3423378 Bezoekers
8 Bezoekers online
Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. : Het afwerken geschiedt door afvijlen [„ngikir"), afschrappen [„ngěsiq"], of afdraaien [„boeboet"] * waardoor de geelkoperkleur te voorschijn komt en de „gong" glad en glanzend wordt gemaakt [zie Plaat V].
De bewerking wordt toegepast, hetzij alleen op den knop, hetzij op den knop en de ge-heele bovenvlakte, of ten slotte op de geheele oppervlakte van de „gong". De werkman, die dit vijlen verricht, heet „toekang kikir" of ook wel „toekang gilap" [„gilap" = glimmen]. Bij het afvijlen van den opstaanden rand zet de werkman de „gong" overeind in een kuil, waarin die ter halver hoogte past.
De vijlen [„platar"]*) worden gemaakt van oude vijlen van de Genie, andere deugen volgens de gong-makers niet. Zij koopen die bij opruimingen van oud, afgedankt materiaal op venduties van de Genie-werkplaatsen en vermaken die dan tot gebogen raspen met zeer groffe tanden en bevestigen ze in een houten handvat. Zij hebben bovendien een werktuigje om telkens de tanden aan te scherpen. Dit werktuigje heet „oeriq-oeriq" en bestaat uit een eenvoudig stukje staal in een houten handvat.
Het gong-vijlsel heet „awon" en is een bekend vergiftigingsmiddel. Daartoe wordt het tot zeer fijn poeder gestooten, en geregeld in kleine hoeveelheden, onder het eten vermengd, toegediend.
De gong-makers krijgen, naar hun zeggen, wel eens aanvragen om „awon" van inlanders en Chineezen [meestal vrouwen], zelfs wel eens van Indische dames. Van de schadelijkheid van het „awon" voor de gezondheid zijn de gong-makers zelf echter niet zoo geheel overtuigd.
Verder wordt beweerd, dat het „banjoe plandan" het vuile drabbige water uit de kuil [„plandan"] waarin de „gong's" worden afgekoeld, een tegengift zou zijn tegen awon-vergiftiging.
*) In Banjoemas ,patar" volgens DE DOES t.a.p.

La vie est un pélerinage