Zoeken
 
Sluiten

     Facebook
     Pinterest

semarang.jpg
Semarang Archief

Documenten

Kaarten & Plattegronden

Foto's

Bezoekers sinds 1992

 3422886 Bezoekers

 15 Bezoekers online

Gong gieten deel 4

Vóór elk gietsel moet de vorm eerst in goeden staat gebracht worden, door de bij het gebruik ontstane barsten en gaten met een mengsel van leem en fijne houtskool dicht te strijken. De holte, waarin het metaal wordt gegoten, ondergaat vervolgens nog eene zorgvuldige behandeling. De geheele oppervlakte daarvan wordt n.1. bestreken met een mengsel van leem en het veegsel [„brěbaq"] van het dak der smidse verzameld, en dat uit roet en kleine deeltjes houtskool bestaat.

Na deze „ndaliti" genoemde behandeling, wordt de vorm naast den haard vlak bij het vuur gedroogd .en de oppervlakte daarna zorgvuldig schoon geveegd.
Ondertusschen is het metaal in den smeltkroes vloeibaar geworden en kan tot het nemen der proeven worden overgegaan. Proeven nemen heet „di gëtjaq". Voor de juiste beoordeeling van de samenstelling van het gietsel zijn twee soorten proeven noodig.

De daarbij gebruikte werktuigen zijn:
een kleine kroes met tuit van ongeveer lO c.m. hoogte, de „kowi tjoetjoeq" [tjoetjoeq — tuit] en de „watoe djoedjoetari", een kleine platte steen met een ondiep geultje er in..

De „pandji" neemt met een nijptang [„soepit"] de „kowi tjoetjoeq" en schept daarmede uit den „kowi lěboeran" een weinig vloeibaar metaal; een gedeelte daarvan wordt in eene ronde holte, welke in een hoopje zand is gevormd, uitgegoten, terwijl de rest in het geultje in den „watoe djoedjoetari' wordt geschonken, nadat het eerst met een weinig klapperolie is bevochtigd.
Wanneer het metaal, dat in de eerstgenoemde zandholte werd gegoten, geleidelijk is gestold, wordt het door een der helpers verder afgekoeld door het in een hoopje vochtig houtskool en zand heen en weer te rollen. Het aldus verkregen schijfje metaal heet „gëtjaqan". Dit wordt nu met een „gěblog" stukgeslagen, om het metaal op de breuk te kunnen beoordeelen.

Het langzame afkoelen wordt hier toegepast evenals bij de „leleran", om brosheid te voorschijn te roepen en het in stukken slaan mogelijk te maken.
Tot het beoordeelen der gietproef is veel ervaring noodig en daarbij wordt door den gong-maker zelf met den „pandji" en den „maloe ngarěp" te rade gegaan.
Is het metaal van de „gětjaqan' op de breuk zeer ruw en roodachtig, dan bevat het mengsel te veel koper, hetgeen door toevoeging van stukjes tin in den smeltkroes verholpen wordt.
Is de breuk echter glad en glanzend wit, dan is er te veel tin gebruikt; zulk een mengsel noemt de gong-maker „warěg" [verzadigd].
In dit laatste geval worden kleine stukjes koper in den smeltkroes bijgevoegd of ook wel eenigen tijd met stoken doorgegaan, waardoor een deel van het tin in het mengsel verbrandt en met de slakken verdwijnt.

Bij het gieten van het restant metaal in de „watoe djoedjoetari" raakt de olie in brand; tegelijkertijd wordt op het nog vloeibare metaal „bramboet" gestrooid, dat door de hitte eveneens verbrandt.

Dit bestrooien met „bramboet" heeft ten doel de afkoeling zoo langzaam mogelijk te doen geschieden.
In tegenstelling met de oppervlakte van de „gětjaqari', die ruw is, blijft tengevolge van de brandende olie en „bramboet" de oppervlakte van het stukje metaal, dat in de „watoe djoedjoetari' gevormd wordt [en „djoedjoetari" heet] geheel glad.
Zoodra dat staafje gestold is, wordt het, nog donkerroodgloeiend, aan het eene uiteinde platgesmeed, en de gevormde dunne lip omgebogen, waarbij, het metaal niet mag scheuren of breken.
Doet het dit toch, dan is het een teeken, dat het gebruikte koper niet van voldoende zuiverheid was. Er wordt niet tot het gieten overgegaan, alvorens de proeven [„gětjaqan' en „djoedjoetari'] aan de gestelde eischen voldoen.


Creatie datum: 25/02/2010 00:00
Categorie: - Gong fabricatie te Semarang
Pagina gelezen 9026 keren

Zoek in de krantenknipsels

La vie est un pélerinage
La vie est un pélerinage