl/data/nl-articles.xml

Smeden van de gong deel 9

Volgens een verhaal der gong-makers is deze eigenaardigheid indertijd in het Rijk van Madjapahit overgenomen van uit Siam afkomstige „gong's".
Het komt veel voor, dat door slakken of onreinheden, die in de „lokar" achtergebleven zijn, zich bij het uitsmeden barsten en zelfs gaten in de „gong" vormen. — Zijn de barsten slechts oppervlakkig, dan wordt van de gloeiend gemaakte „gong" de fout er met een „pětel, en bij grootere barsten met een „bantji" afgebikt.   _
De „pětel" is de gewone Javaansche timmermans-dissel; de „bantji" is een kleine houweelvormige ijzeren hamer met aangescherpt slageinde.

Gong smeden - fig-7

Het af bikken heet „matoeq" en de metaalkrullen, die daarbij afvallen, worden „patoeqan" genoemd. De „patoeqan" worden als emolumenten door den „pandji" verzameld.
Loopt de scheur in het metaal dóór en dóór, of is er een werkelijke gat ontstaan, dan wordt dit op zeer ingenieuse wijze met gong-spijs dichtgegoten en daarbij gebruik gemaakt van het „cire-perdue"'-procédé*). Eerst wordt de scheur aan beide zijden zorgvuldig met bijenwas [„malam"] gevuld; door verwarming met een gloeiend ijzer laat men dan de gesmolten was de scheur volkomen vullen.

Op het bovenvlak van de „gong" wordt dan in de richting van de scheur een rolletje [„pěloer"] was geplakt en op de uiteinden daarvan twee opstaande gevorkte steeltjes van hetzelfde materiaal gezet.
Het eene steeltje, dat een konisch verbreede kop heeft, neemt de plaats in van het latere toevoerkanaal, het andere van het afvoerpijpje voor de in te gieten gong-spijs [zie fig. 8]

Het geheel wordt nu zeer voorzichtig met zwarte vorm-leem omgeven, totdat een kegelvormig hoopje leem is ontstaan. Deze vorm-leem is een mengsel van leem met fijngestampte oude „kowi's". Boven de monding van het toevoerkanaal wordt nog een trechtervormige opening gemaakt, terwijl het afvoerkanaal in de zijde van het leem-kegeltje uitmondt [zie fig. 9]. Als nu nog aan den onderkant van de scheur [binnen de „gong"] een dikke laag leem is gestreken, dan wordt de geheele „gong" in het vuur gebracht, waar-door de was uitgesmolten en de lemen vorm hard gebakken wordt.
Ondertusschen heeft men in een kleine smeltkroes [„kowi tjoetjoeq"] wat gong-spijs doen smelten op den miniatuurhaard bij de beschrijving van de plattegrond reeds vermeld.
Het gesmolten metaal giet men dan in de trechtervormige opening van het leemkegeltje, waarbij een gedeelte door het afvoerkanaal wegloopt. Dit heeft tengevolge, dat alle lucht uit den vorm verdreven en de scheur volkomen met metaal gevuld wordt; het afvoerkanaal wordt dan met een prop leem, op de punt van een stokje, gesloten, evenals dit in het groot bij hoogovens geschiedt.
Ten slotte laat men het metaal in den vorm bekoelen. Na verwijdering van den vorm wordt het overtollige metaal met een „pětel" afgebikt.

Gong smeden - fig-8



*) Zie hierover o. m.: F. VON LÜSCHAN in Ver-handl. berl. anthropol. Gesellschaft 1898 [Bd. XXX] pg. (150) ff.


Creatie datum: 25/02/2010 00:00
Categorie: Documenten - Gong fabricatie te Semarang
Pagina gelezen 9544 keren

Zoek in de krantenknipsels

La vie est un pélerinage
La vie est un pélerinage